Bakelants: in tranen allerlaatste in Lombardije… maar ook een beetje winnaar

BELGA
Bauke Mollema was al meer dan een uur over de finish gekomen in de Ronde van Lombardije, toen Jan Bakelants (33) eindelijk van de ploegbus stapte. Als allerlaatste was hij over de finish gebold. Hij deed zijn verhaal met tranen in de ogen.

25 minuten en 5 seconden was de achterstand van Jan Bakelants op Bauke Mollema. Helemaal in zijn eentje kwam hij binnen in Como. Op 300 meter van de streep verloor hij nog een extra halve minuut toen hij plots de remmen dichtkneep. Aan de kant stond zijn vriendin Daphne met hun dochtertjes Julia en Jane. Bakelants zei een paar woorden, aaide zijn oudste kind over het hoofd en reed toen weer verder. Met een scheur in zijn broek en vlekken op zijn shirt.

Op 45 kilometer van de finish was hij ten val gekomen in de afdaling van de Sormano. Een val waar hij serieus wat schaafwonden aan overhield (de grootste aan zijn schouder), maar die vooral mentaal hard binnenkwam. Het was maar een paar bochten hoger dat hij in 2017, ook tijdens de Ronde van Lombardije, de controle over zijn fiets verloor en in de ravijn belandde. Een horrorcrash. Bakelants brak vier ruggen- en lendenwervels, moest worden geopereerd en was zes maanden out.

Hij had geluk dat het niét het einde van zijn carrière betekende, maar een kantelpunt was het wel. Bakelants haalde sindsdien nooit meer het niveau van voor die val en draagt daar vandaag nog steeds de gevolgen van: hij is einde contract bij Sunweb en weet niet of hij volgend jaar nog renner is. “Mijn manager is daarmee bezig”, zei hij. “Hij zegt dat hij het in orde gaat brengen. Tot dan wil ik er niets meer over horen.”

Photo News

Het was het enige, korte moment waarop Bakelants zijn typische zelve was: snedig en met vuur in de stem. Want de man die voor ons stond, had het moeilijk. Die nieuwe val, bij zijn rentree in Lombardije en op quasi dezelfde plek, maakte grote emoties los. Toen Bakelants ons te woord stond, had hij al een uitgebreide douche genomen en had hij zich al laten verzorgen door de teamdokter, maar dan nog kwam hij moeilijk uit zijn woorden. “Het is om zot van te worden”, zei hij. “Al bij al kom ik goed weg, want het had allemaal nog veel erger gekund. Ik weet echt niet hoe het is kunnen gebeuren. Mijn voorwiel schoof weg en ik lag er. Ik reed niet eens rap, zonder risico’s. Elke renner maakt elk jaar wel zoiets mee, maar vreemd genoeg moet het bij mij altijd in deze koers gebeuren.”

Een (sport)psycholoog noemt zoiets wellicht een trauma. Bakelants draaide zijn hoofd weg om zijn vochtige ogen te verbergen. Toen zijn dochtertje kwam vragen of hij ‘veel plakkertjes’ op zijn lichaam had, schoot hij meteen vol. De Kempenaar wuifde de complimenten weg, maar dat hij in deze omstandigheden de race uitreed, mag hij als een overwinning beschouwen. Bakelants haalde de schouders op. “Stoppen was te makkelijk geweest. We passeren hier een keer of drie bijna aan de finish, maar ik wist dat zij hier gingen zijn (wijst naar zijn gezin, red.)… Ik wilde kost wat kost uitrijden.”

De bedoeling was om in deze Lombardije de pijnlijke herinnering van twee jaar geleden definitief achter te laten, maar dat lukte niet in deze omstandigheden. Bakelants’ aversie voor de wedstrijd is nog gegroeid. Hij was te zeer overstuur om een langer interview te geven en stamelde enkel nog wat halve zinnen waaruit bleek dat hij niet veel zin heeft om ooit nog terug te komen naar deze wedstrijd.

Photo News



Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.