Steun aan windmolenparken op zee verdrievoudigd

BELGA
De financiële steun aan de offshore windmolenparken is in vier jaar verdrievoudigd, nu er op zee steeds meer stroom opgewekt wordt. Dat blijkt uit cijfers van de federale energieregulator CREG, zo meldt de VRT. De steun wordt betaald door de energieverbruikers.

Vorig jaar ging er voor 230 miljoen euro aan groenestroomcertificaten naar de windmolenparken op zee. In 2011 was dat nog maar 75 miljoen euro. Momenteel zijn er drie parken in werking, in 2020 zullen dat er acht zijn, met alles samen een vermogen van twee grote kerncentrales, stelt de VRT.

België moet volgens de klimaatdoelstellingen tegen 2020 dertien procent van de energiebehoefte uit hernieuwbare energie halen, voor de hele Europese Unie ligt de doelstelling op twintig procent. Volgens de Europese statistiekdienst Eurostat haalde ons land in 2012 echter nog maar 6,8 procent uit wind, zon en andere hernieuwbare bronnen.

De certificaten voor offshore worden door alle consumenten betaald via een heffing op de energiefactuur. Vorig jaar werd dat mechanisme wel hervormd om de kosten in bedwang te houden.

Maar Febeliec, de koepel van industriële energieverbruikers, vindt toch dat de windmolens efficiënter moeten worden en er meer technologische vooruitgang nodig is, om de productie op zee goedkoper te maken - en de factuur dus minder zwaar. De organisatie maakt de vergelijking met de zonnepanelen: in de beginperiode zwaar gesubsidieerd, maar nu steeds meer rendabel.