Langeafstandsloper Isaac Kimeli: ‘Mijn bloed is Keniaans, mijn hart Belgisch’

Belg met Keniaanse roots begint vrijdag aan WK atletiek in reeksen 5.000m

BELGA
Treedt Isaac Kimeli in de voetsporen van Bashir Abdi en schenkt hij zijn adoptieland België straks een medaille op een groot kampioenschap? Kimeli zou wel willen maar de concurrentie is niet min op de 5.000m op het WK atletiek in Qatar: ‘Mijn bloed is Keniaans, maar mijn hart is Belgisch.’

Ze zijn met nog niet veel, de Belgen die nu al zeker zijn van Tokio 2020. Isaac Kimeli is er daar eentje van. Met zijn zege op de 5.000m op de Memorial Van Damme in een tijd van 13:13.03 dook hij onder de olympische limiet (13:13.50). Zijn ticket voor dit WK stelde de 25-jarige langeafstandsloper al in mei veilig, in Stanford. Vrijdag staan de reeksen op het menu. “Ik hoop te overleven en de finale te halen. Als dat lukt, is alles mogelijk,” denkt hij.

In zijn reeks loopt een andere Kimeli mee, Nicholas Kipkorir. Geen familie van hem, wel een Keniaanse landgenoot. Correctie: een gewezen landgenoot, want in 2009 kreeg Isaac Kimeli een Belgisch paspoort. “Ik kom uit een arm gezin. Mijn vader heb ik nooit gekend. Mijn moeder was heel jong toen ze me kreeg, ik schat 18 of 19 jaar. Ze werkte in een hotel. Een Belgische toerist had met haar te doen en wilde helpen. Zo is ze in België terecht gekomen - ik was vijf jaar toen - waar ze werk vond als zorgkundige. Ik was enig kind en bleef in Kenia bij mijn grootouders wonen tot vijf jaar later alle papieren in orde waren. Intussen stuurde zij geld op naar haar ouders zodat ze een beter huis konden bouwen want er was geen stromend water of elektriciteit. En ook niet veel eten. Ik miste mijn mama wel en ik was blij toen ik met haar herenigd werd. Al was ik in het begin wel wat bang. Ik had als kind nog nooit een blanke gezien - ik verstopte me als ik er één zag (lacht). Ik sprak de taal ook niet. Ik snapte niets van dat Frans of Nederlands, ik sprak Engels of Swahili. Maar nu voel ik me op en top Belg. Mijn bloed is misschien nog Keniaans, maar mijn hart is Belgisch. Ik zie mijn toekomst in België, ik wil een gezin krijgen in België. In Kenia had ik nooit dit leven kunnen leiden en daar ben ik België heel dankbaar voor.”

In Kenia deed Kimeli niet aan sport. Hij rende drie keer per dag wel op en af naar school, maar daar bleef het bij. In België merkte een lerares aan de Don Bosco in Halle zijn talent op - zijn bijnaam luidde Usain Bolt - en kon hem overtuigen om in de club van haar zoon te gaan trainen. Tim Moriau ontfermde en ontfermt zich nog altijd over Kimeli. “Tim deed me inzien dat ik als een prof moest leven als ik top wilde zijn. Niet uitgaan en zo. Maar me verzorgen en rust nemen.” Tussendoor haalde hij in 2014 zijn diploma als zorgkundige - als zijn carrière als atleet gedaan is, wil hij zijn moeder achterna: “Ik help de mensen graag.”

Eerst wil hij nog dromen realiseren. Op de Olympische Spelen staan. Een medaille winnen op een groot kampioenschap. Vorig jaar was hij er op het EK van 2018 dicht bij. In de finale van de 5.000m finishte hij in Berlijn als vijfde maar Kimeli werd gediskwalificeerd. “Ik had de piste al lang verlaten toen ik plots zag dat ik niet in de uitslag stond,” vertelt hij. “Ik wist niet eens waarom. We zijn dan uitleg gaan vragen en blijkbaar was ik met mijn voet op een klein potje getrapt en was ik uit de baan gestapt. Dat was een héél zure avond voor mij en ik heb meer dan één traantje gelaten. Ik had echt de race van m’n leven gelopen. Maar Tim heeft me dan getroost. Hij zei dat ik toch een mooie wedstrijd had gelopen, het niet aan mijn hart mocht laten komen en dat ik nog jong was - ik heb de knop dan omgedraaid.” Met succes want in Doha staat hij op zijn eerste WK atletiek. 

Photo News
EPA
BELGA



Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.