Top vijf op 0,61 seconden, glijden over water en start met zes bolides: dit waren de zotste races in de Formule 1

GP van China 1.000ste in F1-geschiedenis

RV
Feest in de koningsklasse van de autosport. Morgen wordt in China de duizendste Formule 1-manche betwist. Een prachtige mijlpaal én de ideale gelegenheid om de tien meest memorabele races op te rakelen. Zet u zich even op het puntje van uw stoel voor deze legendarische beelden. 

Top vijf binnen 0,61 seconden

Starten doen we in 1971. In de GP van Italië kregen de toeschouwers tot de laatste meters een prangend duel met meerdere kandidaat-winnaars voorgeschoteld. Tijdens de race in Monza werd de koppositie maar liefst 24 keer doorgeschoven en reden er acht verschillende F1-coureurs aan de leiding. Het bleef spannend tot het einde, en zelfs in de slotronde en in de laatste rechte lijn konden er nog vijf piloten winnen: Mike Hailwood, François Cevert, Ronnie Peterson, Howden Ganley en Peter Gethin. Met een ultieme demarrage haalde de Brit Gethin uiteindelijk het pleit, terwijl de hele top vijf binnen 0,61 seconden van elkaar finishte. Een record, dat tot op de dag van vandaag nog altijd standhoudt. Om u een idee te geven van de onwaarschijnlijke finish: in de finale van de 200 meter sprint bij de mannen op de Olympische Spelen van Peking in 2008, bedroeg de kloof tussen de top vijf... meer dan één seconde. Te gek voor woorden. 

De knotsgekke race had overigens nog een record in petto. 48 jaar geleden ontbraken de chicanes nog op de aalvlugge baan van Monza. Het gevolg: er werd afgeklokt op een gemiddelde snelheid van 241 km/u - nooit ging het sneller. 

Senna glijdt op het water

11 april 1993, de dag dat Ayrton Senna wandelde over het water. In de GP van Europa werd er op het circuit van Donington voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog nog een keertje geracet. Damon Hill en Alain Prost domineerden in hun McLaren het kampioenschap, maar de kletsnatte omstandigheden inspireerden de Braziliaanse durfal om in zijn bescheiden McLaren-bolide een kunststukje op te voeren. Senna vertrok vanop plek vier,  maar na amper zeven bochten en enkele heerlijke demarrages tussen de regendruppels door schoot hij naar de koppositie. 

Wat volgde was een meesterlijk tactisch steekspelletje. De weergoden deden lustig mee. Meer dan 10 keer stopte het immers met regenen, waarna de sluizen enkele minuten later weer opengingen. Dus regende het ook pitstops om telkens een ander setje banden gaan op te halen. Hill stopte zes keer, Prost zeven keer. Alleen Senna deed niet mee aan de continue bandenwissel. Slicks of regenbanden, het maakte hem niet uit. De drievoudige wereldkampioen zweefde op het water, zelfs tegen auto’s met een veel krachtigere motor én een aangepast bandentype imponeerde hij. De Braziliaan finishte uiteindelijk met anderhalve minuut voorsprong op Hill, de rest werd op één of meerdere ronden gezet. Na de wedstrijd klaagde Prost over zijn onbestuurbare Williams. “Ach zo, niet tevreden? Dan wisselen we volgende keer wel van wagen”, repliceerde Senna ietwat cynisch. Prost z’n gezicht sprak boekdelen. 

Starten met zes bolides

In 2005 ging de Formule 1 door het slijk. De Grand Prix op het circuit van Indianapolis draaide immers uit op een blamage. Bandenleverancier Michelin kon de veiligheid van de snelheidsduivels niet garanderen. Aanleiding was een crash van Ralf Schumacher op de vrije testritten van vrijdag. De Duitser vloog van het parcours, waarna Michelin zichzelf als boosdoener beschouwde en extra onderzoek uitvoerde op de banden. Even later volgde de ontnuchterende verklaring dat het merk de coureurs geen veilig rondje kon beloven. Aangezien het kort dag was, was er geen panklare oplossing. Liefst zeven teams, oftewel veertien coureurs, reden op zondag nog de formatieronde, maar trokken dan allemaal naar binnen. 

