Kerstster zou wel eens uiterst zeldzaam astronomisch fenomeen geweest kunnen zijn

thinkstock
Iedereen kent ze wel uit het kerstverhaal: de ster die de drie wijzen naar het kindje Jezus leidde. Maar nieuw onderzoek suggereert dat die 'ster' wel eens iets helemaal anders geweest zou kunnen zijn: een zeldzaam astronomisch fenomeen dat de komende 500.000 jaar zelfs niet eens meer zou voorkomen.

"De 'ster van Betlehem' houdt ons al eeuwenlang bezig", aldus Grant Mathews, professor theoretische astrofysica en kosmologie aan de universiteit van Notre Dame, die de theorie ontwikkelde. Hij probeert al meer dan een decennium te achterhalen wat er precies aan de hand was in die tijd. "Waar en wanneer verscheen de ster? Hoe zag ze eruit? Welke ster kan die dag zó helder hebben geschenen?"

Jupiter
Wel, volgens zijn studie van astronomische, historische en bijbelse bronnen zouden in het jaar 6 voor Christus de zon, de maan, Jupiter en Saturnus allemaal in het sterrenbeeld Ram hebben gestaan, Venus in het sterrenbeeld Vissen en Mercurius en Mars in het sterrenbeeld Stier.

Voor de wijzen - de priesters van Zarathustra uit het oude Babylon en Mesopotamië - zou de opstelling in het sterrenbeeld Ram gewezen hebben op de geboorte van een nieuwe vorst in Judea. De combinatie van de maan en Jupiter wees op de komst van een heerser met een bijzonder lot, terwijl Saturnus het symbool was van het geven van leven.

Iets wat nog werd bevestigd doordat de Ram aanwezig was tijdens de zomerzonnewende dat jaar. "De wijzen zouden dat opgemerkt hebben in het oosten en dat zou hen aangezet hebben om op zoek te gaan naar de nieuwe koning", aldus Mathews.

Baby
Iets wat wordt onderschreven door professor David Weintraub van de Vanderbilt University in het Amerikaanse Nashville. "De 'ster' leidde de wijzen dus niet naar de stal, ze vertelde hen gewoon wanneer ze op pad moesten gaan", vertelt hij. "Ze zullen ook geen pasgeboren baby gevonden hebben in een stal. Tegen de tijd dat ze de boodschap in de sterren ontcijferd hadden, zal het kind al zeker acht maanden geweest zijn. De opstelling begon op 17 april van het jaar 6 voor Christus met het opkomen van Jupiter en duurde tot 19 december van dat jaar, toen Jupiter niet langer naar het westen bewoog, maar even stil bleef staan en daarna naar het oosten ging."

Mattheus
Volgens Weintraub zou dat ook de theorie zijn die Mattheus in het achterhoofd had toen hij zijn evangelie schreef, dat later in de bijbel werd opgenomen. In zijn tekst komen passages voor die hiernaar kunnen verwijzen. "Hij moet gedacht hebben dat het lezers kon overtuigen dat Jezus de profeet was."

Hoe dan ook, de astronomische opstelling in het jaar 6 voor Christus was een zeldzame gebeurtenis. Op een soortgelijke gebeurtenis is het nog 16.000 jaar wachten en dan zal de Ram niet eens aanwezig zijn tijdens de zomerzonnewende. Een compleet identieke opstelling is er sowieso niet de komende 500.000 jaar, zo hebben de wetenschappers uitgerekend.