Mogelijk schuilt in 20 jaar oude data van het CERN een nieuw deeltje

ap
De gigantische deeltjesversneller LHC van het Europees Centrum voor Nucleair Onderzoek in Genève mag dan wel het met het Higssboson het sluitstuk van het Standaardmodel rond de materie, en België een Nobelprijs, hebben opgeleverd, in twintig jaar oude data van zijn voorganger schuilt mogelijk nog een nieuw deeltje. Dat heeft het populair-wetenschappelijke tijdschrift New Scientist vandaag getwitterd.

In de tunnel waar nu de LHC staat, werkte van 1989 tot 2000 de deeltjesversneller LEP of "Large Electron-Positron Collider". Daarmee analyseerden wetenschappers bij botsingen van elektronen en prositronen het verval van Z-bosonen.

Maar de vorsers tendeerden daarbij, net als bij de zoektocht naar het Higgsboson, enkel te kijken naar signalen dat theoretische modellen hadden voorspeld. Zo was het bestaan van het Higgsboson in 1964 voorspeld door de Schot Peter Higgs, en de Belgen François Englert en Robert Brout.

Sinds het experiment met de ALEPH-deeltjesdetector afliep, zijn echter vele nieuwe theorieën ontstaan. Wat Arno Heister van het CERN ertoe aanzette de oude data nog eens opnieuw te bekijken.

Zonder iets bijzonders te zoeken stootte hij op een lichte overschrijding van vervalproducten bij een energie van zowat 30 gigaelectronvolt (GeV). Als het geen statistisch artifact is, kan het wijzen op het bestaan van een nieuw deeltje dat naar een complexere theorie over het wezen van de natuur kan leiden.

Zo hongeren natuurkundigen naar een model dat vragen kan beantwoorden waarom er meer materie is dan antimaterie en waaruit donkere materie bestaat.