Ferrari, Jordan en Minardi verschenen wel aan de start, zij reden op het rubber van Bridgestone. Tienduizenden fans waren woest, zij betaalden immers voor een oersaaie wedstrijd met maar zes deelnemers. Ohja: Michael Schumacher won. 

Door de pijngrens

Drievoudig wereldkampioen Jackie Stewart won in totaal 27 F1-manches, waarbij de GP van Duitsland uit 1984 wellicht het meeste van z’n krachtenarsenaal vroeg. De Schot kwam immers aan de start met een gebroken pols - opgelopen in een F2-sessie. Stewart moest en zou racen, niets of niemand kreeg hem dat uit het hoofd. 

Op de Nürburgring was het al het hele weekend mistig en nat, een zegen voor Stewart. Doordat de ondergrond vochtig was, moest hij immers naar eigen zeggen minder snokken aan het stuur om de bochten te ronden. Een ondersteunend verband had hij nog voor de wedstrijd uit z’n bolide gekieperd, het zat in de weg. Stewart leverde uiteindelijk een demonstratie af. Hij finishte met een voorsprong van vier minuten op eerste achtervolgers Graham Hill en Jochen Rindt. 

Massa tot 300 meter voor finish nog wereldkampioen

2 november 2008. Brazilië was het F1-decor van waanzinnige laatste bocht. De 23-jarige Lewis Hamilton ging op jacht naar zijn eerste wereldtitel met zeven WK-punten voorsprong op enige concurrent Felipe Massa de allerlaatste race in. Volgens het oude puntensysteem kreeg de winnaar tien stuks, de tweede acht en de derde zes, waarna elke positie lager één punt minder opleverde. Hamilton leek zijn eerste WK-triomf dus zomaar voor het grijpen te hebben, maar niets was minder waar. 

In zijn thuishaven wilde Massa immers de hele F1-karavaan op z’n kop zetten. Hij snelde een dag eerder naar de poleposition, terwijl de McLaren-coureur zich tevreden moest stellen met een vierde stek. Geen man over boord, maar toen 24 uur later de hemelsluizen vlak voor de race opengingen, ging elke liefhebber op het puntje van zijn stoel zitten. Weer of geen weer. Op Massa stond geen maat. Voor de ogen van tienduizend uitzinnige en kletsnatte fans vlamde de Braziliaan autoritair naar de zege. Bij Ferrari barstte één groot feest los, want Hamilton reed drie ronden van het einde op een zesde plek - niet voldoende om zijn eerste titel te veroveren. Massa had immers één zege meer, dus bij een gelijk aantal punten kroonde hij zich tot wereldkampioen. Maar dan eiste Timo Glock prompt de hoofdrol op.

De bestuurder van de Toyota sukkelde immers dat het geen naam had. De reden? Bij een tweede regenbui kozen zijn bazen er doodleuk voor om op droogweerbanden te blijven rondtoeren. Elke seconde begon het harder te regenen, elke seconde hadden ze meer en meer spijt van die keuze. Glock schaatste op dat moment als vijfde over het circuit. In de allerlaatste ronde bengelde Hamilton nog zo’n tien seconden achter Glock. 

Vervolgens werd de Junção-bocht - de allerlaatste bocht van het jaar - het schouwtoneel van één van de meest waanzinnige momenten uit de F1-geschiedenis. Voor Glock duurde de race één ronde te lang, hij kreeg zijn bolide gewoonweg niet meer onder controle. Hamilton profiteerde en ging de Duitser 300 meter voor de finish voorbij. Een wereld van verschil, want Hamilton pakte daardoor de vijfde stek, waardoor híj en niet Massa - die ondertussen al een dikke minuut met tranen van geluk tijdens zijn ereronde een feestje aan bouwen was, kampioen werd. Hamilton had 98 punten, Massa strandde op 97 stuks. 

