Is dit wel het echte Manneken Pis?

Manneken Pis in de Stoofstraat. Het origineel staat in het Broodhuis op de Grote Markt. Of toch niet?
PHOTO_NEWS Manneken Pis in de Stoofstraat. Het origineel staat in het Broodhuis op de Grote Markt. Of toch niet?
Is Manneken Pis het échte Manneken Pis? Die vraag houdt wetenschappers al lange tijd bezig. Onderzoekster Amandine Crabbé van de VUB gaat nu de samenstelling van het brons analyseren, in de hoop definitief te kunnen aantonen of het beeld al dan niet authentiek is.

Het Brusselse beeldje Manneken Pis is wereldberoemd. Het 58 centimeter grote plassende jongetje weet jaarlijks duizenden toeristen naar de hoek van de Stoofstraat en de Eikstraat te lokken. Het beeldje is een replica van het origineel, dat in het Broodhuis op de Grote Markt staat. Maar of dát authentiek is, kan niemand zeggen.

Het origineel werd in 1619 gemaakt door beeldhouwer Hiëronymus du Quesnoy de Oudere. Het beeldje heeft een tumultueus verleden. In 1745, tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog, werd Manneken Pis 'ontvoerd' door jaloerse Engelse soldaten. In 1817 viel het ten prooi aan een lokale dwangarbeider.

Als troost werd aan de Brusselaars het volgende rijmpje geschonken:

Ey lieve meisjes! Staakt geschrei! Al koomt gy door dees dievery een zoeten troost te missen, hij zal met nerstig onderzoek nog wel eens koomen uit den hoek om zonder schroom te pissen

Korte tijd later werd het bronzen beeldje teruggevonden. In 1965 verdween het een derde keer. Er werd een nieuw beeld gegoten dat op de nis in de Stoofstraat werd geplaatst - en daar nu nog steeds staat.

Een jaar later werd het gestolen Manneken Pis in twee stukken teruggevonden in het kanaal Brussel-Charleroi. Dit is het exemplaar dat een thuis vond in het Broodhuis, in 2003 gerenoveerd is en sindsdien tentoongesteld wordt. Maar of het ook écht het originele Manneken Pis is, staat al jaren ter discussie.

Analyse

Onderzoeksgroep SURF van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) wil duidelijkheid scheppen met een analyse van het brons. Dat gebeurt in twee fases.

Manneken Pis wordt eerst in beeld gebracht met een X-straalfluorescentiespectroscoop. Zonder het beeldje ook maar aan te raken, kunnen de X-stralen veel aan het licht brengen, zoals de chemische compositie en relatieve chemische concentraties van het bovenste en onderste deel.

Door de aanwezigheid van roest is het echter niet mogelijk op deze manier doorslaggevend bewijs te vinden. Daarom worden er ook drie kleine stalen genomen, voor een grondige analyse van de corrosielaag en het onderliggende brons.

Het onderzoek van Amandine Crabbé kadert binnen een onderzoeksproject naar  het Brusselse atelier van de familie du Quesnoy. Kunsthistorica Géraldine Patigny (ULB/KIK-IRPA) probeert met verschillende kunsthistorische benaderingen het mysterie rond het Brusselse Ketje te doorgronden.