Ga naar de mobiele website
^ Top

Van verzorger naar schoonmaker: mieren die van carrière veranderen

REUTERS
Door een kolonie mieren met camera's te volgen hebben onderzoekers ontdekt dat mieren gedurende hun leven van 'baan' kunnen veranderen. Verzorgers worden schoonmakers en schoonmakers worden voedselverzamelaars. Ook kwamen de onderzoekers erachter dat de drie groepen niet zoveel contact met elkaar hebben.

Om de mieren individueel te kunnen volgen, kreeg elke mier een barcode op zijn rug. Camera's registreerden aan de hand van deze code twee keer per seconde waar de mier zich bevond. Hierdoor kregen de onderzoekers een bestand van gegevens met meer dan 2,4 miljard mierposities. Daarnaast registreerden de camera's bijna tien miljoen interacties tussen de mieren.  

Drie groepen
Uit de posities van de individuele mieren konden de onderzoekers afleiden dat mieren drie groepen kennen, elk met hun eigen taak: verzorgers, schoonmakers en voedselverzamelaars. Deze groepen gebruikten verschillende delen van het nest. Zo bleven de verzorgers vaak bij de koningin en kwamen de voedselverzamelaars vaak niet veel verder dan de opening van het nest. De schoonmakers werden vaker door het hele nest gezien.  

Verder kwamen de onderzoekers erachter dat mieren niet hun hele leven in de groepen verblijven. Jonge mieren beginnen vaak als verzorger van de koningin en haar nageslacht. Naarmate de mier ouder wordt, bestaat de kans dat deze zich aansluit bij de groep van schoonmakers. De overstap naar voedselverzamelaar gebeurde volgens de onderzoekers dan op nog latere leeftijd. Overigens is het niet zo dat deze overstap voor elke mier geldt. Er zijn ook jonge voedselverzamelaars en oudere verzorgers.  

Vooral de groep van verzorgers en verzamelaars komen zelden in contact met elkaar, zelfs als de ingang en de broedplaats dicht bij elkaar in de buurt liggen. De reden dat de groepen niet mengen, ligt waarschijnlijk aan het feit dat de onderlinge communicatie effectiever is als je alleen maar met de eigen groep hoeft te communiceren. Verder is het mogelijk dat de verspreiding van parasieten op deze manier beperkt wordt.  

Kleine ruimte
De kolonies die voor het experiment gebruikt werden, telden tussen de honderd en tweehonderd mieren, en vonden plaats in een kleine, platte ruimte. Door de toegepaste methode konden de onderzoekers echter de grote hoeveelheid gegevens bemachtigen. En dat is belangrijk, vindt entomoloog Anna Dornhaus. 'Dit onderzoek is een game-changer. Zowel in grootte als in de gedetailleerdheid van de data. Verschillende methoden om dieren automatisch te volgen zijn recent ontwikkeld, maar dit is één van de eerste waarbij dat leidt tot resultaten', aldus de wetenschapster tegen Nature.

De onderzoekers willen nu verder kijken naar de reden dat de mieren van groep wisselen. Onderzoekster Danielle Mersch van de Universiteit van Lausanne: 'Zullen de gegevens die we hebben, kunnen bepalen wanneer welke mieren welke taken uitvoeren?  

Toch zijn er ook twijfels bij de resultaten van het onderzoek. James Traniello, gedragsbioloog aan de Universiteit van Boston, vraagt zich af hoe de gevonden patronen zullen verschillen bij andere miersoorten of mieren in het wild. Er zijn meer dan twaalfduizend miersoorten bekend en kolonies zijn vaak groter dan een paar honderd mieren. Zo is één van de grootst bekende mierenkolonies die van de Argentijnse mier die zich in Europa over een lengte van zesduizend kilometer uitstrekt.

Maar ook Traniello ziet de oplossing tot zijn vragen in de nieuwe, gebruikte methode. Hij hoopt dat ook deze breed ingezet gaat worden.

In onderstaand filmpje worden de bewegingen van de mieren in een kolonie zichtbaar. De gekleurde lijnen die verschijnen zijn de bewegingen van de mieren. Als er geen lijn ontstaat, beweegt de mier niet. 

Meer over


Gesponsord

Meld een bug