Vlammenzee hield Lauda niet tegen om terug te keren in de F1, maar deze comebacks zijn bijna even straf

De brandende Ferrari van wereldkampioen Niki Lauda na zijn crash op 1 augustus 1976 in Nürburgring. Lauda kon aan de dood ontsnappen doordat andere rijders hem uit het voertuig bevrijdden.
BELGAIMAGE De brandende Ferrari van wereldkampioen Niki Lauda na zijn crash op 1 augustus 1976 in Nürburgring. Lauda kon aan de dood ontsnappen doordat andere rijders hem uit het voertuig bevrijdden.
Een priester las Niki Lauda aan zijn ziekenhuisbed in 1976 de laatste gebeden voor, maar tegen alle verwachtingen in vocht Lauda terug en nam hij enkele weken later terug plaats in een knalrode Ferrari om deel te nemen aan de Grote Prijs van Italië. Mét de ambitie om zijn voorsprong in het wereldkampioenschap te verdedigen. Hoewel Lauda’s comeback één van de meest opmerkelijke is, is hij lang niet de enige coureur die is teruggekeerd om opnieuw te triomferen. 

Juan Manuel Fangio (1952)

Voor de Grote Prijs van Monza reed Manuel Fangio van Noord-Ierland zelf met de auto naar de stad in het noordoosten van Italië. In Noord-Ierland had hij nog maar net deelgenomen aan een racewedstrijd. Dat en de lange verplaatsing van Noord-Ierland naar Italië zorgden ervoor dat de Argentijn in Monza na 48 uur zonder slaap plaatsnam in zijn Maserati. Twee rondes kon Fangio meedraaien, maar dan werd de slaperigheid hem teveel en was zijn concentratie weg. In een bocht stuurde hij niet goed mee en belandde hij tussen de bomen met een gebroken nek én rug. ‘El Maestro’ keerde één jaar later terug naar de Formule 1 en kon zich als tweede kwalificeren voor de openingsrit van dat seizoen in Buenos Aires. Vanaf dat moment was Fangio niet te stoppen, want hij werd vier keer op een rij wereldkampioen tussen ‘54 en ‘57. Omdat hij die klus voor zijn crash in 1951 ook al klaarde, was Fangio de eerste F1-piloot met vijf wereldtitels.

John Surtees (1965)

Surtees wilde de auto van teamgenoot Jackie Stewart uitproberen, omdat de Schot niet gelukkig was met de werking ervan. De wagen bleek moeilijk te manoeuvreren en dat heeft Surtees moeten ondervinden. Tijdens het rijden brak er een gietstuk af, waardoor de sportwagen tegen een vangrail knalde. Surtees kwam onder zijn wagen terecht. De Engelsman kwam er vanaf met blessures aan zijn dijbeen, bekken en beschadigde nieren. Toch was Surtees’ carrière niet voorbij. Met veel wilskracht kon hij nog geen jaar later weer meedraaien en lukte het om in ons land op het circuit van Spa te winnen. Een stuk minder verging het Surtees’ zoon. Die overleed in 2009 na een crash in de F2.

Martin Brundle (1984)

Tijdens een oefenrit in de GP van Dallas zag Martin Brundle zijn carrière en zijn leven aan zich voorbijgaan. Bij een botsing met de vangrail brak hij zijn beide enkels en voeten. Amerikaanse dokters bereidden zich al voor op een amputatie, er werd verwacht dat Brundles voeten niet meer gered konden worden. F1-dokter Sid Watkins liet de Brit ondanks alles overbrengen naar een ziekenhuis in Londen en daar slaagden de artsen er wel in om Brundle’s voeten, en carrière, te redden. Hij  kwam dapper terug en reed uiteindelijk nog tot 1996 voor onder andere Benetton (waar hij een ploegmaat was van Michael Schumacher) en voor McLaren en Jordan.

Martin Brundle.
Photo News Martin Brundle.
Zo zag de verbrijzelde Tyrellwagen eruit na Brundle’s crash.
rv Zo zag de verbrijzelde Tyrellwagen eruit na Brundle’s crash.

Gerhard Berger (1984)

Na een eerste seizoen in de Formule 1 voor ATS kreeg Berger een auto-ongeluk in de winter van 1984. Hij week buiten een race uit om een botsing met een andere auto in een tankstation te vermijden. Berger sloeg van de weg af, vloog door het raam van zijn auto en belandde midden in een rivier. In de auto achter hem zaten gelukkig twee dokters die bij Berger een gebroken nek vaststelden en hem aan een infuus legden, dat ze gelukkig bij zich hadden in de koffer van de auto. Het hield de Oostenrijker niet tegen om het volgende seizoen al zijn comeback te maken in de F1 en zevende te worden in zijn eerste race. Nadien kende Berger zelfs nog zijn grootste successen. Door transfer naar Benetton kon hij nog tien races winnen en 48 podiumplaatsen behalen.

