Is het einde van de traditie met Braziliaanse voetbalbijnamen in zicht? Hoe ploegmaat Kevin De Bruyne vaarwel zei aan zijn ‘alter ego’

AP
Zico, Jairzinho, Pelé, Kaká, Garrincha. De glorieuze bijnamen die het Braziliaanse voetbal groot brachten, zijn vandaag met uitsterven bedreigd. Vanavond (21u) staat voor de wedstrijd tussen Brazilië en Uruguay nog welgeteld één speler onder zijn bijnaam op de matchfiche. Het einde van een tijdperk?

We schrijven 1958 wanneer Brazilië zich als eerste en enige Zuid-Amerikaanse natie op het Europese vasteland tot wereldkampioen weet te kronen. De ‘Goddelijke Kanaries’ winnen in Solna (Zweden) met een afgetekende 5-2-score van het thuisland. Het 17-jarige supertalent Pelé tekent voor twee goals in de finale. Ook Vava doet de netten twee keer trillen. De liefhebbers van het genre kennen beide voetballers onder hun volledige naam, al valt dat sterk te betwijfelen. Want wie heeft ooit van Edson Arantes do Nascimento of - nog beter - van Edvaldo Jizídio Neto gehoord? 

Het is de periode waarin de aliassen hoogtij vieren in het Braziliaanse voetbal en dat is in 1958 hoogst ongewoon voor de rigide, Europese waarnemers. Voor de groepswedstrijd tegen Oostenrijk zette de Zweedse krant ‘Aftonbladet’ met een flinke portie zin voor overdrijving de Braziliaanse basiself als volgt op papier: Dudu; Dada en Dudu; Dodo, Dudi en Duda; Didi, Dida, Dadi, Deda en Dade. 

Pelé in 1958 met de WK-trofee.
rv Pelé in 1958 met de WK-trofee.

‘Het Vogeltje’

Grappig, maar net die spelers maakten het Braziliaanse voetbal groot met drie wereldtitels (1958, 1962 en 1970) in twaalf jaar tijd. In navolging van Vava, Didi en Pelé kwamen later Jairzinho, Tostao en Zico op de proppen. Nog later zouden Robinho, Kaká en Lucio de Seleçao op sleeptouw nemen. 

Nog niet overtuigd? Neem er dan gerust de tabel met Braziliaanse topschutters bij. Tien van de vijftien beste Braziliaanse aanvallers staan bekend onder hun bijnaam. Pelé, Vava, Ronaldinho, Zico, Bebeto... om maar enkele voorbeelden te noemen. Of wat dacht u van ‘Het Vogeltje’: Garrincha? De vijf uitzonderingen zijn Ademir, Rivaldo, Romario, Ronaldo en Neymar. Spelers die in plaats van een bijnaam gewoon voor hun voornaam op de achterkant van hun gele shirt kozen. 

REUTERS

Van Marvel-helden tot graffitispuiters

De voorbeelden die voortkomen uit de traditie van 1958 zijn talrijk. Brazilianen geven aan alles en iedereen bijnamen. Niet in het minst dus aan hun voetballers. Juninho Pernambucano bijvoorbeeld, simpelweg om hem aan te duiden als de Juninho die in Pernambuco werd geboren. Of Alemao, een verdediger uit de jaren negentig die niet in Duitsland werd geboren, maar indertijd met zijn blauwe ogen en blonde lokken gewoon veel weg had van een Duitser. Middenvelder Dunga verwees dan weer naar één van de Zeven Dwergen, terwijl Shanghai SIPG-aanvaller Hulk fysieke gelijkenissen vertoont met het gelijknamige groene monster uit de Marvel Comics. 

Nog een leuke: Grafite. De ex-spits van Wolfsburg kreeg zijn bijnaam aangemeten door een jeugdcoach. Grafite leek op een oude vriend van zijn toenmalige coach. Eentje die in het verleden nog in aanraking was gekomen met het gerecht voor... jawel, het rondspuiten van graffiti. Bijnamen met een verhaal, die dus stilaan uit het Braziliaanse voetbal verdwijnen.

Grafite won jaren geleden nog de Bundesliga met Wolfsburg.
REUTERS Grafite won jaren geleden nog de Bundesliga met Wolfsburg.

Anno 2018 slechts één bijnaam-Braziliaan

Want niets van dat alles voor de twee partijen komend weekend. In de selectie voor de oefenduels tegen Uruguay en Kameroen zit nog welgeteld één Braziliaan die prat gaat op zijn bijnaam. Cruzeiro-verdediger Dédé - voluit Anderson Vital da Silva. Hij is de enige die vanavond zijn alias boven zijn rugnummer zet. Verder niemand die zich geroepen voelt om de rijke traditie van bijnamen verder te zetten. 

