De klimaatcrisis morrelt aan de lente. En dat moet ons zorgen baren

Vogels zijn afhankelijk van rupsen om hun jongen te voeden, maar die rupsen komen nu vaak eerder uit, waardoor vogels het moeilijk hebben om ze bij te benen.
iStock Vogels zijn afhankelijk van rupsen om hun jongen te voeden, maar die rupsen komen nu vaak eerder uit, waardoor vogels het moeilijk hebben om ze bij te benen.
De klimaatcrisis gooit de jaarlijkse agenda van miljoenen dier- en plantensoorten in de war. Dat schrijft Charlie Gardner, hoogleraar Biologie aan de Universiteit van Kent. Een vroegere lente doet soorten namelijk hun afspraken missen, met op termijn grote gevolgen voor ecosystemen, én de mens die ervan afhankelijk is.

Net zoals wij mensen, danst de natuurlijke wereld op het ritme van de seizoenen. We zijn allemaal blij met de eerste tekenen van de lente, wanneer bomen in blad springen, de eerste zwaluwen aankomen, vlinders opduiken en mannen weer korte broeken kunnen dragen.

Die signalen kondigen voor heel wat soorten de start aan van een druk seizoen van groei en voorplanting. Maar de klimaatverandering morrelt met het startschot van die systemen. Daardoor raken ze uit hun gemeenschappelijke ritme, met potentieel rampzalige gevolgen voor ecosystemen.

Lente

Zo begint de lente vroeger in veel gematigde en polaire regio’s. De soorten die er leven reageren daar heel verschillend op. De oorzaak daarvan is dat ze inspelen op verschillende startseinen, die op hun beurt anders reageren op de klimaatcrisis, of niet.

Sommige soorten reageren bijvoorbeeld als de temperatuur een bepaalde drempel haalt, of op het smelten van de laatste sneeuw - signalen die vroeger optreden als de wereldwijde temperatuur stijgt en hittegolven frequenter worden. Andere soorten reageren dan weer op de lengte van de dag, en die verandert niet als gevolg van de klimaatcrisis.

Als de timing van eeuwenoude seizoenssignalen verandert, betekent dat dat sommige soorten zich gaan voortplanten op momenten die afwijken van de soorten waar ze van afhangen, zoals hun prooien. En dat kan ernstige gevolgen hebben voor hun eigen levenscyclus. Het groeiende probleem staat bekend als “fenologische mismatch”.

Rupsen

Neem bijvoorbeeld de vogels in de Europese loofbossen, zoals de pimpelmees, koolmees en de bonte vliegenvanger. Ze zijn stuk voor stuk afhankelijk van rupsen om hun jongen te voeden, maar die rupsen komen nu al eerder uit, en de vogels hebben het moeilijk om ze bij te benen.

Voor elke tien dagen dat de rupsen vroeger uitkomen, slagen de vogels er maar in om drie tot vijf dagen op te schuiven, afhankelijk van de soort.

Het gevolg daarvan is dat het moment dat de vogels het meeste voedsel nodig hebben ná het topseizoen van de rupsen komt, waardoor de vogels het moeilijker hebben om te overleven. In Nederland, bijvoorbeeld, is de populatie van de bonte vliegenvanger daardoor met maar liefst 90 procent gekrompen.

In de poolgebieden, bijvoorbleeld in Groenland, is de ‘mismatch’ nog het meest duidelijk: omdat de temperaturen er veel sneller stijgen dan het wereldwijde gemiddelde.
RONNY MEYERS In de poolgebieden, bijvoorbleeld in Groenland, is de ‘mismatch’ nog het meest duidelijk: omdat de temperaturen er veel sneller stijgen dan het wereldwijde gemiddelde.

Een dergelijke mismatch is misschien nog het duidelijkste bij de polen, waar de temperaturen veel sneller stijgen dan het wereldwijde gemiddelde. In de toendra van Groenland schuift de datum waarop de insecten het talrijkst zijn meer dan een dag per jaar op sinds het midden van de jaren 1990. Maar de broedperiode van strandloper, een kleine kustvogel, blijft onveranderd.

De vogel kan niet vroeger broeden omdat de kans dan stijgt dat poolvossen met de eieren aan de haal gaan. Maar na twee decennia van ongelijke verschuivingen in de voedselketen is de eettafel al grotendeels leeg op het moment dat de kuikens van de strandloper geboren worden. Er is meer onderzoek nodig om vast te stellen in welke mate de populatie daardoor getroffen wordt.

Bestuiven

Mismatches beperken zich overigens niet tot de interactie tussen predatoren en hun prooien. Ze kunnen ook de eeuwenoude samenwerking tussen planten en hun bestuivers ontregelen.

