De merkwaardige metamorfose van treksprinkhanen: hoe ze qua uiterlijk en gedrag veranderen van eenzaten in plaag van miljarden

AP
Een gigantische invasie van treksprinkhanen teistert Kenia. De sprinkhanenplaag richt enorme schade aan en vreet alle akkers kaal. Hoe groeien deze van nature solitaire sprinkhanen uit tot een zwerm van miljarden exemplaren? Aan de basis ligt een straffe metamorfose van zowel gedrag als uiterlijk. De hulk, maar dan op insectenschaal. Of noem het een dr. Jekyll en mr. Hyde-switch, zoals experte Arianne Cease.

Bijbelse taferelen in Oost-Afrika. Honderden miljarden woestijnsprinkhanen, in zwermen met de omvang van een grote stad, vreten er zowat alles wat groen is op. Ze eten dagelijks makkelijk hun eigen lichaamsgewicht (twee gram) aan voedsel op en tasten zo de oogsten en de voedselbevoorrading zwaar aan. Het is de ergste sprinkhanenplaag in 25 jaar in Ethiopië en in 70 jaar in Kenia. Een zwerm die zich verspreidt over 1 vierkante kilometer eet het equivalent aan voedsel op van 35.000 mensen.

Hoe kon het zover komen? Het begon twee jaar geleden al in het zuiden van het Arabisch Schiereiland. Twee cyclonen streken daar neer en zorgden voor de regen waarin de treksprinkhanen gedijen. De voortplanting kan plots erg snel gaan en verloopt exponentieel: elke generatie - eentje duurt drie maanden - gaat het maal twintig. Zo riskeert de huidige populatie in Oost-Afrika tegen juni te vermenigvuldigen met een factor van 500.

REUTERS

Door de regen was er aanvankelijk genoeg vegetatie om de sprinkhanen te voeden, maar met de toenemende populatie slonk ook de voorraad snel. Hét signaal voor de sprinkhanen om te metamorfoseren en in megazwermen weg te vliegen naar voedselrijkere oorden. Van Oman ging het naar Iran en naar Yemen. Daarna naar Oost-Afrika.

Maar hoe groeperen deze eenzaten zich dan plots op zo’n massale wijze? Dat komt omdat de solitaire fase gevolgd wordt door de gregarische. Daarbij ondergaan de insecten een onwaarschijnlijke metamorfose, niet alleen qua gedrag maar ook qua uiterlijk. De overbevolking maakt dat de sprinkhanen dichter en dichter op elkaar leven. Als hun achterpoten in contact komen met die van een andere sprinkhaan, komt er serotonine vrij. Bij de mens maakt deze chemische stof ons gelukkig, maar bij de treksprinkhanen zorgt serotonine ervoor dat ze helemaal anders worden. 

Onder meer hun kleur wijzigt van saai geelbruin tot opvallend geel-zwart, en hun spiermassa neemt toe, al gebeurt dat langzaam: het kan wel een tot twee generaties duren voor de sprinkhanen hun volledige gregaire vorm hebben aangenomen. Maar ook in hun kop verandert er van alles in de gregarische fase. De sprinkhanen gaan zwermen vormen van wel 1.200 km², met 40 tot 80 miljoen exemplaren per km². Zo zijn ze veiliger. Op zoek naar voedsel kunnen ze tot meer dan honderd kilometer per dag afleggen, gedragen door de wind. Waar ze onderweg neerstrijken, vreten ze alles in een mum van tijd weg. 

Er valt weinig tegen te beginnen. Pesticiden worden ingezet, maar die zullen de immense populaties nooit helemaal klein krijgen. Ze hebben ook - nog maar eens - de klimaatopwarming mee om een plaag te kunnen vormen. Naar verwachting zal het aantal cyclonen in de toekomst nog toenemen, en daarmee wellicht ook sprinkhanenplagen.

AP
AFP