Europa goed op weg om energiedoelstelling te halen, België hinkt achterop

Maros Sefcovic, vice-president van de Energie-Unie van de Europese Commissie.
EPA Maros Sefcovic, vice-president van de Energie-Unie van de Europese Commissie.
Er is veel kans dat Europa de doelstelling van 20 procent hernieuwbare energie tegen 2020 zal halen. Dat zei vicevoorzitter van de Europese Commissie, bevoegd voor Energie, Maros Sefcovic vandaag bij de voorstelling van het tweede verslag over de staat van de 'Energie-Unie'. België daarentegen hinkt achterop.

Het aandeel van de hernieuwbare energie in het totale Europese energieverbruik steeg in 2015 licht ten opzichte van het jaar voordien naar 16,4%. Het aandeel is nog groter als enkel naar elektriciteit gekeken wordt. 27,5% van de Europese elektriciteit wordt met hernieuwbare energie opgewekt.

De tendens is op verschillende vlakken bemoedigend. Hernieuwbare energie zorgt voor energiezekerheid - in 2015 werd voor 16 miljard euro aan fossiele brandstoffen bespaard - en draagt voor 144 miljard euro bij tot de economie, wat goed is voor één miljoen jobs.

Niet alle Europese landen zijn even goede leerlingen. Zo moet België tegen 2020 een aandeel van 13% hernieuwbare energie halen, terwijl dat in 2015 amper 7,3% was. Ons land is daarmee de vierde slechtste leerling. Enkel Luxemburg, Malta en Nederland doen slechter. De beste leerlingen zijn de Scandinavische landen met op kop Zweden met een aandeel van 54,1% hernieuwbare energie, gevolgd door Finland (39,5%) en Denemarken (30,6%). Ook Letland hoort met 39,2% hernieuwbare energie tot de top.