Astronomen doen meest precieze test ooit van de theorie van Einstein

Einstein.
anp Einstein.
Astronomen hebben met de Europese VLT-telescoop en de Amerikaans-Europese Hubble Ruimtetelescoop (nog eens) vastgesteld dat de algemene relativiteitstheorie van Albert Einstein klopt, zo heeft de Europese Zuidelijke Sterrenwacht ESO meegedeeld. Het was de meest precieze test ooit van de theorie, buiten de Melkweg.


Met het MUSE-instrument van de VLT in Chili heeft een team onder leiding van Thomas Collett van de Universiteit van Portsmouth eerst de massa van het nabije sterrenstelsel ESO 325-G004 berekend door de bewegingen van sterren in dit relatief nabije elliptische sterrenstelsel te meten.


De wetenschappers namen met de Hubble ook een Einsteinring waar die is ontstaan doordat ESO 325-G004 het licht van een ver verwijderd sterrenstelsel vervormt. Aan de hand van deze waarnemingen konden de astronomen meten hoe de enorme massa van ESO 325-G004 licht, en daarmee dus ook de ruimtetijd, afbuigt.


Einsteins algemene relativiteitstheorie voorspelt dat objecten de hen omringende ruimtetijd vervormen, waardoor passerend licht wordt afgebogen. Dit resulteert in een verschijnsel dat het zwaartekrachtlenseffect wordt genoemd. Dit effect valt alleen op bij objecten die heel veel massa hebben. Inmiddels zijn een paar honderd van die sterke zwaartekrachtlenzen bekend, maar de meeste zijn te ver weg om hun massa exact te kunnen meten. Met een afstand van 'slechts' 450 miljoen lichtjaar is het sterrenstelsel ESO 325-G004 een van de meest nabije gravitationele lenzen.


De onzekerheid van de test bedraagt 'slechts' 9 procent. Daarmee is dit de meest precieze test van de algemene relativiteitstheorie buiten de Melkweg tot nu toe, zegt Collett.

Belangrijke gevolgen

Deze bevindingen kunnen belangrijke gevolgen hebben voor alternatieve zwaartekrachtmodellen, benadrukt de ESO ook. Deze alternatieve theorieën voorspellen dat de effecten van de zwaartekracht op de kromming van ruimtetijd 'schaalafhankelijk' zijn. Dit betekent dat de zwaartekracht zich op extragalactische lengteschalen anders zou moeten gedragen dan op de kleinere schaal van het zonnestelsel. Collett en zijn team hebben vastgesteld dat dit waarschijnlijk niet het geval is tenzij de verschillen alleen optreden op lengteschalen van meer dan 6000 lichtjaar. 




7 reacties

Alle reacties zijn welkom zolang ze voldoen aan de do's en don'ts die je hier kan terugvinden: gedragsregels. Elke dag ontvangen wij duizenden reacties, het kan enkele uren duren voor jouw reactie wordt geplaatst. Wordt jouw reactie afgekeurd dan werd er geoordeeld dat deze onze gedragsregels schendt.


  • Marleen Goyen

    Veel respect......Dank voor te berichten.

  • Marc Wouters

    Het zijn geen gissingen. Gissingen zijn dingen die arbitrair worden ingevuld. Metingen zijn per definitie objectief en dus geen gissingen. De relativiteitstheorie van Einstein is bovendien op zich allang aangetoond, hier gaat het om precisiewerk.

  • Adriaan Schelkens

    En dat in een tijd dat men geen moderne apparatuur voor handen had. Respect!!!

  • Jan Van Overveldt

    Wij op aarde meten slechts vanuit 1 punt, foutmarge kan 100% zijn. Je dient steeds te meten vanuit minimaal 2 punten, die zover mogelijk uit elkaar staan. Nu zijn het slechts gissingen...Die naar de theorie van Einstein zijn "toegewerkt".

  • jan callaert

    450 miljoen lichtjaren??? laat ons hopen dat ze een lange lintmeter hebben!!