OPINIE: "Het aantal jongeren met een depressie, dat is verontwaardigend. Niet dat een deel hiervan antidepressiva gebruikt"

Na de kritiek die er vorige week op de psychiatrie kwam, geeft kinder- en jeugdpsychiater Sofie Crommen nu haar mening over het antidepressiva-gebruik bij jongeren.

© VRT 2010
De voorbije dagen rapporteerden diverse media erover: 3.150 jongeren van 11 tot 15 jaar en 14.480 jongeren van 16 tot 20 jaar gebruikten in 2016 antidepressiva. Een stijging van respectievelijk 8,6 % en 2 % in vergelijking met het jaar ervoor. “Hallucinante cijfers” klinkt het dan onmiddellijk, vanuit verschillende hoeken. Maar is deze verontwaardiging over het antidepressiva-gebruik eigenlijk terecht?

Antidepressiva zijn medicamenten die gebruikt kunnen worden in de behandeling van een depressieve stoornis, maar ook voor andere psychische problemen zoals bij bepaalde angststoornissen. Voor jongeren wordt in eerste instantie de voorkeur gegeven aan SSRI’s (selectieve serotonerge reuptake inhibitoren), medicatie die eerder weinig bijwerkingen geeft en dus zeker niet verslavend is.

Met een depressieve stoornis bij jongeren bedoelen we niet zo maar enkele dagen somber of prikkelbaar zijn en negatief denken. Om te spreken van een depressie dienen deze symptomen lange tijd aan te houden en er dient bijkomend sprake te zijn van andere moeilijkheden zoals een verstoring van het slaappatroon, de eetlust, de concentratie, het energiepeil of de plezierbeleving. Soms zijn er ook suïcidale gedachten of gevoelens van hopeloosheid en waardeloosheid. In ieder geval dient het dagelijks leven van deze jongeren op school en thuis aanzienlijk gehinderd te worden. In zeer ernstige gevallen zijn jongeren ook verward, hebben ze last van hallucinaties en zijn ze vertraagd in hun handelen of spreken.

In 2016 waren er minstens 37.500 tot 100.000 jongeren met een depressieve stoornis. Hierover mag men best verontwaardigd zijn, zeker als men weet dat er slechts zeer beperkte middelen in het gezondheidszorgbudget voorzien zijn voor geestelijke gezondheidszorg bij kinderen en jongeren

Sofie Crommen

Wetenschappelijk onderzoek leert ons dat op ieder moment 3 tot 8 procent van de jongeren voldoet aan de criteria voor een depressieve stoornis! De kans dat een jongen of meisje van 20 jaar ooit al een depressie heeft doorgemaakt in zijn of haar leven is volgens onderzoek 15-20%.

Eenvoudig rekenwerk toegepast op onze Belgische situatie met ongeveer 1,25 miljoen jongeren van 10 tot 19 jaar, leert ons dat er in 2016 minstens 37.500 tot 100.000 jongeren met een depressieve stoornis waren.

Dàt zijn indrukwekkende cijfers. Hierover mag men best verontwaardigd zijn, zeker als men weet dat er slechts zeer beperkte middelen in het gezondheidszorgbudget voorzien zijn voor geestelijke gezondheidszorg bij kinderen en jongeren.

Dat van deze groep in totaal 17.630 jongeren, die met een depressie kampten antidepressiva gebruikten moet ons op zich dus niet zo verwonderen, dat is 17% tot 47%.

Er zijn natuurlijk wel enkele vragen die we ons moeten stellen.
De eerste vraag is of het wel de juiste jongeren zijn die antidepressiva nemen, of de indicatie goed gesteld is, best door een kinder- en jeugdpsychiater? Want laat het duidelijk zijn, bij niet iédere jongere met een depressie is medicatie aangewezen.

Voor jongeren met matige tot ernstige depressie is psychotherapie net noodzakelijk, maar minister De Block wil enkel terugbetaling voor de lichtere problematieken voorzien

Sofie Crommen

Een andere vraag is of deze medicamenteuze therapie ook vergezeld gaat met psychotherapie van de jongere en zijn ouders door de jeugdpsychiater of -psycholoog en of er samengewerkt wordt met de school. Aangezien psychotherapie door psychologen slechts zeer beperkt door de overheid wordt vergoed zoals in centra voor geestelijke gezondheidszorg (CGG) of centra voor ambulante revalidatie (CAR), hebben we hier slechts een beperkt zicht op.

In dat kader is de terugbetaling van een psychologische therapie een goede zaak, maar niet enkel voor de lichtere problematieken in de eerste lijn zoals minister De Block wilt voorzien. Vanzelfsprekend en net ook voor jongeren met matige tot ernstige depressie is psychotherapie noodzakelijk.

Sofie Crommen is kinder- en jeugdpsychiater en voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Kinder-en jeugdpsychiatrie.




12 reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.


  • Nils De Vriendt

    Tuurlijk willen we iedereen helpen? Maar wie helpt de mensen die dit financieren? Belastingdruk swingt de pan uit. Verlicht de werk en presteerdruk en de problemen lossen zichzelf op!

  • chantal vanlaere

    vroeger werd er geen aandacht aan geschonken, en kregen we de raad normaal te doen, en wat een sterke mensen zijn de meeste geworden, we kunnen tegen een stootje

  • Tina Colpaert

    En ze moeten nog heel hun leven beginnen werken dan zullen ze misschien eens "echt"deprie zijn!

  • Kris Uyttersprot

    Jammer dat het woord depressie door dokters snel aangewend wordt als diagnose. Ikzelf werd door mijn huisarts in 2013 depressief bevonden. Wat ik steeds betwist had. Zes maanden later zou blijken dat ik inderdaad niet depressief was maar een vrij ernstige bloedaandoening had.

  • Lies Mies

    Ik heb in het derde middelbaar een eetstoornis ontwikkeld. Nooit hulp voor gekregen. Ik moest maar "niet onnozel doen" zeiden ze. Ik ben er gelukkig zelf vanaf geraakt...