Cercle Brugge viert 120-jarig bestaan: overleven aan de top als handelsmerk

Twitter Cercle Brugge
Feest in de groen-zwarte kant van het Jan Breydelstadion: vandaag is Cercle Brugge 120 jaar oud geworden. “Cerkeltje”, dat is Jules Verriest, dat is Josip Weber. En: altijd weer overleven.

Op 9 april 1899 werd door oud-leerlingen van het Sint-Franciscus-Xaveriusinstituut ‘Cercle Sportif Brugeois’ opgericht, op dat ogenblik al de vijfde voetbalvereniging in het Venetië van het Noorden. Twee jaar later sloot het team zich bij de KBVB aan onder het stamnummer 12, om nog voor het uitbreken van de eerste wereldoorlog naar de top van het Belgische voetbal door te stoten. In 1911 doorbrak Cercle de hegemonie van de Brusselse clubs door als eerste Vlaamse ploeg de nationale landstitel te veroveren. Tijdens het interbellum kwamen daar in 1927 en 1930 nog twee Belgische kampioenschappen bovenop. Het waren gouden tijden voor de groen-zwarte vereniging, die in 1927 ook de Belgische beker won na winst in de finale tegen Tubantia Borgerhout. In het Dudenpark in Vorst, nu nog steeds de thuishaven van Union Sint-Gillis, scoorden Charles Vernimmen en Arthur Ruysschaert, samen met Florimond Vanhalme en Michel Vanderbauwhede de grote namen uit die glorieperiode van Cercle.

De piepjonge doelman Robert Braet veroverde tijdens het laatste titeljaar zijn stek onder de lat, om die pas zeventien seizoenen later af te staan. Braet maakte een eerste neergang van groen-zwart mee die in 1936 tot degradatie uit de hoogste reeks van het land leidde. Snel teruggekeerd in 1938 kon een nieuwe buiteling niet worden vermeden, waardoor Cercle vanaf 1946 uit de toenmalige “Ere-Afdeeling” verdween en na een hertekening van de reeksen in 1952 zelfs een derdeklasser werd. Pas in 1961 keerde groen-zwart terug bij de Belgische elite, met doelman Willy Mortier, de onverzettelijke Delphin Vanderhaeghen en doelpuntenmaker Gilbert Bailliu nu als ruggengraat van de ploeg.

Na vijf seizoenen in de middenmoot werd 1965-66 een rampjaar. Cercle won slechts vijf matchen, eindigde laatste en werd bovendien van omkoping beschuldigd door Lierse-speler Walter Bogaerts en veroordeeld tot een dubbele degradatie. Hoewel ondervoorzitter Lantsoght door de burgerlijke rechtbank over de hele lijn werd vrijgepleit, kon het sportieve onheil niet worden teruggedraaid. En omdat uitgerekend in die periode Club Brugge doorstoomde naar nationale en later ook internationale successen, bleef Cercle gedoemd tot een rol in de schaduw van wat “de grote buren” werden.

Onder impuls van trainer Urbain Braems en met eigen jongeren als Franky Simon en vooral Julien Verriest in een hoofdrol, keerde Cercle in 1971 al terug in eerste klasse. Het zou er, op een korte afwezigheid van één seizoen na, liefst een kwarteeuw blijven. In die periode verhuisde Cercle van het Edgard Desmedtstadion langsheen de Torhoutsesteenweg naar het nagelnieuwe Olympiastadion aan de kerk van Sint-Andries, dat het vanaf 1975 deelde met Club Brugge. Grote uitschieters in de nationale competitie kon Cercle nauwelijks laten optekenen, maar in de Belgische beker deed het dat wel. In 1985 leidde debuterend trainer Georges Leekens zijn ploeg naar bekerwinst tegen SK Beveren. In een zonovergoten Constant Vanden Stockstadion van Anderlecht won Cercle na strafschoppen, met de illustere Frank Neve als held van één dag door zijn beslissende elfmetertrap. Eén jaar later stond Cercle weer in de finale, in... Brugge tegen Club, dat met twee omstreden penalty’s via Jean-Pierre Papin won. Nog eens tien jaar later was Club Brugge andermaal de tegenstander in de eindstrijd, nu in het Koning Boudewijnstadion, en opnieuw beet Cercle in het zand.

Tussen die twee finales beleefden de groen-zwarte supporters veel plezier aan de doortocht van ene Josip Weber in ons land. De Joegoslavische spits, later Kroaat en zelfs even Rode Duivel, kroonde zich van 1990 tot 1993 tot nationaal topschutter. Voor en na Weber had Cercle met grote namen als Morten Olsen, Edi Krncevic, Bwalya Kalusha of Dorinel Munteanu al een patent op het ontdekken van buitenlands talent genomen.

Zijn 100-jarig bestaan vierde Cercle evenwel in tweede klasse, een lijdensweg die zes jaar zou duren. In 2003 keerde Cercle voor een periode van twaalf jaar terug naar de eerste klasse, waarin het onder het sportieve bewind van Glen De Boeck zijn grootste successen boekte en in 2008 op de vierde plaats strandde, net buiten de Europese prijzen. Twee jaar later drong Cercle voor de laatste keer tot de Belgische bekerfinale door, die van AA Gent werd verloren maar toch een nieuw Europees avontuur inluidde. Nadat het in 1985 en 1996 niet voorbij Dynamo Dresden en Brann Bergen was geraakt, overleefde groen-zwart nu wel tegen het Finse Turku om vervolgens tegen de Cyprioten van Larnaca te sneuvelen. Cercle besloot in die periode tot samenwerkingsverbanden met Blackburn Rovers en nadien Sporting Lissabon. Het haalde met Eidur Gudjohnsen ook kortstondig een absolute wereldtopper naar Jan Breydel.

Na een nieuwe degradatie in 2015 en een competitiehervorming met de reeksen 1A en 1B stond het water Cercle aan de lippen, toen AS Monaco de groen-zwarten een reddingsboei toewierp. De dreigende duik naar de amateurreeksen werd vermeden, onder de bezielende leiding van Franky Vercauteren dwong Cercle in prangende barragewedstrijden tegen Beerschot-Wilrijk op 10 maart 2018 opnieuw de promotie naar 1A af. Daarin kende het een grijs openingsjaar, enkel opgefleurd met een uitzege bij het ongenaakbaar lijkende Racing Genk en thuiswinst tegen een zwalpend Anderlecht. En, na dertien wedstrijden zonder winst, vorige zaterdag een duurbevochten zege in Moeskroen om de 120ste verjaardag toch wat luister bij te zetten. “Duurbevochten”, een term met zeer veel symboliek voor Cercle Brugge, de Vereniging die van overleven een handelsmerk heeft gemaakt. Proficiat, Cercle! 




2 reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.


  • Peter Van Hese

    Die profiteursclub , dat intereseert mij echt geen bal

  • Stijn Sinnaeve

    2013 ook bekerfinale.