Speciale kolonie mieren gespot in Oostende

THINKSTOCK
Het Koninklijk Belgische Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) houdt in Oostende een mierensoort uit de Tapinoma-groep in de gaten. Van een andere exotische invasieve mierensoort, de plaagmier (Lasius neglectus), zijn ondertussen al kolonies op vijf plaatsen in België bekend.

De mierenkolonie van het zogenaamde "plaagdraaigatje" (Tapinoma sp. Magn.) werd vorig jaar voor het eerst in ons land opgemerkt en wordt in de Oostendse Bosbessenlaan-Perzikenlaan opgevolgd. "De soort vertoont hetzelfde gedrag als de plaagmier: de mieren bouwen grote nesten en foerageren op alles. We zien dat het nest zich aan het uitbreiden is. Waar het voorlopig aan de ene kant van de straat was, bevindt het zich nu ook al aan de andere kant." Het gaat om een mediterrane soort waarvan ook al een aantal probleemsites in Duitsland zijn gekend.

"In tegenstelling tot veel andere geïmporteerde mierensoorten zijn de plaagmier en deze nieuwe Tapinoma-soort, voor ons land, in staat om koude winters te overleven", zegt insectendeskundige Wouter Dekoninck (KBIN). "Plaagmieren bouwen superkolonies die verschillende honderden vierkante meters groot kunnen zijn, eigenlijk gaat het om een netwerk van aaneengesloten kleinere nesten. De paring gebeurt in of rond het nest. De koningin of enkele nieuwe koninginnen splitsen zich dan af met een deel van de werksters in de buurt van het oorspronkelijke nest. Het probleem is dat die mieren een heel gebied gaan monopoliseren en domineren, waardoor de inheemse fauna (mieren en andere insecten) eronder lijden."

Het KBIN brengt het voorkomen van de plaagmier ondertussen op vijf plaatsen in kaart: naast het Gentse Citadelpark sinds begin 2000, worden ook kolonies in Aalst en Bonheiden in het oog gehouden, net als in de Waalse plaatsen Jodoigne (Geldenaken) en Flémalle. "In Flémalle komt de soort in het volledige dorp tussen de Maas en de rotsflank voor en wordt door sommige mensen als problematisch ervaren. Net zoals de gewone wegmier geeft de plaagmier problemen binnenshuis door eten te zoeken." Voor een leek is er geen verschil te zien met de gewone wegmier. "Het enige wat opvalt, is dat het om heel grote aantallen gaat, die tot twintig of dertig meter van een voetpad kunnen inpalmen."

Overigens is het nu het moment om mieren in en rond de woning te zien. "Hoe warmer het is, hoe actiever die zijn en bij vliegende mieren maken mannetjes en koninginnen gebruik van warme lucht voor de bruidsvlucht." Etensresten verwijderen en geen vaat laten staan, helpt om mieren te slim af te zijn.