Croenen naar finale op 200m vlinder: "Wat een ontlading!"

EPA
Louis Croenen heeft zich op het WK zwemmen in het Russische Kazan geplaatst voor de finale van de 200 meter vlinderslag. Onze landgenoot eindigde in zijn halve finale vierde in een tijd van 1:55.49, vijf honderdsten boven zijn eigen Belgische record. Dat volstond voor een plaats in de finale, want Croenen zwom de zevende tijd van alle halvefinalisten. Hij is de eerste Belg sinds Frederik Deburghgraeve in 1998 op het WK in Perth die een (individuele) WK-finale mag zwemmen. De finale vindt woensdagnamiddag om 16.52 uur plaats.

In de reeksen had Croenen vanochtend met 1:56.33 de twaalfde tijd neergezet. Zijn Belgische record staat op 1:55.44. De Hongaar Laszlo Cseh en de Zuid-Afrikaan Chad Le Clos wonnen hun halve finales in respectievelijk 1:53.53 en 1:54.50 en zijn woensdag de titelfavorieten.

Bart Fieremans, onze man ter plaatse, kon Croenen snel enkele vragen stellen.
Over zijn gevoel na de race:
"Ik voelde dat het goed zat. Ik kwam aan en zag dat ik vierde was, maar wist dat het nog spannend kon worden. De minuten na mijn race bleven maar duren, dan kwam de verlossing na de tweede reeks. Dat is echt een ontlading."

Over zijn progressie richting wereldtop:
"Dit is een perfect vervolg op mijn EK. Ik ben zes tienden sneller dan vorig jaar op een groot kampioenschap en evenaar bijna mijn Belgisch record van in mei. Die honderdsten zijn verwaarloosbaar."

Over zijn ambitie morgen in de finale:
"Ik ga proberen te genieten en mijn eigen race te zwemmen. Als ik mijn Belgisch record nog kan verbeteren, zou dat perfect zijn. De kers op de taart. Misschien kan ik nog wat plaatsen opschuiven, maar de topdrie lijkt me te hoog gegrepen. Ik denk dat Le Clos, Cseh en Bromer op het podium zullen staan."

EPA

Louis Croenen is de eerste Belgische finalist op een WK zwemmen sinds Frederik Deburghgraeve in 1998. Die werd in het Australische Perth toen wereldkampioen op de 100 meter schoolslag. Sinds de eerste editie van het WK in 1973 zwommen nog maar zes Belgen een individuele finale, Croenen wordt de zevende.

Carine Verbauwen was in 1978 de eerste. In Berlijn werd ze achtste op de 100 meter rugslag. Vier jaar later deed Yolande Van der Straeten haar dat na in het Ecuadoraanse Guayaquil. Ingrid Lempereur zwom in 1989 in Madrid de finales van de 100 (zesde) en 200 meter schoolslag. Sandra Cam werd in 1991 achtste op de 400 meter vrije slag in Perth. Brigitte Becue zwom naar brons op de 200 meter schoolslag en werd vijfde op de 100 meter schoolslag in 1994 in Rome. Deburghgraeve veroverde dat jaar op de 100 meter schoolslag brons en vier jaar later in Perth goud.

Op het vorige WK, in 2013 in Barcelona, was er ook een finaleplaats voor de Belgen. Het estafetteteam werd toen zevende op de 4x200 meter vrije slag.