Egyptische kunstvondsten schetsen teloorgang biodiversiteit

Archiefbeeld van de Nijlvallei.
THINKSTOCK Archiefbeeld van de Nijlvallei.
Op basis van Egyptische kunstvoorwerpen hebben wetenschappers een gedetailleerde geschiedenis gereconstrueerd van 6000 jaar biodiversiteit in de Nijlvallei. Daaruit blijkt dat een steeds droger klimaat en groeiende bevolking het ecosysteem in toenemende mate in de problemen brachten.

Voor hun dierlijk model baseren de wetenschappers zich op eerder werk door zoöloog Dale Osborn, die een gedetailleerd overzicht opstelde van de diersoorten die in de voorbije zes millennia in Egypte voorkwamen. Osborn baseerde zich daarvoor op archeologische en paleontologische ontdekkingen en op historische teksten. De onderzoekers van de Universiteit van Bristol pasten daar computermodellen op toe, en publiceerden hun bevindingen in Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS).

Klimaatverdroging en grotere bevolkingsdichtheid
Met behulp van die computermodellen ontdekten de wetenschappers vijf episodes van grote veranderingen in de Egyptische biodiversiteit. Drie ervan liepen samen met grote klimaatveranderingen. Opvallend is dat die veranderingen ook leidden tot grote maatschappelijke omwentelingen, zoals het instorten van het Oude Koninkrijk zo'n 4000 jaar geleden, en de val van het Nieuwe Koninkrijk zo'n 3000 jaar geleden.

"Er zijn drie grote stappen van verdroging naarmate Egypte van een natter naar een droger klimaat evolueerde, waarvan de eerste zo'n 5500 jaar geleden plaatsvond, toen de moessonregens naar het zuiden verschoven", zegt Justin Yeakel van de Universiteit van Santa Fe. "Tegelijk met die veranderingen nam de bevolkingsdichtheid toe, en daarmee ook de concurrentie om ruimte in de Nijlvallei. Die concurrentie had een belangrijke impact op de dierenpopulaties."

Van 37 naar 8 zoogdieren
Van de 37 soorten grote zoogdieren die 6000 jaar geleden voorkwamen in Egypte, zijn er nu nog 8 over. Zoogdieren die in de pre-dynastieke periode (voor 3100 voor Christus) opduiken, zijn onder meer leeuwen, wilde honden, olifanten, hartenbeesten en giraffen.

"Wat ooit een rijke en diverse gemeenschap van zoogdieren was, is nu helemaal veranderd", zegt Justin Yeakel van de Universiteit van Santa Fe. Een opvallende conclusie is dat ecosystemen in toenemende mate kwetsbaar blijken voor verdwijnende soorten. "Naarmate het aantal dieren verminderde, nam ook de redundantie in het systeem af", zegt Yeakel. "Er waren aanvankelijk heel wat soorten gazellen en andere kleine planteneters, belangrijke prooien voor roofdieren. Naarmate er minder van die planteneters zijn, kan het verlies van een soort een veel groter effect hebben op de stabiliteit van het systeem, en zo weer andere soorten doen uitsterven."