Sterker, in de 23-koppige groep van het afgelopen WK in Rusland maakte geen enkele bijnaam-Braziliaan deel uit van de selectie. Ironisch genoeg was bondscoach Tite de enige met een alias. Eentje die hij kreeg van voorganger Luiz Felipe Scolari. Die vond Ade - de vorige bijnaam van Tite - maar niets. 

Toch had het anders gekund. Zo stond niemand minder dan Manchester City-speler Gabriel Jesus in het verleden bekend als Borel. De jonge voetballer van Palmeiras had opvallend veel weg van een Braziliaanse popartiest met die naam. Waarom de ploegmaat van Kevin De Bruyne dan voor zijn volledige naam koos? “Ik weet niet precies wanneer het is veranderd”, getuigt één van Jesus’ jeudbegeleiders bij Palmeiras bij Bleacher Report. “Voor ons stond hij altijd bekend als Borel. Iedereen kende hem zo.”

Photo News

De reden achter Gabriel Jesus’ naamwijziging

Opvallend genoeg was het de media-afdeling van Palmeiras zelf die Gabriel Jesus het vertrouwen gaf om zijn eigen naam op zijn shirt te zitten. De Braziliaanse club zag in zijn jonge spits een nieuw godenkind en dan komt de achternaam ‘Jesus’ natuurlijk van pas. Bovendien kreeg de 21-jarige aanvaller het rugnummer 33 toegemeten. Toeval of niet, het jaar waarin Jezus Christus zou overleden en verrezen zijn. Een sterk nummertje branding van de marketingafdeling. Het is de hoofdreden waarom Jesus nu ook nog bij Manchester City het nummer 33 draagt.

Dat Braziliaanse spelers zoals Gabriel Jesus om marketingredenen hun echte naam boven hun alias verkiezen is één verklaring. Er zijn ook nog andere redenen te vinden achter de felle vermindering van bijnamen in het Braziliaanse voetbal. Eentje daarvan is de verplichting van Europese clubs om Brazilianen hun officiële naam te laten dragen. 

In heel wat competities gelden quota voor het aantal spelers van buitenlandse afkomst. Braziliaanse voetballers die kunnen bewijzen dat ze van Europese afkomst zijn, ontsnappen veelal aan die regel. Een volledige naam kan dan helpen in de bewijsvoering. Tegelijk is het voor Braziliaanse ploegen ook een kunstje om hun spelers op die manier sneller aan een lucratieve transfer naar Europa te helpen.

AFP

“Zonder bijnamen wordt het allemaal een beetje saaier”

Een spijtige tendens, vinden Tostao en Pepe (WK-winnaars in de jaren zestig en zeventig). “Ik speelde in een heel mooie tijd voor de Braziliaanse nationale ploeg. Er waren zoveel bijnamen, maar die zijn er nu niet meer. Vandaag voetballen spelers liever onder hun eigen naam”, aldus Pepe. Een stelling die bijval geniet bij de man die als ‘Het Kleine Muntje’ door het leven gaat, Tostao. “Ik trainde vroeger op pleintjes met oudere kerels en die gaven me die bijnaam omdat ik de kleinste was. Het heeft me nooit gestoord. Nu spelen velen onder hun voor- en achternaam en dat vind ik jammer. Zo heb je Thiago Silva, Thiago Neves, Thiago Ribeiro. Hou ze maar eens uit elkaar.” 

“Ik vraag me af of Pelé zo bekend zou zijn geworden onder zijn gewone naam”, gaat Tostao verder. “Zou Edson Arantes zo groots geworden zijn? Waarschijnlijk wel, maar misschien ook minder populair. (lacht) Ik kan het me alleszins niet inbeelden dat mensen hem op straat Arantes zouden noemen.” Bijnamen spreken tot de verbeelding, vindt Pepe. “Met gewone namen is het voor Brazilianen moeilijker om een speciale band te hebben met hun idolen. Het is toch leuker om fan te zijn van een voetballer die Garrincha heet, dan van een voetballer die luistert naar de naam Manuel Francisco?” 

Hier en daar duikt inderdaad wel nog een “-inho” op, maar met Fabinho en Paulinho is ook dat aandeel beperkt in de Seleçao. Bovendien is “-inho” in veel gevallen een gewoon verkleinwoord.. “Ik vond mijn alias leuker”, zegt Grafite. “Het heeft me geholpen in mijn carrière. Ik viel op dankzij mijn voetbalnaam en op die manier bleef ik langer in de herinnering van mijn fans. Zonder bijnamen wordt het allemaal een beetje saaier.”

EPA



Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.