Neem nu de spinnenorchis, een Europese orchidee, die precies bloeit in de korte periode tussen het uitkomen van mannelijke en vrouwelijke bijen, en die het uiterlijk van het de vrouwelijke bij nabootst. De mannetjesbijen hebben in die periode niets om mee te paren, dus kiezen ze voor de bloem, en bestuiven ze die op die manier.

Maar in een warmere lente komen de vrouwtjes vroeger uit, waardoor het tijdsvenster verdwijnt en minder bijen op de orchideeën terechtkomen. Gezien het belang van bestuivers voor de landbouw en het functioneren van ecosystemen is het potentieel van zo’n mismatch reden tot grote zorg.

We moeten investeren in milieubescherming, om wilde planten en dieren te helpen zich aan te passen aan de veranderingen

Charlie Gardner, hoogleraar Biologie aan de Universiteit van Kent

Waterval aan problemen

Wat nog meer zorgen baart, is dat de impact van dat soort mismatchen zich niet beperkt tot de soorten die er direct bij betrokken zijn: ze kunnen een waterval van gevolgen veroorzaken in het hele ecosysteem.

Zo is een mismatch tussen vogels en rupsen niet alleen slecht nieuws voor de vogels. Omdat de rupsen veel minder kans lopen om opgegeten te worden aan het begin van hun leven, kunnen ze aanzienlijke schade toebrengen aan het bladerdak van een boom. Dat kan dan weer gevolgen hebben voor andere insecten die van bladeren leven, en voor de dieren die op hun beurt leven van die insecten.

Onderzoek naar dergelijke gevolgen voor ecosystemen staat nog in de kinderschoenen, maar experimenten in Alaska tonen aan dat ze zelfs kunnen bijdragen tot zogenaamde “feedback loops”: sneeuwbaleffecten die de klimaatverandering doen versnellen.

Daar leidt de snellere terugkeer van ganzen ertoe dat de massa van lokale planten krimpt. Hoewel dat goed nieuws is voor de ganzen, verandert het ecosysteem zo van een netto CO2-opslagvat tot een netto uitstoter van CO2.

Complex

Er is nog veel wat we niet weten over de impact van de klimaatcrisis op onze fragiele ecosystemen, en de studie van dergelijke fenologische mismatchen is bijzonder complex. Wat wel duidelijk is, is dat soorten en ecosystemen, die al verzwakt zijn door de vernieling van hun habitat, invasieve soorten en vervuiling, met een nieuwe en groeiende bedreiging te maken krijgen.

Als we echt een kans willen bewaren om de levende planeet te behouden en de teloorgang van een miljoen soorten willen vermijden, dan moeten we meer doen om de klimaatcrisis te stoppen. We moeten ook investeren in milieubescherming, om wilde planten en dieren te helpen zich aan te passen aan de veranderingen die nu al met zekerheid komen. Doen we dat niet, dan is dat slecht nieuws voor ons allemaal.




35 reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.


  • Lucien Mertens

    Tegenwoordig moet zowat alles ons zorgen baren, wij vergeten er zelfs bij te leven.

  • william Masson

    Fake news Gino Denil , hoe hard jullie pseudo groenen ook proberen de geschiedenis te verdoezelen het komt altijd terug als een boomerang. Huidig niveau van CO2 in de atmosfeer bedraagt 0,04 % tijdens het Krijt bedroeg het 6 % en van elke periode van deze planeet kunnen we de samenstelling geven.

  • monique bolen

    Alles is de schuld van het klimaat, de meesjes die dit jaar ons hokje niet aandeden waren verleden jaar verjaagd door de kauwen die in de broeitijd niet beter vonden dan op hun hokje te zitten en waarschijnlijk ook leegroofden, maar in mijn tuin en die van de buren heb ik deze zomer in lange tijd weer lijsters gezien die de huisjesslakken kwamen verorberen.

  • Marc Van Looy

    Sterk dat veel mensen, en de politici met hen, hun hoofd in het zand steken als het over klimaat gaat. Zeestromingen die veranderen, klimaatzone’s die verschuiven! En dit is nog maar het begin! NU moet er iets gebeuren straks is te laat!

  • Gino Denil

    We hebben wel degelijk objectieve referenties, ro butzen. IJsboringen die tot 800.000 jaar terug gaan. En binnenkort tot 3 miljoen jaar. Die in hun luchtbellen de atmosfeer van die tijd vast houden en ons toelaten om perfect te achterhalen hoe het klimaat toen was. En de broeikasgassen zijn in die 800.000 jaar nooit zo hoog geweest als nu.