Tia Hellebaut over de sprong die de hoogspringwereld voorgoed veranderde: “Het was revolutionair, iedereen nam de methode van Fosbury over”

50 jaar geleden introduceerde Dick Fosbury zijn ‘Fosburyflop’

.
RV .
Er was Bob Beamons sprong van 8,90 meter in het verspringen, maar ook in het hoogspringen zorgden de Olympische Spelen van 1968 voor spektakel. Dick Fosbury, een Amerikaanse student, tekende 50 jaar geleden voor een ongezien nummertje en veranderde daarmee voorgoed de atletiekwereld. 

20 oktober 1968. Drie atleten zijn zeker van de medailles in het hoogspringen. Enkel de volgorde moet nog bepaald worden. De Sovjet-Rus Gavrilov neemt het vanaf 2,20 meter hoogte op tegen de Amerikanen Caruthers en Fosbury. Van die laatste is dan al geweten dat het een rare vogel is. Zo miste hij de openingsceremonie omdat hij op dat moment Mexico aan het verkennen was en droeg hij tijdens de wedstrijd twee verschillende schoenen. Fosbury slaat de officials op die 20ste oktober met verstomming door achterwaarts over de balk te springen. Volgens de regels, want de toen 21-jarige atleet stoot telkens met één voet af. Zijn speciale techniek levert hem prompt olympisch goud op. Gavrilov faalt bij 2,22m, Caruthers raakt gebruik makend van de rolsprong-techniek (zie filmpje onder) niet over 2,24m. Fosbury doet dat met zijn eigen methode wel en tekent daarmee bovendien voor een olympisch record. Misschien nog straffer: Fosbury faalt bij geen enkele sprong.

Student burgerlijk ingenieur met twee verschillende schoenen doktert eigen methode uit

De burgerlijk ingenieur in spe uit Oregon had dé succesformule gevonden, maar zou nooit meer terugkeren naar de Spelen. Het heette dat de Amerikaan snel uitgekeken was geraakt op de sport. Toch zou zijn naam voor eeuwig met het hoogspringen verbonden blijven. Sinds 1968 sprong haast elke atleet op de door Fosbury ontwikkelde manier. Eentje die hij zelf uitgedokterd had, omdat hij de toen gangbare technieken maar niet meester kon - Fosbury liep in zijn jeugdjaren zelfs een handbreuk op bij een landing. De Fosburyflop maakte na de Spelen van 1968 definitief zijn intrede. De schaarsprong en de rolsprong waren voltooid verleden tijd.

Dat kon onder meer door een vooruitgang van het landingsmateriaal. In de vroege hoogspring-jaren landden de atleten nog in een dunne zandbak. Iets wat bij een schaarsprong nog min of meer veilig kon gebeuren. Een ander paar mouwen bij de rolsprong, waarbij atleten met het gezicht eerst over de balk tuimelden. In de jaren 50 dé manier om hoog te springen, maar helaas ook wel dé manier om blessures op te lopen bij een ongecontroleerde landing. Het maakte dat de zandbak werd vervangen door een platform met schuimblokken. Nog later kwam een synthetische mat. Ideaal om vanuit gelijk welke hoek een min of meer zachte landing te maken. De Fosburyflop was dus plots niet alleen een veilig methorde, ook de hoogtewinst was enorm. Javier Sotomayor zou er in 1993 een sprong van 2,45m uitpersen. Niet toevallig dankzij de Fosburyflop. 

Dick Fosbury.
AP Dick Fosbury.

Tia Hellebaut: “Ik heb Dick Fosbury nog ontmoet”

“Dat moet in oktober 1968 inderdaad heel revolutionair geweest zijn”, vertelt Tia Hellebaut. De voormalige olympische kampioene (Peking, 2008) is nog steeds Belgisch recordhoudster met een sprong over 2,05m en de ideale persoon om duiding te geven. “Ik heb Fosbury ooit ontmoet en ik meen me te herinneren dat er in de tijd van zijn sprong nog geen onderzoek was gedaan naar de optimale methode om hoog te springen. Ik was toen zelf nog niet geboren, maar weet wel dat Fosbury alles op eigen houtje deed en dat was een succes. Zijn sprong werd door iedereen overgenomen en het is nu nog de manier om op wereldniveau aan hoogspringen te doen. De rolsprong heb ik in mijn carrière bijvoorbeeld nooit gezien.”

Toch zijn de oudere technieken niet per se slechter om aangeleerd te krijgen. “Vooral de schaarsprong. Ik vind het goed dat jonge kinderen die manier van hoogspringen eerst aangeleerd krijgen. Het zorgt ervoor dat je op jonge leeftijd leert om in een juiste positie onder de lat te komen. Zelfs ik deed de schaarsprong in mijn topjaren nog vaak als een vorm van opwarming. Velen maken de fout om meteen te focussen op hun sprong, maar wat weinigen weten is dat de positie die je onder de lat inneemt minstens even belangrijk is. Dat leer je dus met de schaarsprong.” 

Photo News

“Voorlopig blijft de Fosburyflop de methode bij uitstek”

“Het is de ideale opstap om daarna de Fosburyflop correct aan te leren en te optimaliseren. Dat is voor elke atleet anders. Veel hangt af van de samenstelling van het lichaam. Sommigen hebben lange benen en moeten vooral concentreren op hun beenbeweging. In mijn profjaren hebben we dat voor mij onderzocht in samenwerking met de Universiteit Gent. Zo kwam aan het licht dat mijn aanloopsnelheid nog beter kon, ook mijn afzethoek wijzigde lichtjes. Alles staat in het belang om de horizontale kracht van de aanloop om te zetten in verticale kracht (de sprong, red.) en dat lukt dus blijkbaar nog altijd het best met de Fosburyflop. Door de ruggelingse draaibeweging in de lucht komt het zwaartepunt van het lichaam onder de lat te liggen en dat is een voordeel om op grote hoogte nog over de lat te geraken. Ook de ongewone aanloop in een boogje zorgt ervoor dat je de aanloopsnelheid beter kan omzetten in een hoge sprong.” 

Of er een nieuwe techniek aankomt, weet Hellebaut niet. “Er wordt ongetwijfeld onderzoek naar gedaan, maar voorlopig blijft de Flosburyflop de methode bij uitstek. De records zijn op basis van die methode gemaakt en die staan nu toch wel al een tijdje (Sotomayor in 1993 bij de mannen met 2,45m, Kostadinova in 1987 bij de vrouwen met 2,09m). Ik zie bij de vrouwen trouwens niemand in de buurt komen de komende jaren. Het is geen geheim dat deze lichting iets minder is. Met 1,97m werd je in Rio olympisch kampioen, tien jaar geleden moest je daarvoor zeker nog over de grens van twee meter.”

Wim Vandeven en Tia Hellebaut.
BELGA Wim Vandeven en Tia Hellebaut.



1 reactie

Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie
Door het plaatsten van een reactie, ga je akkoord met de gedragsregels


  • Pedro Gonzalez

    Men moet toch geen Tia Hellebaut zijn om dat te weten !