Ruimtesonde Voyager 2 vergaart opnieuw data, vanop 18,5 miljard kilometer afstand

Voyager 2 verrichtte sinds eind januari geen metingen meer.
EPA Voyager 2 verrichtte sinds eind januari geen metingen meer.
De Amerikaanse ruimtesonde Voyager 2 vergaart opnieuw wetenschappelijke data nadat er eind januari een hapering was opgetreden. Dat heeft het vluchtleidingscentrum, het Jet Propulsion Laboratory (JPL) in het Californische Pasadena, bekendgemaakt.

Op 25 januari liep het mis met de beroemde sonde. Ze moest 360 graden draaien om een van de instrumenten aan boord af te stemmen, maar voerde die standaardbeweging niet uit. Vervolgens bleken twee systemen die veel energie verbruiken tegelijk actief te zijn geworden. Als reactie maakte de Voyager 2 een soort noodstop: uit voorzorg werden alle meetinstrumenten aan boord uitgeschakeld. De vluchtleiding greep daarop in en heeft een van de twee energieslurpende systemen gestopt.

Het ruimtetuig bleef stabiel en de communicatie met het JPL bleef goed. Meer nog, de instrumenten verzamelen weer wetenschappelijke data. Niettemin onderzoeken teams de gezondheid van de instrumenten na de kortstondige uitschakeling.

De Voyager 2 werd in augustus 1977 gelanceerd voor de verkenning van de vier grote buitenplaneten van ons zonnestelsel. Eind 2018 verliet de sonde ons zonnestelsel en bereikte ze de eindeloze ruimte tussen de sterren, het zogeheten interstellaire medium. De Voyager vliegt momenteel op zo'n 18,5 miljard kilometer afstand van de Aarde. De sonde doet metingen van het gebied waar ze doorheen vliegt en stuurt die door. Die enorme afstand maakt het moeilijk om de Voyager 2 te beheren. Elke opdracht van de vluchtleiding doet er met de snelheid van het licht 17 uur over om de sonde te bereiken. Het antwoord is ook weer 17 uur op weg naar ons. Dat betekent dat het 34 uur duurt om te weten of een commando heeft gewerkt.

De Voyager 2 blijft ongeremd doorvliegen, met een snelheid van ruim 55.000 kilometer per uur. Over ongeveer 300 jaar komt hij bij de Oortwolk, een gigantisch gebied van ruimterotsen en miniplaneetjes. Mogelijk komen veel kometen hiervandaan. Waarschijnlijk heeft de sonde ongeveer 30.000 jaar nodig om daar doorheen te vliegen. Over 40.000 jaar komt het ruimtetuig voor het eerst een ster tegen.