CO2 omgezet in steen tijdens baanbrekend onderzoek naar klimaatverandering

Kevin Krajick/Lamont-Doherty Earth Observatory
Wetenschappers hebben een goedkopere en veiligere manier ontdekt om koolstofdioxide ondergronds op te slaan. In plaats van CO2 op te slaan als een gas, wordt het omgezet in steen. Daarmee wordt een belangrijke nieuwe stap gezet in de aanpak van de klimaatverandering.

De ondergrondse opslag van koolstofdioxide wordt beschouwd als een belangrijke maatregel in de aanpak van de klimaatopwarming. De reeds bestaande projecten slaan het CO2 op als een gas, maar dat gaat gepaard met hoge kosten en gevaar voor lekken.

In het nieuwe project 'Carbfix' wordt CO2 in het vulkanisch gesteente onder de IJslandse bodem gepompt. Dat versnelt het proces waarbij de basaltsteen reageert met het gas en zo wordt omgezet in carbonaatmineralen die op hun beurt kalksteen vormen. De onderzoekers stonden versteld over de snelheid van het proces: in plaats van de voorspelde honderdduizenden jaren, duurde het amper twee jaar om CO2 om te zetten in kalksteen.

Het onderzoek werd uitgevoerd bij de Hellisheidi-energiecentrale: de grootste geothermale installatie ter wereld.

Nood aan politieke actie

"We moeten de stijgende koolstofemissie aanpakken en dit is de ultieme permanente opslag: het weer in steen veranderen," aldus Jürg Matter aan de Universiteit van Southampton die het onderzoek leidde. De studie werd gisteren gepubliceerd in het wetenschappelijk magazine Science.

Het enige wat de opslag van koolstofdioxide tegenhoudt, is het gebrek aan politieke actie, zoals een prijskaartje vasthangen aan de uitstof van CO2. "De techniek voor de opslag is klaar om ingezet te worden. Waarom zien we dan geen honderden dergelijke projecten? Er is geen stimulans om dat te doen", aldus Matter.

Basaltsteen in Ijsland
thinkstock Basaltsteen in Ijsland

Basaltsteen

Het IJslandse project werd al in schaal uitgebreid en zal jaarlijks 10.000 ton opslaan. Basaltsteen is over de hele wereld terug te vinden: het vormt de bodem van alle oceanen en delen van het vasteland. "In de toekomst kunnen we overwegen om dit de gebruiken voor energiecentrales op plaatsen waar er veel basalt is en er zijn veel dergelijke plaatsen," aldus onderzoeker Martin Stute.

De nieuwe techniek vereist wel grote hoeveelheden water: per ton CO2 is er 25 ton water nodig. Volgens Matter kan er echter gebruik gemaakt worden van zeewater. Daarnaast kunnen ondergrondse microben ook het carbonaat afbreken tot methaan, een krachtig broeikasgas. Dit probleem deed zich tijdens het IJslandse proefproject echter niet voor.

Ook andere oplossingen nodig

Stuart Haszeldine, professor aan de Universiteit van Edinburgh, was zelf niet bij de studie betrokken, maar is erg enthousiast over het onderzoek. "Dit is geweldig. Het kan een goedkope en erg veilige oplossing zijn voor delen van de wereld waar de juiste steen bestaat. Maar dit moet gebruikt worden naast de bestaande voorstellen, want het probleem van miljoenen tonnen CO2-uitstoot per jaar is immens en geen enkele alleenstaande oplossing is omvangrijk genoeg en snel genoeg."