Waarom blijven we als kind zo lang klein?

THINKSTOCK
Je hoort ouders wel eens zeggen dat hun kinderen toch snel groot zijn geworden. Als kind maak je dan ook heel wat veranderingen mee waardoor het inderdaad lijkt dat je plots in een vingerknip al volwassen bent. Toch worden wij als mens niet snel groot, volgens de wetenschap is er zelfs een goede verklaring waarom we zo klein blijven gedurende onder peuter-, kleuter- en tienerjaren.

Mensen en chimpansees lijken op vele vlakken erg op elkaar maar wanneer het om de ontwikkeling van onze lichaamslengte gaat, blijken we toch erg te verschillen. Zo zal een chimpansee veel sneller zijn optimale gewicht bereiken. Hoewel een kind het eerste jaar na de geboorte twee keer zoveel weegt als een chimpansee, zal de primaat op zijn achtste levensjaar dubbel zoveel wegen als een kind van dezelfde leeftijd. Tegen het twaalfde levensjaar bereikt de chimpansee vervolgens zijn streefgewicht, zo'n zes jaar vroeger dan de mens. Naar mate je gewicht toeneemt, zal je normaal gezien ook groeien.

De reden waarom onze lichaamslengte zo gestaag toeneemt naarmate we ouder worden, is te verklaren aan de hand van onze hersenen. Tussen ons vierde levensjaar tot onze puberteit wordt onze glucoseproductie enorm verhoogd en dat heeft een grote invloed op ons brein. Gedurende een aantal jaren gebruiken onze hersenen daardoor dubbel zoveel glucose dan op eender welk ander moment in ons leven. Het feit dat ons lichaam op dat moment drie keer kleiner is dan dat van een volwassene maar onze hersenen al dubbel zo hard moeten werken, zorgt voor een probleem.

De periode waarin ons brein de meeste glucose nodig heeft, is de periode waarin ons lichaam het minst groeit. Onze lichamen kunnen het zich niet namelijk veroorloven om in de peuter- en kleutertijd sneller te groeien, omdat een groot deel van de energie juist nodig is voor het ontwikkelen dan het brein. Net omdat onze hersenen alle energie en glucose opslorpen, kunnen we diezelfde energie niet gebruiken om te groeien. De groei van ons lijf komt bijna stil te staan als we een leeftijd bereiken waarop de hersenontwikkeling ongelofelijk snel gaat.

Mensen zouden zelfs zo geëvolueerd zijn om in hun peuter- en kleuterjaren langzamer te groeien en zo energie vrij te maken voor de hersenen die dan op een hoog tempo werken.