Dollemansrit na verkeerde pitstop

De oudste in het rijtje, maar daarom niet minder opzienbarend. Vijfvoudig wereldkampioen Juan Manuel Fangio zorgde in zijn bloedmooie Maserati 250F voor het spektakel. In 1957 moesten op de Nürburgring 22 rondjes worden afgemaald, goed voor een afstand van 500 kilometer. Fangio koos ervoor om te starten met een halve benzinetank, zo sneller te zijn en halverwege de pitstop in de rijden, terwijl z’n tragere concurrenten door de volle tank de mecaniciens geen bezoekje hoefden te brengen. Twee verschillende strategieën dus, wat leidde tot enorm veel suspense. 

Fangio schoot van bij de start als een speer weg en reed met een kloof van 30 seconden op zak in ronde dertien de pitlane in voor de noodzakelijke stop. Een voldoende voorsprong, ware het niet dat een mecanicien flink aan het knoeien ging. Bij het verwisselen van de banden, rolde er immers een wielmoer onder de auto. Fangio was toen al uit de wagen geklommen om een slokje limonade te nemen en zich even op te frissen. Pitstops gingen er inderdaad ietsje anders aan toe in 1957. Ondertussen was de moer terecht, maar er werd dus kostbare tijd verloren. De Argentijn kwam met een achterstand van 57 tellen op z’n Ferrari-belagers Hawthorn en Collins terug uit de pit. Wat volgde was een weerzinwekkende inhaalrace. 

Fangio nam dolle risico’s en verbrak liefst negen keer het ronderecord. In het eerste rondje kneep hij al acht seconden van z’n achterstand af, dankzij z’n waaghalzerij. De rode bolide’s waren vervolgens een vogel voor de kat. Fangio won uiteindelijk met drie seconden verschil en vierde na de knotsgekke race z’n vijfde wereldtitel. “Na de race kon ik twee nachten niet slapen”, zei hij achteraf. “Elke keer ik mijn ogen dichtdeed, zag ik mezelf van de ene bocht naar de andere springen. Nooit heb ik zo snel gereden en ik verwacht niet dat ik dat ooit weer zal doen. Dit was de limiet.” 

Mooiste F1-tweestrijd ooit? 

Voor vele Formule 1-adepten komt de mooiste battle tussen twee coureurs uit 1979. De Canadees Gilles Villeneuve en de Fransman Rene Arnoux streden op het circuit van Dijon voor de tweede plaats - Jean-Pierre Jabouille toonde zich de sterkste -, maar het leek wel of op dat moment de wereldtitel op het spel stond. Ronde na ronde wisselden beide heren van positie en deelden ze zelfs kleine tikjes uit in een intens gevecht. Vooral de laatste ronde was er eentje om van te likkebaarden. Uiteindelijk verloor Arnoux het pleit, die later zou verklaren dat dit de beste F1-tweestrijd ooit moet zijn geweest. Veel woorden zijn hier niet nodig. Kijk en geniet. 

Grootste crash ooit

Geen F1-lijstje zonder Spa-Francorchamps. Het parcours is de lieveling van tal van coureurs, maar 21 jaar geleden liep het compleet fout. Op 30 augustus 1998 viel de regen met bakken uit de lucht en het zicht vanuit de cockpit was haast onbestaande. Tóch koos de organisatie voor een traditionele start en niet voor een veiliger vertrek achter de safety car. Toen de rode lichten werden gedoofd, mochten de pk’s dus helemaal van stal. Lang duurde de pret echter niet, twee bochten verder was de chaos met de grootste crash uit de Formule 1-geschiedenis immers een feit. 

