Hoofd Europees ruimtevaartbureau wil meer aandacht voor ruimteschroot

Artistieke impressie van het ClearSpace-1 ruimteschip dat ruimteschroot zal opruimen in 2025.
EPA Artistieke impressie van het ClearSpace-1 ruimteschip dat ruimteschroot zal opruimen in 2025.
Als hoofd van het Europese Ruimtevaartbureau ESA heeft Jan Woerner bij zijn jaarlijkse nieuwjaarspersconferentie voor meer werk rond ruimteschroot gepleit.

De ontwikkeling van zogenoemde mega-constellaties van honderden of zelfs duizenden satellieten houdt in dat er meer "ruimteverkeersmanagement" zal moeten zijn voor ruimteschroot. Niet-operationele satellieten en schroot kunnen botsen met actieve satellieten die rondom onze planeet wentelen.

Het Amerikaanse SpaceX is begonnen een netwerk van telecomsatellieten uit te bouwen dat duizenden kunstmanen zal omvatten. Concurrent OneWeb voorziet meer dan 900 stuks, eveneens voor wereldwijde internettoegang.

Jan Woerner.
Uwe Anspach/dpa Jan Woerner.

Volgens Rolf Densing, hoofd operaties bij ESA, is het ruimtevaartbureau zelf verantwoordelijk voor waarschijnlijk vijf procent van het ruimteschroot. De bedoeling is tegen 2030 meer afval op te ruimen dan er te creeëren.

Woerner zei dat ESA met de operatoren van mega-constellaties, waaronder ook OneWeb, heeft gepraat. Maar ook concurrentie-overwegingen spelen voor operatoren een rol.

Een bestaande internationale norm waarbij satellieten 25 jaar na het beëindigen van hun operaties zouden moeten terugkeren is te lang, vindt de directeur-generaal van ESA. "We moeten ijveren voor een kortere periode want als je kijkt... naar de mega-constellaties en anderen, kunnen wij niet 25 jaar vervuilen en achteraf hopen dat het in orde is."