Als u niet genoeg van Jan Mulder kan krijgen...

Joost De Bock
Jan Mulder (69) is het pepervat van de Reyerslaan. Geen geneuzel over voetbaltactiek, driehoeken op het middenveld of de verschrikkelijke keuze tussen een 4-3-3 of een 5-3-2. Nee, spelplezier wil hij zien. Genialiteit die van de voeten van de vedetten in Brazilië spat. Een duizelingwekkende dribbel. Een weergaloos schot. «Het publiek dat er met open bek naar kijkt, het aanzwellende gejuich op de tribunes: dàt is voetbal.» Reken maar: als Mulder praat, kijkt en luistert het publiek thuis in de zetel òòk met open bek naar hem. Want in alles blijft hij, de voormalige midvoor van Anderlecht, een showman. Met een sprankel jaloezie, weliswaar. «Voetballers zijn nu rocksterren. Wat had ìk daar van genoten!», zegt hij vandaag een lang interview in Het Laatste Nieuws. Maar Mulder zegt nog zoveel meer, dus daarom alleen op HLN.be nog meer lekkers van de beste aller voetbalanalytici.

Ik zag laatst nog eens beelden van het beste Braziliaanse elftal ooit: Pélé in 1970. Het was sléchter dan het Belgische vrouwenelftal. Zo trààg!

Jan Mulder over... de Rode Duivels

«Was ik Wilmots, ik speelde met een hele rigoureuze aanvallende ploeg. Lukaku, Origi, Mertens, Januzaj, Hazard en zet Mirallas er ook maar bij. De héle boel naar voren! Wat moet je met zo'n Alderweireld? Kompany kan in z'n eentje de hele verdediging voor z'n rekening nemen. Zéker met Courtois in doel: zijn handschoenen waren schòòn na de wedstrijd tegen Algerije. Maar dat is vloeken in de kerk van de moderne voetbalwetenschap.»

Joost De Bock

... Oranje

«Ik word niet warm van het Nederlands elftal, net als ik niet warm word van de Rode Duivels. Ze spelen zo ouderwets: het lijkt wel voetbal uit de jaren vijftig, met verdedigers die alleen maar naar voren komen met een corner. Het wordt steeds meer de boel dichthouden en dan één, of anderhalve ster, zoals Robben en Van Persie, die het vooraan maar moeten opknappen. Zoals Spanje speelde, ook daarna tegen Chili, werpt toch een ander licht op dat wonderbaarlijke resultaat. Nederland had die dag met 9-1 kunnen winnen. Dat is abnormaal tegen Iniesta, Xavi en Ramos en al die sterren.»

Joost De Bock

... Spanje

«Je ziet het zo: dat team is òp. Del Bosque had het twee jaar geleden al een klein beetje moeten verjongen. Maar Del Bosque is zélf wel heel erg bezadigd. Ik hoorde Iniesta in de camera zeggen, na de verloren kampioenswedstrijd tegen Atleticò, dat hij moet was. Ik herinner me dat ik dat ook was op het einde van mijn carrière: moe. Geestelijk en fysiek. Die jongens van Barcelona, waar het Spaanse team toch op draait, hebben vijf, zes seizoenen weergeloos gespresteerd. Bovenmenselijk goed. Ik heb genòten, vijf jaar lang het mooiste voetbal aller tijden. Maar er komt een dag dat de man met het zwaard toeslaat. Ze zijn net niet snel genoeg meer. Ze verlangen naar die honderd miljoen op de bank en naar hun WAG. Naar het strand. Weet je wat je dan ook hebt: je wìl verliezen. Dat gevoel had ik heel erg bij Spanje. Zo'n Busquets zag eruit als een hele oude ambtenaar die z'n vrouw net heeft verloren. Hij sjokte zinloos over dat veld. Het is op. Maar ze hebben ons meer dan genoeg gegeven. Maar nu: oprotten.»

Zo'n Busquets zag eruit als een hele oude ambtenaar die z'n vrouw net heeft verloren. Hij sjokte zinloos over dat veld. Het is op.

