Noordzeekreeften krijgen zender om liefdesnest te ontdekken

Kos
Twee Noordzeekreeften die zich ophouden aan de windmolenparken hebben elk een zendertje gekregen. Wetenschappers van de UGent en het Vlaams Instituut voor de Zee willen onderzoeken hoe honkvast die schaaldieren zijn en of ze een ontmoetingsplaats hebben om zich voort te planten.

Net als vissen, zoals steenbolk en kabeljauw, maar ook krabben, anenomen, zeesterren en zee-egels, vonden nu ook de Noordzeekreeften de betonnen rifstructuren aan de windmolenparken van Belwind en C-power. Anderhalf jaar geleden werden daar twee sets van elk 33 betonnen rifballen, bevestigd aan een metalen frame, afgezonken om na te gaan of die zeedieren en -planten een duwtje in de rug kunnen gebruiken.

Omdat er weinig wetenschappelijk kennis is over de Noordzeekreeft, bevestigden duikers-onderzoekers de vier gram lichte zendertjes, van een op drie centimeter, op twee kreeften. "Signalen van deze zenders worden opgevangen door vijftig ontvangers die in een straal van vijfhonderd meter rond het rif geplaatst werden", zegt wetenschappelijk onderzoeker Jan Ruebens (VLIZ/UGent). "Enerzijds weten we dat de kreeft vrij honkvast is, maar niet hoe honkvast. Blijven ze bij de reefballs of gaan ze ook op stap naar andere harde structuren in de buurt? Anderzijds is het niet geweten of ze kleine verplaatsingen doen bij de voortplanting, we weten bijvoorbeeld niet of er een soort 'meeting point' bestaat."

De onderzoekers krijgen de signalen niet realtime binnen, die moeten achteraf uitgelezen worden. De informatie over de bewegingspatronen is niet alleen ecologisch of biologisch belangrijk, maar kan ook economisch nuttig zijn in het kader van een soortgerichte visserij of aquacultuur.

Het onderzoek kadert in het project 'Noordzee-observatorium'. Eerder werd al kabeljauw gezenderd: het vermoeden dat die tot de Westerschelde migreren werd ondertussen wetenschappelijk bewezen. Ook paling werd gezenderd en in de toekomst mogelijk ook nog pladijs, tong, rogge of andere haaiensoorten.