Kunstschaatsers zijn topverdieners binnen Internationale Schaats Unie

Victoria Sinitsina en Nikita Katsalapov op het ijs in Grenoble.
AP Victoria Sinitsina en Nikita Katsalapov op het ijs in Grenoble.
Een wereldkampioen kunstschaatsen is ongeveer drie keer zo veel waard als een wereldkampioen schaatsen op de langebaan. Dat blijkt althans uit het prijzengeld van de Internationale Schaats Unie (ISU).

De ISU heeft bekendgemaakt dat de winnaar van het WK kunstschaatsen (mannen en vrouwen) dit seizoen een premie van 64.000 dollar (zo’n 56.000 euro) zal ontvangen. De winnaar van het WK allround kan op 22.000 dollar (zo’n 19.000 euro) rekenen. In vergelijking met voorgaande jaren zijn de prijzengelden iets verhoogd.

Voor alle mondiale en Europese kampioenen gelden aparte tarieven. De wereldkampioen sprint ontvangt 13.000 dollar (zo’n 11.000 euro), voor elke titelhouder op de WK afstanden is 6.000 dollar (zo’n 5.260 euro) beschikbaar. Het EK allround levert de kampioen 7.000 dollar (zo’n 6.000 euro) op. Een winnaar van het EK afstanden moet het doen met 2.000 dollar (zo’n 1.700 euro). Winst in het overallklassement bij het WK shorttrack schuift 9.000 dollar (zo’n 7.800 euro).

De eerste zes bij een WK krijgen prijzengeld. Zo ontvangen nummer twee en drie van het WK allround 16.000 (14.000 euro) respectievelijk 13.000 dollar (zo’n 11.398 euro). Nummer vijf (vorig seizoen Bart Swings) vangt 4.000 (zo’n 3.500 euro).

In totaal trekt de ISU, die zeer goed bij kas zit, dit seizoen 2.429.500 dollar (zo’n 2,1 miljoen euro) uit. Schaatsers die niet in de prijzen vallen kunnen zich troosten met de wetenschap dat de ISU sinds dit seizoen ook de reiskosten van alle deelnemers naar de wereldkampioenschappen vergoedt.




Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.