Exclusief interview met Nobelprijswinnaar Englert

photo_news
Hij is tachtig. Belg. En briljant. En hij heeft net als eerste landgenoot ooit de Nobelprijs voor Natuurkunde gekregen. François Englert is de medebedenker van dé basis van de moderne fysica: het Higgs-deeltje. Ook wel eens 'godsdeeltje' genoemd. "Al heeft god er werkelijk niéts mee te maken", zei hij in een exclusief interview dat op 22 juni in onze krant verscheen. Zijn Britse collega Peter Higgs (84) nochtans ook niet zoveel als het lijkt. Het werd een gesprek over genialiteit én bescheidenheid. "Een goeie eigenschap. Maar misschien zet ze ons, Belgen, wat te weinig in de verf." We geven het interview hier nog eens integraal weer.

Frustrerend. De belangrijkste theorie ontwikkelen sinds de relativiteitstheorie van Einstein maar aan geen kat kunnen uitleggen wat die precies betekent. Toch niemand die het snapt. "Hola", protesteert Englert. "Collega's weten heel goed waar het over gaat. Hun erkenning telt ook mee. En Einstein was straffer."

Het Higgs-deeltje dus. Dat op 4 juli 2012 met veel bombarie bewezen is verklaard in de fameuze deeltjesversneller van het Europees Centrum voor Kernonderzoek (CERN) in Genève. Maar ook het deeltje dat al in 1964, in theorie dan, werd aangetoond door de toen nog piepjonge maar al zeer geniale wetenschapper François Englert, samen met zijn collega en boezemvriend, de Amerikaanse Belg Robert Brout. Een tot dan toe ontbrekend element waarop de hele wereld draait. Een deeltje dat ervoor zorgt dat andere deeltjes massa krijgen, richting en samenhang. Zonder het deeltje geen oriëntatie in het heelal. Zonder oriëntatie, de complete chaos. Voilà, een poging om het eenvoudig uit te leggen. Al is dat net wat François Englert niét wenst, zo vertelt hij ons in het piepkleine honingraat-kantoortje in het lelijke seventies-gebouw van de faculteit Fysica aan de ULB. "Het verhaal van het deeltje is zoveel complexer. Ikzelf krijg de basis van de theorie uitgelegd aan een breed publiek in anderhalf uur. Korter gaat niet. Journalisten vergelijken het effect van het deeltje met de beweging van scholen vissen, van zwermen vogels en wat weet ik nog allemaal. (wuift met de hand ver boven zijn denkbeeldige pet) Dat maakt het alleen onjuister!"

photo_news
photo_news

Vloeken mag niet
Wat ook redelijk onjuist is, is dus de naam van het deeltje. Ten eerste: de benaming 'godsdeeltje' komt naar het schijnt voort uit een dispuut tussen een journalist en een uitgever. De journalist had het over het - toen nog - ongrijpbare 'goddamn particle', het 'godverdommedeeltje'. Maar de uitgever vond dat vloeken niet mocht en liet hem er 'God's particle' van maken. En dat werd zeer hardnekkig. Maar de meest gebruikte benaming, Higgs-deeltje, werd dat ook. Peter Higgs is een Britse collega-natuurkundige die ook in 1964 publiceerde over het bestaan van zo'n bewust deeltje, maar veertien dagen later dan Englert en Brout. En toch wordt het deeltje naar de Brit vernoemd. De taal zou een issue zijn geweest: er werd meer Engels dan Frans gelezen door wetenschappers. De Belgen zouden ook te bescheiden geweest zijn.

Intussen staat de verkeerde naam wel al decennia lang in de fysicaboeken. Englert wuift wéér met de hand. "Ach, allemaal niet zo belangrijk." Al vindt hij dat gaandeweg ons gesprek toch meer en meer wél belangrijk. "Ik noem het het liefst het scalair deeltje, omdat dat iets zegt over de werking ervan. Of anders: het BEH-deeltje. Brout, Englert, Higgs. Omdat we mijn vriend toch ook niet mogen vergeten in dit verhaal." (lees verder onder de foto)

photo_news
photo_news

Dat Englert ons ontvangt, is een uitzonderlijke kans. Hij laat zich niet graag afleiden van zijn werk, zegt hij. Hij is al sinds 1998 met emeritaat. Maar gepensioneerd of niet, hij komt nog meermaals per week in dit kamertje zitten nadenken en werken. Een heilige plaats, zowaar. Maar geweldig sober. Geen oorkondes of prijzen aan de muren - ook al heeft hij ze allemaal al gewonnen, allemaal voor het deeltje. Wel een pentekening van wat - voor leken met te veel fantasie zoals wij - hét deeltje zou kunnen zijn. "Nee, het is gewoon abstracte kunst. Mijn echtgenote heeft dit gemaakt." Op de muur tegenover zijn schrijftafel: een kamerbreed schoolbord vol formules in een oudemannengeschrift.

Champagne!

"Ik heb eerst ingenieursstudies gedaan aan de ULB, in de elektromechanica. Pas later heb ik ontdekt dat fysica me oneindig veel meer interesseerde. Ik ben dan naar Cornell University gegaan, in New York, waar ik Robert Brout leerde kennen. Hij en ik zijn al snel beginnen te werken op wat toen nieuw was: de natuurkrachten achter de transitie van fasen, zoals de overgang tussen waterdamp en ijs bijvoorbeeld. We gingen steeds verder terug naar de basis en zo kwamen we bij het scalair deeltje." De twee wisten meteen dat ze iets heel belangrijks hadden gevonden. "Absoluut. We hebben die avond champagne gedronken. Onder ons twee! Het was erg emotioneel. Ik was meer opgewonden dan vorig jaar, toen ik het nieuws vernam dat CERN, bijna vijftig jaar later, het deeltje eindelijk had aangetoond. Het was puur genieten."