Joost De Bock

... de Brazilianen

«Wat een stuntelaars, zeg! Aanstellerij, dat luidkeels zingen van hun volkslied. Ik vond het éng. Die obsessieve David Luis, bah. Als je hem ziet voetballen, denk je: 'Zing maar iets minder luid, dat helpt misschien om beter te spelen.' Want glanzen, nee, dat doen ze niet, hoor. Maar geen nood: ik zag laatst nog eens beelden van het beste Braziliaanse elftal ooit: Pélé in 1970. Het was sléchter dan het Belgische vrouwenelftal. Zo trààg!»

... voetbalverstand

«Ik hoorde Wilmots op televisie zeggen, bij de voorbeschouwing: 'De jongens weten wat ze moeten doen.' Wat weet zo'n Jan Vertonghen nou wat 'ie moet doen? Het voetbal verandert elke seconde honderdduizend miljoen keer: niémand weet wat je moet doen. Je voéten, die weten wat ze moeten doen. Je hoofd niet. Niemand heeft verstand van voetbal, behalve de voeten van Messi. Het zit veel te veel in de hoofden tegenwoordig, en dan vooral in de hoofden van de trainers. Dat heeft alleen maar negatieve gevolgen. Hoe kun je nou weten wat je moet als je voor zo'n speler van Chili staat die zélf niet weet wat hij gaat doen met de bal? Maar van de weeromstuit is dat normaal geworden, en analytici gedragen en praten als trainers. Geloven in die wiskundige figuren op het bord. Dat is allemaal onzin!»

Mijn heat map zou een kubustisch schilderij zijn - misschien een vroege Mondriaan: rood aan de ene kant, en maagdelijk groen aan de andere. Want verdedigen deed ik niet. Alles wat àchter de middenlijn gebeurt, is toch maar gebrekkig geploeter.

... Brussel

«Ik ben inténs gelukkig dat ik een hele maand in Brussel mag zijn. Het is héél lang geleden dat ik tegen Brussel kon. Ik liet vroeger mijn vrouw liever alleen oude vrienden bezoeken in de stad. Om de een of andere manier kon ik daar niet tegen. Wegens mijn verleden hier. Ik was hier zo gelukkig - beginnend sterretje, mooie sportwagen, weet je wel. Maar nu voel ik me voor het eerst weer één met de stad. Brussel is niet meer verdrietig: de mensen zijn vrolijk, ik kan door de straten wandelen, terrasjes doen. Het is net als veertig jaar geleden. Misschien komt het ook omdat ik hier nu iets te doen heb, en niet als oude, nostalgische midvoor nog eens naar mijn oude glorieuze grond terugkeer.»

... heat maps

«Dàt vind ik wel erg mooi. Of de schematische voorstelling van de passes van Pirlo, allemaal witte strepen op een groene achtergrond. Net een abstract schilderij. Echt waar, ik ga dat uitprinten en thuis aan de muur hangen. Ik ben wel eens benieuw hoe mijn heat map er zou uitgezien hebben: ik startte de motor, ging diep naar links of naar rechts en dan legde Jef Jurion de bal perfect bij mijn voeten neer. Mijn heat map zou een kubustisch schilderij zijn - misschien een vroege Mondriaan: rood aan de ene kant, en maagdelijk groen aan de andere. Want verdedigen deed ik niet. Alles wat àchter de middenlijn gebeurt, is toch maar gebrekkig geploeter.»

... zijn kat Fritz

«Fritz had ooit nog een zusje, Suzy. Zo'n lief katje, maar na drie maanden was ze opeens weg. Ik weet niet wat het was, maar misschien genoot ze wel teveel van haar vrijheid. Fritz en Suzy hebben hun namen gekregen van een vrienden van ons uit Düsseldorf. Toen we net onze katjes hadden, kwam ze op bezoek. We hadden nog geen namen, en die vriendin stelde voor om hen naar de schildpadden van haar opa te noemen. Ze vertelde ons het verhaal van Fritz en Suzy. Die beesten waren zestig jaar bij mekaar, en toen stierf Suzy. Hij kocht een nieuw vrouwtje, maar Fritz moest niks van dat nieuw vrouwtje weten en verstootte haar. Dat vond ik zò ontroerend, dat ik de katten meteen Fritz en Suzy noemde.»

Joost De Bock