Een sprankeltje hoop: deze soorten passen zich aan nieuw klimaat aan

De tuinslak komt steeds vaker voor met een lichtgekleurd slakkenhuis.
Wikimedia Commons/Michael Gäbler De tuinslak komt steeds vaker voor met een lichtgekleurd slakkenhuis.
Dat de klimaatverandering de planten- en dierenwereld onder druk zet, is geweten. Maar volgens National Geographic moet de opwarming van de aarde niet meteen het einde betekenen van alle soorten. Uit recente studies blijkt dat planten en dieren verrassend flexibel kunnen zijn. Zo is er al bewijs gevonden van vlinders, tuinslakken, zalmen, uilen, koraal en tijm die zich aanpassen aan de veranderende leefomstandigheden.

Dieren en planten kunnen zich aanpassen aan een warmer klimaat, zich naar koelere plekken verplaatsen of zelfs als soort evolueren. Vlinders leven bijvoorbeeld al hoger in de bergen, bomen komen meer voor in het noorden van Amerika en Europa, insecten komen vroeger tevoorschijn, vogels beginnen eerder aan hun nest en planten staan vroeger in bloei en verliezen later hun bladeren.

Onverwacht is het aanpassingsvermogen van de vlindersoort quino checkerspot, die in Californië en Mexico leeft en sterk bedreigd is door de klimaatverandering. Omdat de weg noordwaarts geblokkeerd is door de metropool Los Angeles, dachten experten dat de soort gedoemd was.

"In de jaren negentig dacht elke vlinderbioloog, ook ik, dat de quino checkerspot nu wel zou uitgestorven zijn", getuigde Camille Parmesan van Plymouth University vorige maand tijdens een vlinderconferentie in Engeland. "Maar de vlinder lijkt zijn habitat op miraculeuze wijze verlegd te hebben naar grotere hoogten. Daar vond hij een nieuwe plantensoort waarop hij zijn eitjes kan leggen."

Koralen
Een tweede hoopgevend verhaal verscheen op 24 april in Science. Bij een onderzoek in de Stille Oceaan rond Amerikaans-Samoa werd vastgesteld dat enkele koraalbaden opmerkelijk warmer waren dan de andere. Hogere watertemperaturen kunnen koralen doen verbleken: ze stoten de algen af die binnenin hen leven en verliezen daardoor hun kleur en hun energiebron. Maar deze koralen leken geen last te hebben van de warmte.

Ecoloog Stephen Palumbi van Standford University in Californië onderzocht de hittetolerantie van de koralen uit de warme baden en vergeleek ze met andere koralen. De eerste bleken veel resistenter tegen de hitte. Maar wanneer de 'koude' koralen een jaar in een warm bad verbleven, hadden ze zich aan hun nieuwe situatie aangepast.

Tuinslak
Ook dichter bij huis is bewijs voorhanden van zulke flexibiliteit. Zo heeft de tuinslak steeds vaker een lichtgekleurd slakkenhuis. Onderzoek heeft aangetoond dat slakken met een licht huis een lagere lichaamstemperatuur hebben dan die met een donker huis.

In Frankrijk is een verandering waar te nemen bij de wilde tijm, die meer olie produceert om planteneters af te schrikken die normaal de vele koudegolven niet overleefden. In Finland is onderzoek verricht naar bosuilen. Omdat het minder sneeuwt, hebben lichtgrijze uilen nog maar weinig voordeel; tegenwoordig komen er dan ook veel meer bruine uilen voor.

In Alaska is dan weer vastgesteld dat de roze zalm al vroeger in het jaar migreert uit de Aukebaai, die jaarlijks met 0,03 graden celsius opwarmt.

Voordeel

Tot dusver is slechts voor enkele soorten bewijs van flexibiliteit voorhanden. Ecologen denken dat het klimaat voor de meeste dieren en planten te snel verandert.

Welke soorten in het voordeel zijn, is nog niet geweten. Sommige onderzoekers verwachten dat kortlevende soorten, die zich op grote schaal verspreiden in het voordeel zijn. Een andere gangbare hypothese is dat tropische soorten het moeilijker zullen hebben om zich aan te passen.

De vlinder quino checkerspot heeft zijn habitat verlegd.
Wikimedia Commons/USFWS De vlinder quino checkerspot heeft zijn habitat verlegd.
De bosuil neemt vaker een bruine kleur aan.
Wikimedia Commons/Chrumps De bosuil neemt vaker een bruine kleur aan.
Koraal kan zich aanpassen aan warmere watertemperaturen.
Wikimedia Commons/NOAA Koraal kan zich aanpassen aan warmere watertemperaturen.