Johnny Herbert (1988)

Herbert was net in goede vorm en genoot interesse van verschillende grote teams, toen hij in augustus 1988 betrokken raakte bij een botsing met verschillende F1-bolides op Brands Hatch. De voorkant van zijn racewagen werd volledig weggerukt bij een eerste knal tegen zijn rivaal Gregor Foitek. Herberts benen kregen de volledige impact van een tweede klap te verduren. Meerdere fracturen aan Herbert’s onderbenen, enkels en voeten konden de Brit niet tegenhouden om terug te keren in de koningsklasse van de autosport. Benetton behield het vertrouwen in de Engelsman en liet hem de seizoensopener van 1989 rijden in Rio waar hij vierde werd. Op dat moment moest Herbert nog krukken gebruiken om te kunnen stappen.

Mika Häkkinen (1995)

Tijdens de Grote Prijs van Australië in 1995 zorgde een platte band linksachter ervoor dat Mika Häkkinen de controle over zijn McLaren verloor. Häkkinen raakte een betonnen muur die slechts met enkele autobanden beschermd was. Zijn hoofd klapte heen en weer en botste zo keihard op het stuur, dat de Fin het bewustzijn verloor. Hulpverleners voerden een luchtpijpsnede (tracheotomie) uit die Häkkinens leven redde. In februari het jaar nadien voelde hij zich sterk genoeg om opnieuw in een bolide van McLaren te stappen, dat voor hem een privétest organiseerde met een nieuw model. En dat 87 dagen na het accident waarbij hij verschillende zenuwbeschadigingen opliep. Häkkinen won in zijn carrière nog de Europese Grote Prijs in 1997 en de GP van Amerika in 2001.

Michael Schumacher (1999)

De achterremmen van Schumacher begaven het in Silverstone, waardoor hij met meer dan 160 km per uur tegen de vangrail terechtkwam. Schumacher hield een gebroken scheenbeen en kuitbeen over aan het ongeval in 1999. Door die verwondingen miste de Duitser zes Grote Prijzen. De racewereld keek in volle spanning toe hoe Schumacher terugkeerde in de GP van Maleisië. Het seizoen nadien ging hij gewoon door met winnen en pakte de eerste van vijf opeenvolgende kampioenschappen met Ferrari.

David Coulthard (2000)

Coulthard koesterde nog steeds zijn droom om het wereldkampioenschap te winnen voor McLaren in 2000, toen zijn privé-jet op weg naar Nice neerstortte. De Schot was met zijn toenmalige vriendin en personal trainer aan boord toen één van de motoren van het vliegtuig uitviel en de piloot noodgedwongen een noodlanding moest maken. De twee piloten kwamen daarbij om het leven. Vier dagen na zijn bijna-doodervaring nam Coulthard deel aan de Spaanse GP en kon hij zich als vierde kwalificeren. In de race zelf werd Coulthard tweede achter teamgenoot Mika Häkkinen.

Felipe Massa (2009)

Tijdens de Grote Prijs van Hongarije in 2009 reed de Braziliaan Felipe Massa achter zijn landgenoot Rubens Barrichello aan, toen er een veer afbrak van diens achterwiel en op Massa’s helm neerkwam. De klap was zo hard dat Massa de controle over zijn stuur verloor en met een snelheid van 250 km per uur tegen de kant ging. De Braziliaan liep een schedelbreuk op en was een tijd bewusteloos. Na een spoedoperatie werd Massa uiteindelijk terug naar Brazilië overgebracht, waar ze een stalen plaat in zijn schedel bevestigden. In 2010 ging de Braziliaan opnieuw de F1 in. Na zijn ongeluk zou hij geen F1-race meer winnen. Brazilië 2008 was zijn laatste zege. In 2014 ruilde hij Ferrari voor Williams. Zijn laatste race reed Massa in 2017 in Abu Dhabi. 

Robert Kubica (2011)

Met een Super 2000 Skoda Fabia maakte Kubica iets te veel snelheid, waardoor de wagen van de baan ging en bij een rallywedstrijd tegen een vangrail te pletter sloeg. Kubica zat meer dan een uur vast in de auto vast vooraleer reddingswerkers hem konden bevrijden. Er werden meerdere breuken aan zijn rechterelleboog, schouder en been vastgesteld en in het ziekenhuis werd zijn onderarm gedeeltelijk geamputeerd . Door het ongeluk verloor Kubica ook veel bloed. Zeven uur lang werd hij geopereerd door evenveel dokters. Op 24 april hetzelfde jaar mocht de Pool het ziekenhuis verlaten, maar een terugkeer zat er niet meteen in, want het zou nog tot juni 2017 duren totdat er weer testen volgden op een F1-parcours voor Renault. Pas een jaar later reed hij als reserverijder voor Williams. Dit seizoen rijdt hij weer fulltime met nummer 88.




3 reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.


  • Niki Hendrikx

    mooi maar onvolledig artikel... Häkkinen is 2 keer wereldkampioen geworden (1998 en 1999). Heeft dus wel wat meer gewonnen dan die Europese Grote Prijs in 1997 en de GP van Amerika in 2001... in totaal 20 GPs gewonnen, de 'Flying Finn'...

  • Guy Van der Wilt

    Er staat alleen dat hij daar zijn laatste race reed en niet dat hij daar ook won.

  • Stijn Ophalvens

    Felipe Massa heeft nooit de GP van Abu Dhabi gewonnen (en zeker niet in 2017). Zijn laatste overwinning was in Interlagos, Brazilië in 2008.