Net geen medaille voor Obreno in finale skiff, "dit was het maximum"

BELGA
Vierde. Normaal ruk je jezelf dan de haren uit het hoofd op de Olympische Spelen. Niet Hannes Obreno (25). Vierde is zijn rechtmatige plaats in deze topbezetting. Een gouden toekomst wenkt. Al hangt dat vooral van de bloednuchtere Obreno zelf af. "Tokio 2020? Graag. Maar voor hetzelfde geld ben ik deze sport over een paar jaar kotsbeu."

Bestaat er geen (ere)metaal voor een vierde plaats? Koper of tin of nikkel of zo? Hannes Obreno zou er in elk geval één verdiend hebben. Ja, de Dudzeelse brok graniet (1m87, 73 kilogram) strandde op het windluwe Lagoa Rodrigo de Freitas op respectabele afstand van het podium: 6.08, om precies te zijn. Maar vierde was in dát eminente gezelschap een ongelooflijk succes. Viervoudig wereldkampioen Ondrej Synek (33). Regerend Europees kampioen Damir Martin (28). En vooral het Nieuw-Zeelandse fenomeen Mahe Drysdale, 37 maar na het bestuderen van de fotofinish  - het verschil met Martin viel niet met het blote oog waar te namen - nu al voor de vierde opeenvolgende keer olympisch kampioen. Titanen in hun vak.

Obreno, zilver op het beloften-WK 2013, is dat vooralsnog niet. Jonger, kleiner en veertien tot vijfentwintig (!) kilo lichter dan zijn concurrenten, roeide het 'dark horse' van de Belgische olympische delegatie in de ongunstige baan zes een dijk van een skiff-finale. Na een blitzstart zocht hij al snel zijn eigen tempo op. Aan het vijfhonderdmeterpunt kwam hij door in laatste positie. Waarna hij aan een sterke remonte begon, in de tweede kilometer nauwelijks nog tijd verloor op de top drie en uiteindelijk binnengleed als vierde. Een evenaring van het resultaat van Tim Maeyens, acht jaar geleden in Peking. Coach Dirk Crois, die de halve finale als doel had vooropgesteld, zag dat het méér dan goed was.

Proficiat dus, Hannes Obreno? (lacht) "Ja, dat mag je gerust zeggen. Ik heb er het maximum uitgehaald, denk ik. Drysdale, Martin en Synek waren over het hele seizoen gezien de beste roeiers. De Spelen bevestigen dat. Ze staan alle drie op het podium. Het is ze van harte gegund." Obreno toonde zich nipt de beste van de rest. "Ik werd wat opgefokt door de Wit-Rus (Shcharbachenia, red.). Die blééf maar doorgaan. (puft) Logisch ook. Dit is geen doordeweekse regatta. Hier probeer je zo hoog mogelijk te scoren. Gelukt, in mijn geval. Ik ben tevreden."

Of er mits een betere baan en idealere omstandigheden meer had ingezeten? Obreno betwijfelde het. "Dat ik een man ben van onstuimig weer en woelig water, wordt gezegd. Omdat ik dan met mijn kleine gestalte vlotter door de golven zou klieven, heet het. (lacht) Vergis je niet. Ik heb het even moeilijk als de rest dan. In het tweede deel van de wedstrijd blies de wind trouwens wat meer van de zijkant vandaag. Ik trok me er aardig uit de slag. Een heel verschil met vrijdag, in mijn halve finale. Toen was ik roeitechnisch écht niet content. Nu wel."

25 pas - "de jongste van de bende" - en technisch bij de besten van de wereld. De toekomst lacht Obreno toe. "Ik heb inderdaad nog veel progressiemarge." Vraag is of hij die de komende jaren ook wíl dichtvaren. "In 2017 zal ik zeker nog roeien", klinkt het beslist. "Met Tokio 2020 in het achterhoofd, jawel. Maar haal ik de volgende Spelen? Wie zal het zeggen? Misschien ben ik deze sport over korte tijd wel kotsbeu. Ik bekijk het dus van jaar tot jaar. Maar nu ga ik eerst even de teugels vieren. Rust, vakantie. Een paar weken lang kom ik die boot niet meer op - ik zal er ook geen ter beschikking hebben, gezien het transport van Rio naar huis. Zelf vlieg ik pas op vrijdag 19 augustus terug naar België. Dat laat me toe nog een paar collega's aan het werk te zien. Jasper De Buyst en Jolien D'Hoore op de piste, bijvoorbeeld. Vooral met Jolien heb ik een hele goeie band."

BELGA
BELGA
BELGA