Verborgen 13e-eeuwse teksten vertellen verhalen over Merlijn de tovenaar en koning Arthur beetje anders

Vroeger werden oude teksten wel vaker hergebruikt als boekenkaft.
University of Bristol Vroeger werden oude teksten wel vaker hergebruikt als boekenkaft.
Aan de universiteit van Bristol (Engeland) heeft een bibliothecaris zeven waardevolle pagina’s handgeschreven teksten ontdekt die vertellen over de avonturen van Merlijn en koning Arthur. Het zou gaan om documenten waarop Sir Thomas Malory, de auteur van de verhalen zoals wij ze kennen, zich baseerde.

Waarom de kostbare documenten nooit eerder werden ontdekt? Ze werden als boekenkaft gebruikt van een 16e-eeuws boek, aldus de bibliothecaris van de universiteitsbibliotheek Michael Richardson. Oude teksten werden vroeger wel vaker hergebruikt om boeken te binden. Richardson was eigenlijk op zoek naar middeleeuwse teksten voor enkele studenten toen hij op de bijzondere vondst stootte.

Toveren kan hij niet, maar de bibliothecaris voelde zich alvast betoverd nadat hij ontdekte dat de zeven onbekende handgeschreven perkamenten over Merlijn de tovenaar, koning Arthur, vrienden én vijanden handelden.

Onbekende zoektocht naar Heilige Graal

De verraste bibliothecaris herkende al snel enkele namen uit het tijdperk van koning Arthur en verwittigde bevoegde collega’s. Het team ontdekte dat de teksten oorspronkelijk deel uitmaakten van een vierdelige editie van de Oudfranse reeks van Jean de Gerson, een befaamd theoloog en kanselier van de Universiteit van Parijs. De reeks zou later toegevoegd worden aan de “Lancelot-Graalcyclus”, een 13e-eeuwse tekst over de zoektocht van de ridder Lancelot naar de Heilige Graal. Vermoedelijk baseerde de al even bekende Sir Thomas Malory zijn verhalen over koning Arthur en zijn ridders (Le Morte d’Arthur) op de verhalen van de 13e-eeuwe voorganger.

“De verhalen in de Bristol-fragmenten zijn echter niet precies hetzelfde als de klassieke verhalen, zoals wij ze kennen, van koning Arthur”, aldus Leah Tether, Brits onderzoeksdirecteur van de International Arthurian Society. De fragmenten van Thomas Malory, die tussen 1494 en 1502 werden gedrukt in Straatsburg, bevatten subtiele maar significante verschillen”, vervolgt ze. “Deze fragmenten uit het verhaal van Merlijn en koning Arthur zijn een wonderbaarlijk spannende vondst die mogelijk gevolgen heeft voor het onderzoek. Niet enkel voor de interpretatie van dergelijke teksten, maar ook voor ons moderne begrip van de Arthur-legende.”

(Lees verder onder de foto)

Van links naar rechts: Leah Tether, Laura Chuhan Campbell, Michael Richardson en Benjamin Pohl in de universiteitsbibliotheek van Bristol.
University of Bristol Van links naar rechts: Leah Tether, Laura Chuhan Campbell, Michael Richardson en Benjamin Pohl in de universiteitsbibliotheek van Bristol.

Verschillen

Tot nu toe bestudeerden de onderzoekers slechts een fractie van de teksten. Zo konden ze alvast ontcijferen dat de tekst handelt over de strijd met de fictieve Frankische koning Claudas. Merlijn plande die aanval zorgvuldig, maar in werkelijkheid was de veldslag gruwelijker dan verwacht waarbij de manschappen van koning Arthur en vrienden heel wat tegenslagen te verwerken kregen.

In het heetst van de strijd zou Merlijn zelf met een vaandel met daarop een draak die vuur spuwt ten strijde zijn getrokken. Na heel wat escapades en beproevingen richt Merlijn zich met enkele wijze woorden tot de troepen waarna ze eindelijk zegevieren.

Koning Claudas zou volgens de gevonden teksten gewond geraakt zijn, maar hoe dat gebeurt, blijft onbesproken. In de klassieke vertellingen van Sir Thomas Malory staat echter te lezen dat hij in zijn dij geraakt wordt, een metafoor voor impotentie. “Er zijn veel meer verschillen, maar vanwege de schade aan de fragmenten, zal het tijd kosten om de inhoud correct te ontcijferen”, aldus Leah Tether.




12 reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.


  • Tim Claes

    @Gerd Peeters: en waarom zou dit aantonen dat koning Arthur wél bestaan heeft? Het enige wat de vondst aantoont is dat de verhalen omtrent Arthur zoals wij ze kennen, oudere bronnen hebben. Die bronnen kunnen evenzeer fictie geweest zijn, of een samenraapsel van fictie verweven met enkele feiten.

  • joeri gielen

    Er zijn zo wel meer boeken waar niks van waar is , hele geloven zijn er op gebaseerd met alle messerie vandien. Vroeger had men dichters die overal bij elk dorpje hun gedichten gingen brengen....die hebben ze toen beginnen opschrijven en bundelen, het probleem was dat niet iedereen 1 kon schrijven 2 kon lezen...en zo zijn legendes ontstaan , omdat die verhalen verder verteld werden door de meestal lagere klasse.

  • Lode Loyens

    Raar! Hoe kon Sir Thomas Malory zich daarop baseren als de geschriften nu pas ontdekt zijn?

  • Gino Denil

    Het is maar wat je allemaal voor Nederlands wil laten doorgaan, jos beverke. De hedendaagse taalkundigen gaan er eerder van uit dat het om een Kents dialect van het Oudengels gaat. Maar nationalisten die zich beroepen op de taal voor hun identiteit recupereren het natuurlijk graag als een vorm van Oudnederlands. En ook het Nederlands is niet uit de lucht komen vallen en heeft dus een historisch verleden.

  • Karel Dierckx

    Waarom zou dit aantonen dat koning Arthur wel degelijk bestaan heeft, Gerd? Of Malory deze verhalen zelf heeft verzonnen dan wel gebaseerd heeft op die van iemand anders maakt toch niets uit wat dat betreft?