WADA: "Atleten hoeven niet te bewijzen dat ze met clenbuterol besmet vlees aten"

EPA
"Het zou oneerlijk zijn om atleten te laten bewijzen dat ze met clenbuterol gecontamineerd vlees aten", stelde het Wereldantidopingagentschap WADA vandaag in een reactie op een reportage van de Duitse zender ADR.

In de zondag uitgezonden reportage onthulde de ADR dat enkele Jamaicaanse lopers bij een heranalyse van hun op de Olympische Spelen van 2008 afgenomen bloedstalen betrapt werden op het verboden product clenbuterol. Het Internationaal Olympisch Comité ging na overleg met het WADA niet over tot vervolging en hield de resultaten van de hertests geheim.

Het WADA bevestigde dat er in honderden stalen sporen van clenbuterol werden aangetroffen. Het gaat dan wel om minieme hoeveelheden en bij atleten die wonen of trainen in landen waar clenbuterol in de vleesproductie gebruikt wordt. "Het zou onredelijk zijn om de atleten te laten bewijzen dat hun positieve test effectief aan het eten van vervuild vlees te wijten is. Vooral dan acht jaar na de feiten."

Het IOC liet de zaak ook niet helemaal blauwblauw. Er werd meteen een nieuwe analyse uitgevoerd op de stalen van de Spelen van 2012 voor de atleten die in 2008 een positief staal afleverden. Bovendien werden er vorig jaar bij de betrokken atleten voor en tijdens de Spelen in Rio gerichte tests uitgevoerd.