Onze steden hebben het (zonne)licht nog niet gezien

anp
Wil Vlaams minister van Energie Bart Tommelein (Open Vld) zijn doelstellingen op het vlak van zonne-energie halen, dan richt hij zijn pijlen het best op de steden. Die hinken zwaar achterop, zegt N-VA-energiespecialist Andries Gryffroy. "Er zijn 8 miljoen zonnepanelen extra mogelijk."

Woon je in Kinrooi, dan zit het er dik in dat je panelen op je dak hebt liggen. In Antwerpen of Gent is die kans een pák kleiner. "Vooral in stedelijke gebieden zijn er beduidend minder installaties", zo besluit Vlaams Parlementslid Gryffroy uit cijfers die hij opvroeg bij minister Tommelein. In de hierboven genoemde Limburgse gemeente wordt er per duizend inwoners een vermogen van bijna 475 kilowatt opgewekt door kleine installaties bij gezinnen. In Antwerpen is dat amper 31,5 kW. Ook steden als Gent (82 kW), Leuven (92 kW) en Mechelen (94 kW) scoren pover. Mochten alle gemeenten het even goed doen als Kinrooi, dan zou Vlaanderen 8 miljoen extra panelen tellen. Ter info: Tommelein mikt op 6,4 miljoen zonnepanelen erbij tegen 2020.

Geen eigen dak
Het grootste euvel om stadsbewoners aan de zonne-energie te krijgen, is allicht dat veel van hen in een flat wonen en dus geen eigen dak hebben. Gryffroy spoort Tommelein daarom nog eens aan om 'zonnedelen' mogelijk te maken - iets wat de minister al in zijn Zonneplan heeft opgenomen. Dat moet toelaten dat leden van een sportclub, klanten van een supermarkt, inwoners van een gemeente of werknemers van bedrijven kunnen investeren in panelen op het dak van de betreffende gebouwen.

Of 8 miljoen bijkomende panelen zou toelaten om het met een kerncentrale minder te doen? Nee, meent Gryffroy. Een kerncentrale kan immers de klok rond draaien, terwijl de panelen enkel renderen als de zon schijnt. Dat heeft tot gevolg dat al die extra installaties maar ongeveer de helft aan stroom van een kleine kerncentrale kunnen leveren. (KST)