"Eerste bewijs van zwemmende dino's": nieuwe soort lijkt kruising tussen zwaan en 'klassieke' dinosaurus

AP
Naast lopende en vliegende dinosaurussen bestonden ook zwemmende exemplaren, zo  blijkt uit het onderzoek van een fossiel dat ontdekt werd in Mongolië. Het gaat om een nieuwe soort die tussen 71 en 75 miljoen jaar oud is. Het onderzoek, dat staat in het wetenschappelijke tijdschrift Nature, werd gevoerd door een internationaal team van paleontologen, onder wie twee Belgen.

De dino, die luistert naar de naam Halszkaraptor escuilliei, had een lange, zwaanachtige nek, kleine vleugelachtige uitstulpingen en een snavel met kleine tanden. Het dier leefde zowel op het land als in het water. Zijn poten lijken op deze van loopvogels, zijn vleugels op de korte vinachtige voorste ledematen van pinguïns. Op basis van die eigenschappen besloten de wetenschappers dat nood was aan een nieuwe subfamilie in de grote dino-stamboom, die van de Halszkaraptorinae.

Belgen

Aan het onderzoek, onder leiding van de Italiaan Andrea Cau van het Museo Geologico Giovanni Capellini in Bologna, namen twee Brusselse wetenschappers deel: Pascal Godefroit van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) en Koen Stein van de afdeling AMGC (Analytical, Environmental and Geo- Chemistry) van de VUB. Godefroit zorgde er mee voor dat het fossiel onderzocht kon worden en dat het uiteindelijk werd teruggegeven aan Mongolië.

"Het fossiel was illegaal opgegraven en uit Mongolië gesmokkeld", zegt Godefroit. "Daarna belandde het achtereenvolgens bij minstens vijf verschillende privé-eigenaars. Het was (de Franse paleontoloog) François Escuillié, een bekend verzamelaar, die het fossiel opmerkte en aankocht, waarna hij het aan het KBIN bezorgde voor repatriëring."

Pascal Godefroit in 2008.
©PHOTO NEWS Pascal Godefroit in 2008.

Nieuwe soort

Onderzoek van het fossiel door een synchrotron in het Franse Grenoble (de European Synchrotron Radiation Facility) bracht verborgen anatomische kenmerken van het dier aan het licht, waardoor het als een volledig nieuwe soort werd erkend. "Vroeger gingen we er altijd vanuit dat dinosauriërs op het land leefden", verduidelijkt Godefroit. "Sedert een tiental jaar weten we ook dat er vliegende exemplaren bestonden. Nu ontdekten we door de scan met de synchrotron een speciale aanpassing aan de voorste ledematen van het dier, waarbij de eerste vinger langer is dan de andere. Eenzelfde aanpassing zien we bij nog levende dieren als de pinguïn." Het fossiele dier bleek voorts een lange zwanenhals te hebben.

Koen Stein van de VUB deed onderzoek naar de leeftijd van het dier. "Ik onderzocht enkele stalen van het scheenbeen van het fossiel", zegt Stein. Daaruit bleek "dat het dier één tot twee jaar oud moet zijn geweest toen het stierf". Het was bijna volgroeid. "Op zich is dat al een aanwijzing dat het wellicht niet om een vogel gaat. De meeste moderne vogels zijn volgroeid binnen een periode van enkele maanden. Alleen bij grotere loopvogels kan de groei meer dan een jaar duren. Vogelachtige dinosauriërs hebben dikwijls een langere groeitijd."

AP

Tanden

Bij de scans in Grenoble waren duidelijk tanden in de onderkaak van het dier te zien. "De tanden verschillen opmerkelijk van deze van aan land jagende dinosauriërs. Waarschijnlijk was het een viseter."

"Het is de eerste keer dat bewezen wordt dat er naast lopende en vliegende ook zwemmende dinosauriërs zijn"

"Het fossiel heeft enkele opvallende kenmerken van waterdieren, zowel van in het water levende reptielen als van watervogels", aldus Stein. "Niet alleen zijn er de vinachtige voorste ledematen. Ook de relatief grote holtes rond de snavel (...) doen denken aan waterdieren."
Verder is het borstbeen van de Halszkaraptor escuilliei relatief licht, waardoor de eventuele vliegcapaciteit gehypothekeerd wordt, en is de botwand van de beenderen dik, een kenmerk van waterdieren.

"Dat alles doet ons besluiten dat het over een dier gaat dat zich ook in het water waagde, een watervogelachtige dinosauriër", zegt Stein. "Daarmee is het de eerste keer dat bewezen wordt dat er naast lopende en vliegende ook zwemmende dinosauriërs zijn", concludeert Godefroit.

Naam en vindplaats

De naam van de soort, Halszkaraptor escuilliei, is een eerbetoon aan de Poolse paleontologe Halszka Osmólska (1930-2008) voor haar bijdragen aan de paleontologie van de theropoden, en aan Escuillié.

De exacte vindplaats is niet bekend. "We weten waar de sedimenten voorkomen waarin het fossiel gevangen zit", zegt Godefroit. "En dus ook de geologische formatie waar het in thuishoort. Daarmee kunnen we de vindplaats op een tiental kilometer precies benaderen." 




Reacties

Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie
Door het plaatsten van een reactie, ga je akkoord met de gedragsregels