België mag twee shorttrackers naar Winterspelen sturen

Jens Almey en Ward Pétré treden in voetsporen van hun bondscoach Pieter Gysel

Jens Almey (midden).
© Luc Dubru Jens Almey (midden).
Na acht jaar kan België weer shorttrackers naar de Winterspelen sturen. Sinds vrijdag zijn Jens Almey (21) en Ward Pétré (20) zeker dat ze over drie maanden in Pyeonchang op de 1.500m mogen aantreden.

Bondscoach van de twee jonge schaatsers is Pieter Gysel (37), die zelf drie Winterspelen (2002, 2006 en 2010) op zijn palmares heeft staan, met een 9de plek op de 1.500m in Vancouver als olympische 'uitschieter'. Van die prestaties kunnen zijn twee pupillen voorlopig alleen maar dromen. "Ik ga hen het hoofd niet gek maken door onmogelijke ambities uit te spreken," zegt Gysel. "Laat ons hen niet te veel hypen richting Winterspelen. Jens en Ward gaan naar Pyeongchang om ervaring op te doen. Het is voor hen een eerste kennismaking met het internationale niveau in een olympisch jaar. Dan steken de kleppers nog een tandje bij. Tot dit jaar deden ze om budgettaire redenen vooral aan competities in Europa mee, dit seizoen merkten ze op de Wereldbekers dat ze toch nog tekort komen om écht potten te breken."

Dat Almey, die een sabbatjaar inlaste in zijn studies business marketing om alles op de Winterspelen te zetten, zich selecteerde voor Pyeongchang was 'ingepland'. "De top36 kwalificeerde zich en ik neem de 26ste plek in, dus was het wel verwacht," zegt Almey, die op zijn zesde op de ijsbaan van zijn vader in Eeklo begon te schaatsen. "Mijn vader trainde vooral voor de Elfstedentocht en ook mijn zus schaatste, maar dan op clubniveau. Zelf heb ik van mijn elfde tot mijn zestiende veel aan wielrennen gedaan. Daar ben ik fysiek zeker sterk van geworden maar op een gegeven moment moest ik kiezen." Intussen is Almey opgeschoten tot 1m90. "Terwijl de ideale lengte eerder 1m70-75 is. Dan ligt je zwaartepunt lager en ben je stabieler in de bochten. Ik heb van mijn nadeel mijn kracht gemaakt: ik rijd heel aanvallend en als ik aan kop rijd, ben ik door mijn lange benen meestal niet makkelijk te passeren."

Ik rijd heel aanvallend en als ik aan kop rijd, ben ik door mijn lange benen meestal niet makkelijk te passeren.

Jens Almey
Huidig bondscoach Pieter Gysel (in het zwart) bereikte op de Winterspelen van 2010 in Vancouver de halve finale van de 1.500m.
BELGA Huidig bondscoach Pieter Gysel (in het zwart) bereikte op de Winterspelen van 2010 in Vancouver de halve finale van de 1.500m.

Gysel vult aan: "Jens is vooral een 1.500m schaatser, met een goede uithouding. Hij domineert graag een wedstrijd, wat niet makkelijk is als het niveau hoger ligt. Hij zal zijn strategie dan aanpassen. Maar Jens is een gedreven en harde werker. Hij weet waarom hij het doet en hij doet het grààg. Ward is meer een underdog, hij is van nature niet geneigd om zich te profileren. Hij zit met wat meer twijfels in zijn hoofd ook. Meer een sprinter ook. Explosief, een snelle starter.  Fysiek is hij heel sterk maar hij is zijn weg nog wat aan het zoeken. Als junior kon hij niet de resultaten van een Jens voorleggen, hij is een langere weg aan het afleggen om zijn kwaliteiten te ontdekken."

Pétré had naar eigen zeggen wat geluk om Pyeongchang te halen. Een forfait door ziekte van een andere schaatser en een gunstige loting gaven Pétré het noodzakelijke duwtje in de rug want eigenlijk is de 1.500m niet zijn afstand en eigenlijk was het vooral de bedoeling om met een aflossingsteam op de Winterspelen te raken. Dat team haalde het niet - onder meer door de 'transfer' van Mathias Vosté van het shorttrack naar het langebaanschaatsen - terwijl Pétré het individueel wel redde. "Dat is sneller dan gepland maar ik ga niet klagen - welke atleet wil niét op de Spelen staan?"

Ward Pétré.
© Luc Dubru Ward Pétré.

De student LO heeft nu zo'n 70 dagen om aan zijn uithouding te werken, zodat hij op de mijl langer in het rood kan gaan: "Ik wil vooral tonen dat ik waard ben er te staan, over medailles ga je me dan ook zeker niet horen spreken." Net als Almey was de Limburger er jong bij: op het ijs toen hij vier was en aan het shorttracken op zijn achtste. Aan de genen ligt het niet want zijn ouders hebben niets met schaatsen. "Mijn vader heeft één keer een training meegedaan. Na twee minuten bleef hij bij een val met zijn punt in het ijs steken. Hij is afgevoerd met een dubbele beenbreuk. Ik was toen elf en redelijk in shock."

Mijn vader heeft één keer een training meegedaan. Na twee minuten bleef hij bij een val met zijn punt in het ijs steken. Hij is afgevoerd met een dubbele beenbreuk.

Ward Pétré

Maar Pétre gaf niet op en probeert nu om net als Almey een carrière als profsporter uit te bouwen. Om het niveau van zijn shorttrackers in het olympisch seizoen op te trekken, nam Pieter Gysel hen mee naar Salt Lake City, waar ze al sinds begin juni trainen met het Amerikaanse team, onder meer met J.R. Celski, zegt Almey. "Een legende in het shorttrack. Celski is de eerste die de 500m onder de veertig seconden reed en hij won zilver in Sochi - dat zegt toch genoeg over het niveau van de mannen met wie we kunnen trainen."

Gysel, bondscoach sinds september 2013 en in die functie eigenlijk vooral een manusje van alles, legt uit waarom hij voor de States koos. "Omdat Hasselt, waar we normaal trainen, een publieksbaan heeft. Dat heeft zijn weerslag op de kwaliteit van het ijs. Sommige zaken zijn er gewoon niet mogelijk. In Salt Lake City konden we terecht bij de Amerikanen die zelf ook trainingspartners zochten en waar de kans op blessures ook een stuk kleiner is. We vormen maar een klein team, we kunnen het ons niet permitteren om iemand te verliezen."

De Belgen trainen in Salt Lake City onder meer met de Amerikaanse wereldrecordhouder op de 500m J.R.Celski (links).
AFP De Belgen trainen in Salt Lake City onder meer met de Amerikaanse wereldrecordhouder op de 500m J.R.Celski (links).



1 reactie

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.


  • Pedro Gonzalez

    Dat is toch om te lachen, niet?