Ook dinosaurussen konden kanker krijgen

VUB
Kanker is geen modern fenomeen. Onderzoekers van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) en de Université de Liège (ULiège) hebben aangetoond dat ook sauropoden – de grootste dieren die ooit op het aardoppervlak liepen – vatbaar waren voor botaandoeningen zoals kwaadaardige kankers.

Doctoraatstudent Benjamin Jentgen onderzocht voor de studie botstalen van twee vroege sauropoden. De stalen werden in 2008 genomen door paleontoloog Koen Stein (VUB) – de coauteur van de studie – als onderdeel van zijn eigen doctoraatsonderzoek. “Er vielen mij toen meteen abnormale weefsels op. Het was duidelijk dat het om een ziektebeeld ging”, zegt die.

Oorzaken

Jentgen werkte zich door medische en veterinaire literatuur en slaagde erin de mogelijke oorzaken van de vreemde botweefsels van de twee dinosaurussen te bepalen. Het bleek naar alle waarschijnlijkheid kanker te zijn.


“De dieren vertonen verschillende types van infectie”, aldus Jentgen. “Het eerste dier – een Isanosaurus uit het Vroege Jura (200 miljoen jaar oud) die gevonden werd in Thailand – heeft op het einde van zijn leven een soort microscopische botnaalden geproduceerd aan het oppervlak van zijn opperarmbeen. Het dier is kort erna gestorven. Dergelijke naalden worden geassocieerd met kwaadaardige tumoren. Dat past dus in het plaatje van een dodelijke botkanker.” (lees hieronder verder)

VUB

Het andere dier – een Spinophorosaurus uit het Jura die gevonden werd in Niger – had eveneens naaldachtige botstructuren, maar overleefde de infectie wél. “Het kan een reactie geweest zijn op een goedaardige tumor of een virale infectie, maar het skelet van het dier is vrij compleet en toont verscheidene andere pathologieën zoals breuken”, aldus Jentgen. “Dat betekent dat het dier verscheidene malen trauma’s had tijdens zijn leven.”

Zowel de Isanosaurus als de Spinophorosaurus kon tot 15 meter lang worden en woog 7 ton.

De resultaten van het onderzoek werden gepubliceerd in Philosophical Transactions of the Royal Society B.