Japanse walvisvloot vertrekt naar Antarctica

AFP
Twee Japanse walvisvaarders en een ander schip zijn in Japan uitgevaren. De schepen stomen naar de Zuidelijke Oceaan om er op walvissen te jagen voor wat volgens Tokio wetenschappelijke doeleinden zijn. De vloot zal zich bij het moederschip Nisshin Maru voegen. Tegen eind maart moeten de walvisvaarders op 935 dwergvinvissen en 50 gewone vinvissen gejaagd hebben, aldus het persagentschap Kyodo.

De vloot bevat ook een observatieschip, dat moet voorkomen dat de walvisjacht door de milieu-activisten van de vereniging Sea Shepherd Conservation Society, die in de Verenigde Staten gebaseerd is, belemmerd wordt.

Tijdens het voorbije seizoen ving Japan 103 dwergvinvissen, het laagste aantal sinds Tokio in 1987 startte met de jacht voor zogenaamd wetenschappelijke doeleinden. De kleinere vangst is het gevolg van de acties van ngo's tegen de walvisjacht en van de slechte weersomstandigheden, aldus Kyodo.

Officieel beëindigde Japan de commerciële walvisjacht in 1987. Het jaar ervoor was immers een moratorium afgekondigd, maar daar zit een clausule bij dat walvisjacht voor wetenschappelijk onderzoek toestaat, ondanks internationale tegenkanting.

Milieu-activisten menen dat de jaarlijkse gesubsidieerde jacht een verlieslatende operatie is, gezien de meeste Japanners geen walvisvlees eten. De jacht zou enkel in stand worden gehouden voor gevestigde belangen.