"Trage evolutie van het ebolavirus is goed nieuws voor de vaccins"

Gezondheidswerkers in Sierra Leone.
AP Gezondheidswerkers in Sierra Leone.
Het ebolavirus in West-Afrika evolueert volgens nieuw onderzoek trager dan tot dusver werd aangenomen. "Dat is goed nieuws voor de vaccins die er aan zitten te komen", klinkt het. De studie, waaraan ook vijf Belgen meewerkten, verschijnt in het wetenschappelijke tijdschrift Nature.

11.000 doden
West-Afrika wordt sinds december 2013 getroffen door de zwaarste uitbraak van het ebolavirus ooit. In Guinee, Sierra Leone en Liberia werden al 27.000 besmettingen vastgesteld. Ongeveer 11.000 mensen overleefden het niet. Wetenschappers gaan ervan uit dat de uitbraak begon toen een vleermuis het virus doorgaf aan een Guineese jongen. De verdere verspreiding van ebola was nog niet in kaart gebracht.

Verspreiding virus in kaart gebracht
Daar brengen Europese en Guineese wetenschappers nu verandering in. Zij analyseerden in het European Mobile Laboratory (EMLab), actief midden in ebolagebied, 179 van de duizenden verzamelde stalen van patiënten. Met genetische gegevens uit die data en met wiskundige modellen werd het virus in kaart gebracht voor de periode maart 2014 tot januari 2015.

Vleermuishypothese
Het onderzoek bevestigt volgens de onderzoekers de vleermuishypothese en men ontdekte ook dat ebola allicht in maart of april 2014 haar intrede maakte in Sierra Leone. Volgens de wetenschappers is de informatie erg waardevol. Door ze te combineren met bestande epidemiologische info kan de efficiëntie van destijds genomen voorzorgsmaatregelen worden nagegaan.

Trage evolutie
Ook blijkt dat het virus trager evolueert dan werd verwacht, wat interessant is voor het huidige onderzoek naar ebolavaccins. "Als het virus heel snel zou evolueren, zouden die vaccins mogelijk niet meer werkzaam zijn eens ze gebruikt kunnen worden", klinkt de verklaring.

Vijf Belgen droegen bij aan de analyse van de stalen. Het gaat om Piet Maes (KU Leuven), Tine Vermoesen en Saïd Abdellati (ITG) en Benny Borremans en Sophie Gryseels (UAntwerpen). Ook de Belgische afdeling van Artsen zonder Grenzen was betrokken.