Bondsprocureur berispt jurist RC Genk wegens foutief gezegde: “Denk dat de meester zijn Latijn moet oppoetsen”

Photo News
Met Kris Wagner als bondsprocureur laat je je als jurist in de Geschillencommissie best niet op foute Latijnse gezegdes betrappen. Zo ondervond vandaag Jochem Martens, die RC Genk vertegenwoordigde over de stopgezette match op STVV op 28 september na wangedrag van de fans.

In zijn pleidooi bezigde Martens een Latijnse juridische uitdrukking om zijn punt te maken: “Nemo auditur ad impossibile. We moeten vandaag bewijzen dat iets niét gebeurd is, en dat is veel moeilijker dan te bewijzen dat iets wel gebeurd is.”

Na het pleidooi van Martens kreeg Wagner nog even het woord, waarbij hij in zijn bevlogen stijl toch eerst wat wou rechtzetten: “Meester Martens heeft gezegd: ‘Nemo auditur ad impossibile.’ Dat wil dus werkelijk niets zeggen. Ik denk dat meester Jochem Martens zijn Latijn een beetje moet oppoetsen. Het adagium is helemaal niet ‘Nemo auditur ad impossibile’. Dat zijn twee adagia door elkaar geklutst. Het juiste adagium is ‘Nemo tenetur ad impossibile.’ (Niemand wordt geacht het onmogelijke te doen, red.). Maar dat is niet zo belangrijk...”




Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.