18de-eeuwse zilverschat tien jaar na vondst onthuld

Tien jaar nadat in een hoeve in Asse een schat aan zilveren munten uit de 18de eeuw gevonden werd, wordt de vondst aan het grote publiek getoond. Het gaat om één van de grootste zilverschatten uit die periode in België. De 611 Franse en Oostenrijkse munten zouden vandaag 40.000 à 75.000 euro waard zijn.

De schat werd in 2003 gevonden bij verbouwingswerken aan een oude hoeve in Asse. "Bij de afbraak van het woonhuis trof de eigenaar twee aardewerken recipiënten aan, die op een meter van elkaar onder de grond verstopt zaten", zegt Kristine Magerman van de Katholieke Universiteit Leuven en de archeologische vereniging Agilas vzw, die de schat heeft bestudeerd. "De man hield de vondst acht jaar lang geheim en pas in 2011 kreeg Agilas door een gelukkige samenloop van omstandigheden bericht van het bestaan van de schat. Eind 2011 kregen we ook de toestemming de schat te bestuderen."

Die bleek te bestaan bestaat uit 587 Franse munten van Lodewijk XIV, XV en XVI en de vroege Republiek en 24 Oostenrijkse munten van Maria-Theresia, haar echtgenoot Frans I, Jozef II en Frans II. "Wat de schat van grote wetenschappelijke waarde maakt, is dat er 13 munten tussen zaten met tot nog toe ongekende afwijkingen. Een aantal munten vertoonden ook opzettelijke beschadigingen. Zo zijn er ingekerfde krassen en kruisen ter hoogte van het hoofd van de koning en op de keerzijde zijn de kroon en het schild toegetakeld. Deze kerfsporen worden geïnterpreteerd als beschadigingen die aangebracht werden door de bevolking in hun afkeer tegenover het Franse gezag."

Oorspronkelijke eigenaar
De huidige waarde van de schat bepalen, is moeilijk, aldus Magermans collega Steven Saerens. "Omgezet in rekenmunt vertegenwoordigen de munten een waarde van ongeveer 1.616 gulden of 32.334 stuivers. Daarmee kon aan het einde van de 18de eeuw 491 are grond gekocht worden, kon een boswachter gedurende bijna 17 jaar betaald worden, kon een arbeider gedurende 4.600 dagen tewerkgesteld worden en kon een boer gedurende 2 jaar en 10 maanden zijn pacht aan de abdij van Affligem betalen. Vandaag zou de schat tussen de 40.000 en 75.000 euro waard zijn."

De vorsers slaagden erin de oorspronkelijke eigenaar van de zilverschat terug te vinden. "In 1778 was Jan Leenmans eigenaar van de boerderij maar op 23 mei 1785 werd het hof verkocht aan Boudewijn Velge en Marie Caroline 't Kint. Hun zoon Celestinus was eigenaar van het hof tot aan zijn dood in 1846. De schat behoorde dus toe aan Boudewijn Velge maar waarom hij ze begroef en waarom zijn vrouw en zoon ze nooit hebben opgegraven, blijft een raadsel."

Een deel van de munten zal tentoongesteld worden in het cultureel centrum van Asse. Die tentoonstelling wordt plechtig geopend op 21 december en is voor het publiek gratis toegankelijk op 22 en 23 december.