Ga naar de mobiele website
^ Top

Studie: overheid betaalt zelden wanneer uw grond minder waard wordt door bestemmingswijziging

James Arthur
Wie zijn grond in waarde ziet dalen door een bestemmingswijziging van de overheid, wordt daar amper voor vergoed. Omgekeerd belast de overheid maar een kleine fractie van de meerwaarde die eigenaars opstrijken wanneer hun grond door een bestemmingswijziging net méér waard wordt. Dat blijkt uit onderzoek van UAntwerpen.

De overheid heeft met de betonstop de ambitieuze doelstelling om de afname van de open ruimte tegen 2040 geleidelijk te stoppen. Dat zal onder meer gebeuren aan de hand van bestemmingswijzigingen, waardoor veel eigenaars vrezen dat hun bouwgrond in waarde zal dalen. Uit een onderzoek van masterstudent Jan Comhair (UAntwerpen), onder leiding van prof. Tom Coppens, blijkt dat de Vlaamse mechanismen om dat waardeverlies te compenseren, verre van billijk en transparant zijn. "Ze zijn dan ook aan een grondige hervorming toe, wil men dergelijke vergaande wijzigingen in de ruimtelijke structuur doen slagen", stelt student stedenbouw Comhair in een persbericht.

Planschade nauwelijks vergoed

De bestemmingswijziging van een perceel kan als gevolg hebben dat een eigenaar bepaalde bouw- of verkavelingsrechten verliest. Bovendien vermindert een dergelijke wijziging ook de verkoopwaarde van het perceel. De eigenaar kan in dat geval mogelijk aanspraak maken op een 'planschadevergoeding'. Die voorziet in principe een vergoeding voor 80 procent van het waardeverlies, maar in de praktijk is dat zeldzaam.

Het onderzoek dat in de 114 Antwerpse en Limburgse gemeenten gevoerd werd, toont namelijk aan dat amper planschadevergoedingen zijn uitgekeerd. De eigenaar botst namelijk op heel wat drempels die de kans op vergoeding aanzienlijk inperken. "Zo waren in het onderzochte gebied de afgelopen acht jaar ruim 4.000 percelen die mogelijk in aanmerking komen voor planschade", zegt Comhair. "Maar slechts in één dossier werd 5.000 euro uitbetaald."

photonews

Ernstig onevenwicht

Het geld voor die vergoedingen moet normaal gezien komen uit de 'planbatenheffing', de tegenhanger van de planschade. Daarvan is sprake wanneer de eigenaar door een bestemmingswijziging een meerwaarde kan realiseren, zoals bouwen wanneer dat daarvoor niet mocht. Op die meerwaarde hoeft de eigenaar meestal slechts een beperkte belasting te betalen. Zo werd in Vlaanderen de afgelopen acht jaar door herbestemmingen een meerwaarde van 1,86 miljard euro gecreëerd, maar werd hiervan slechts 1,7 procent belast.

Net door die beperkte inkomsten staat de overheid dus niet te popelen om planschadevergoedingen te betalen. Bovendien leidt het onevenwicht ertoe dat bepaalde beslissingen, die de goede ruimtelijke ordening ten goede zouden komen, uit de weg gegaan worden. Lokale besturen vrezen namelijk de financiële en politieke weerslag van dergelijke compenserende instrumenten, luidt het. De inkomsten die al werden geïnd, dienden dan ook niet als compensatie voor de vrijwaring van de open ruimte en de daaruit voortvloeiende planschadevergoedingen, maar wel om het gat in de begroting op te vullen.  

ANP

De tijd dringt

De huidige regeling voldoet dus allerminst. "Het onderzoek toont aan dat er ingezet dient te worden op een combinatie van maatregelen", besluit Comhair. "Voor de overheid dringt de tijd dus om een adequaat instrumentenpakket samen te stellen, vooraleer de ingrijpende wijzigingen in het eigendomsrecht tot veelvuldig protest van de burger leiden."




2 reacties

Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie
Door het plaatsten van een reactie, ga je akkoord met de gedragsregels


  • wim rooyakkers

    De overheid wil zelden betalen. Maar alleen maar halen.

  • Wim Van de Wygaert

    Er zijn heel wat mensen rijk mee geworden. Is ook niet eerlijk.

Meld een bug