Het belooft wat te worden morgenavond: Liverpool zorgde al vaker voor spektakel in Champions League-finale

Liverpool in de Champions League, het is wat. Naast spectaculaire comebacks wonnen de Engelsen vijf van hun negen finales. Morgen kan daar nog één bijkomen als ze winnen tegen Tottenham. Liverpool zorgde al vaker voor het nodige entertainment in de eindstrijd van het Kampioenenbal. Bekijk vijf memorabele finales van ‘The Reds’.

10 mei 1978: kleinste verschil tegen Club Brugge

Liverpool speelde zijn tweede finale op rij in 1978. Een jaar eerder waren ‘The Reds’ te sterk voor Borussia Mönchengladbach (3-1). Deze keer zou voor de eerste keer in de geschiedenis en ook enige keer een Belgisch team de finale van de Champions League bereieken. Club Brugge met onder meer Georges Leekens, Julien Cools en René Vandereycken schakelde onderweg Atlético Madrid en Juventus uit. Ondanks een goede partij werd het voor Club niets tegen Liverpool. In een volgepakt Wembley met meer dan 92.000 toeschouwers zorgde de goal van Kenny Dalglish voor de overwinning van de Britten.

30 mei 1984: Bruce Grobbelaar en zijn ‘spaghetti legs’

In het Stadio Olympico was AS Roma de gedoodverfde favoriet om voor eigen volk de Champions League te winnen. Toch was het Liverpool dat al vroeg op voorsprong kwam dankzij een goal van Philip Neal. Gelukkig voor Roma kon Roberto Pruzzo kort voor rust het stadion doen ontploffen met zijn gelijkmaker. Daarvoor moest Bruce Grobbelaar al een paar keer redding brengen om de nul op het bord te houden. Vooral Bruno Conti was gevaarlijk voor Roma. De 1-1-ruststand bleek ook de eindstand en uiteindelijk kwam het tot penalty’s. Steve Nicol trapte de eerste strafschop over, waardoor de Romeinen de zege al voelden aankomen. Maar dat was buiten Grobbelaar gerekend die bij de elfmeter van Graziani kronkelende bewegingen maakte met zijn benen, de befaamde ‘spaghetti legs’. De Italiaan miste, waarop Kennedy de Reds naar het delirium schoot. 

29 mei 1986: het Heizeldrama

In 1986 werd het hoogtepunt van het Europese voetbal werd overschaduwd door één van de grootste drama’s in de voetbalgeschiedenis. Twee Belgische jeugdteams namen het als voorspel tegen elkaar op in toevallig dezelfde kleuren als Liverpool en Juventus. Een uur voor de aftrap scoorde het witte team tegen, terwijl het rode team al 3-0 voorstonden. Er braken rellen uit, er werd vuurwerk afgestoken en met stenen over en weer gegooid. De hel brak echt los toen een groep Liverpool-fans op de Italiaanse supporters afstormde. Uit paniek liep de Juventus-aanhang naar de zijkant van zijn vak. De betonnen muur kon de enorme druk van de massa niet aan waardoor die het begaf. Een groot aantal supporters viel naar beneden, terwijl anderen werden vertrappelt in de menigte. 39 mensen stierven, waaronder vier Belgen, maar opvallend genoeg geen Engelsen. Honderden toeschouwers raakten gewond. Uit vrees voor verdere escalaties ging de wedstrijd gewoon van start. Juventus won de partij met 1–0 door een omgezette penalty van Michel Platini. 

25 mei 2005: van 3-0 naar 3-3 op tien minuten

AC Milan, dat voor 2005 al zes keer de Beker met de Grote Oren in de lucht stak, opende de score na nog geen minuut spelen via kapitein Paolo Maldini. Vijf minuten voor rust werd de voorsprong verdubbeld door Hernán Crespo die nog voor affluiten zijn tweede maakte, waardoor de Italianen met 3-0 gingen rusten. Het leek een koud kunstje te gaan worden. Maar na een kwartier spelen in de tweede helft hingen de bordjes gelijk na goals van Gerrard (54ste minuut), Šmicer (56ste minuut) en Alonso (60ste minuut). In de verlengingen werd er niet meer gescoord, dus moesten penalty’s uitsluitsel brengen. Na een misser van Shevchenko maakte Šmicer een einde aan de spectaculaire wedstrijd en nam Liverpool de beker mee naar Engeland. Net als Grobbelaar in ‘84 stal de doelman de show. Jrzy Dudek toonde zijn beste imitatie van de ‘spaghetti legs’. 

26 mei 2018: Blunders van Karius zorgen voor Madrileense winst in Kiev

Terwijl Madrid zich opmaakte om een derde opeenvolgende beker in de lucht te hijsen, wilde Liverpool zich vorig jaar op het hoogste niveau in Europa nog eens bewijzen. Het was el elf jaar geleden dat ‘The Reds’ een finale haalden. Bovendien was het al dertien jaar geleden dat ze de Champions League nog eens wonnen. Niemand dacht na een scoreloze eerste helft dat er na de pauze nog vier doelpunten zouden vallen. In minuut 51 werd de wedstrijd opengebroken toen Karim Benzema Loris Karius wat opjoeg. De Liverpool-doelman ging vervolgens in de fout door de bal lompweg tegen zijn tegenstander te gooien. Sadio Mané kon die fout vier minuten later even doen vergeten, maar Gareth Bale lukte in de 64ste minuut een fantastische omhaal. De Welshman scoorde later nog eens met een harde knal, ook daar ging Karius in de fout.




1 reactie

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.


  • Marc De Vos

    Kleine correctie. Het Heizeldrama was in 1985.