Aan de piano
"Voor mij is de esthetiek van een bewijsvoering zeer belangrijk. Hoe alle chaos in plooien valt door een juiste theorie, dat vind ik prachtig. Een tedere sublimatie van elementen. Nooit is er zomaar toeval. En het is ook geen simpele deductie. De grootste bevindingen uit wetenschappelijk onderzoek ontstaan uit buikgevoel. Het onderbewuste speelt een belangrijke rol. Het is niet toevallig, volgens mij, dat wetenschappers vaak een fascinatie voor muziek hebben. Muziek heeft structuren die herkenbaar zijn in de exacte wetenschappen. Ik speel zelf piano. Niet geweldig goed, maar ik speel wanneer ik zin heb. Het brengt me schoonheid en troost."

Of hij vandaag een betere wetenschapper is dan toen hij zijn grootste uitvinding deed? Of is ervaring geen voorwaarde voor genialiteit? "Ik denk het niet. Géén ervaring hebben heeft ons toen geholpen. Net omdat we jong waren en nog geen specialisten, waren we niet zozeer op de hoogte van de wetenschappelijk 'taal', zeg maar, die op dat moment zo'n beetje in de mode was. We zijn dan ook niet vastgelopen in hetzelfde spoor dat de meeste collega's volgden, maar hebben zélf iets uitgevonden. Bingo. Vooral Robert was zeer goed in het zich niets aantrekken van wat de ander vond hoe iets moest." (lacht)

De twee onderzoekers keerden kort na hun grote bevinding terug uit de VS. "In Amerika heb je professioneel meer kansen. Maar ik was te veel gehecht aan mijn familie en vrienden", zegt Englert. "En Robert Brout kwam met me mee. Hij en zijn vrouw hebben zich nadien laten naturaliseren tot Belg. Zo veel hield hij van ons land en de Europese kunst." Englert en Brout werkten nog intens samen tot diep in de jaren 80. Daarna zocht ieder z'n eigen vakgebied op: Brout eerder de kosmologie, Englert de zwaartekracht. "Op dat vlak heb ik ook best veel ontdekkingen gedaan", zegt Englert, in alle bescheidenheid alweer en enkel omdat we aandringen.

Wereldhit
Wat Brout en Englert meemaakten, is als een wereldhit schrijven en de rest van je lange carrière leren leven met het besef dat je nooit beter zal kunnen doen. Toch? "Je weet nooit. Ik kan er vandaag nog op stuiten. Maar ach, (handje wuift weer) Robert vond een latere, gezamenlijke uitvinding van ons veel belangrijker dan het deeltje. En volgens ons beiden vond het CERN al in 1983 een voldoende bewijs van onze deeltjes-theorie."

Hoezo, al in '83? Het hele deeltjesversnellers-experiment was dus niet nodig geweest? En ook die 6 miljard euro niet die de machine gekost heeft? "We leren uit het experiment wél nog extra informatie. Zo'n enorm bedrag is relatief, vind ik, het is bijvoorbeeld maar een fractie van wat er voor militaire doeleinden wordt uitgegeven. En ik vind het begrijpen van de natuur essentieel."

Man met humor
Die Nobelprijs Fysica. Die allerhoogste onderscheiding. Ze zal dit jaar voor Englert en z'n collega's zijn, voorspellen waarnemers. "Maar ik weet nog van geen Nobelprijs hoor!" Oké, maar stél... "Vooral Robert zou 'm verdienen. Hij is twee jaar geleden gestorven. Op zijn 82ste. Spreken kon hij al twee jaar niet meer, na een herseninfarct. Hij was een fantastische wetenschapper. Maar ook een geweldige vriend zónder dat we de fysica hoefden te bespreken. Hij had humor. Hij dacht in beelden. Iemand die ons beschreef, ter gelegenheid van zijn pensionering, legde het verschil uit tussen ons: 'Als je vraagt wat een spin (de beweging die atomen maken, red.) is, zal Englert doceren: 'Een spin is de representatie van een bivalente rotatie et cetera.' Terwijl Brout simpelweg met zijn vinger in de lucht een rondje zou draaien. (lachje) Ik mis hem nog elke dag."

En dan wil hij toch nog eens terugkomen op wat hij te zeggen heeft over die náám. "Belgen zijn inderdaad misschien bescheiden. Een goede eigenschap, ze maakt ons ook tolerant. Maar ze zet ons misschien ook te weinig in de verf. Ik heb Higgs vorig jaar ontmoet. Voor de allereerste keer. Die 4de juli dus, bij het CERN voor de officiële bevestiging van 'ons' deeltje. Ik heb hem de hand geschud en heel kort gesproken. Een warme mens. Een paar maanden nadien zag ik hem opnieuw, in het Europees Parlement. En toen zei hij opnieuw dat de naam te veel op hém betrokken was. Alleen (praat steeds zachter) doet hij zelf nog steeds niet echt een inspanning om een en ander recht te zetten. Wat ik wel jammer vind. (zwijgt) Maar ach, (finaal handje) zo zijn mensen nu eenmaal soms, zeker?"

epa
photo_news