David Coulthard verloor na enkele honderden meters de controle over het stuur en vloog de kant in. Het grote probleem: zijn bolide kaatste terug de baan op. Een domino-effect volgde, liefst veertien wagens deelden mee in de malaise. Onder meer Jarno Trulli, Rubens Barrichello en Eddie Irvine kregen een harde smak te verduren, de laatste twee werden zelfs met lichte verwondingen naar het ziekenhuis overgebracht. De wedstrijd werd onmiddellijk onderbroken om het puin te ruimen. 

Een uur later volgde een herstart, maar ook tijdens die tweede poging bleven de brokstukken heen en weer vliegen. Mika Häkkinen begon te spinnen na een contact met Michael Schumacher, waarna Johnny Herbert vol op de Fin inreed. Ook Alexander Wurz en Irvine kwamen nadien nog in contact met elkaar. 

‘Schumi’ leek op de zege af te stevenen, tot hij de gedubbelde Coulthard niet voorbij kon. De Brit besloot dan maar om te remmen. Gevolg: Schumacher reed op de McLaren-rijder in. Einde wedstrijd. De Duitser was razend en stormde richting de pitbox van Coulthard om verhaal te halen, maar werd met man en macht tegengehouden. Uiteindelijk reden acht coureurs de GP uit. Damon Hill won. 

“Wachten op de winnaar” 

Het geldt ook voor bovenstaande scenario’s, maar wat er zich in 1982 afspeelde op het stratencircuit van Monaco kon zelfs de beste Hollywoodregisseur niet verzinnen. “We zitten hier te wachten tot de winnaar de finish voorbijrijdt, maar er komt gewoon niemand aangereden!”, riep ex-wereldkampioen James Hunt als commentator van de BBC. En of de wedstrijd een bizarre ontknoping kende. 

Thuisrijder Alain Prost leek in zijn Renault op weg naar de overwinning, tot hij zijn bolide prompt in de vangrails boorde. Riccardo Patrese profiteerde, maar ging enkele hectometers verder zelf aan het spinnen. Didier Pironi kreeg dan maar de leiding in de schoot geworpen, tot die bij zijn laatste passage door de tunnel plots zonder benzine viel... Andrea de Cesaris dan maar als winnaar? Ook niet, want als nieuwe leider onderging hij luttele bochten later hetzelfde lot. Derek Daly ging aan de kop, maar u raadt het al: ook hij crashte en mocht niet zegevieren. Het onwaarschijnlijke gebeurde: Patrese, die geen brokken had gemaakt tijdens zijn spin, dook als eerste de laatste rechte lijn in en won zowaar. Puur entertainment, nooit kende de Formule 1 zoveel verschillende wendingen in amper vijf minuten tijd.

Chaos in bocht 3

Om af te sluiten trekken we naar het Brazilië van 2003, waar regenbuien het circuit van Interlagos volledig onder water zetten. Geen onoverkomelijk probleem, zou u denken, ware het niet dat de Formule 1-teambazen enkele maanden daarvoor een nieuwe maar cruciale regel hadden goedgekeurd: omwille van kostenbesparende redenen mocht elk team slechts één type van natte banden gebruiken per race. Alle teams namen intermediates mee naar Brazilië om een hoofd te bieden aan zo veel mogelijk weertypes, maar die waren niet opgewassen tegen de verrassende stortbuien. Verkeerde banden op een kletsnat traject, het zorgde voor pure chaos. 

Vooral in bocht drie, waar we al konden spreken van een klein riviertje, crashte de ene na de andere coureur uit de race. Onder andere Michael Schumacher en Jos Verstappen waren de slachtoffers. De zwaarste ongevallen kwamen echter op het conto van eerst Mark Webber en nadien Fernando Alonso, waarna de organisatie besliste om de race vroegtijdig af te vlaggen - het risico op groter onheil was te groot.

Hoewel Kimi Räikkönen na de race werd uitgeroepen tot winnaar en pronkte met de beker, werd de échte winnaar pas dagen later bekendgemaakt. Na protest van Jordan moest er immers uitgeplozen worden wie aan de leiding reed in de ronde vóór de rode vlag wapperde. Het bleek uiteindelijk om Giancarlo Fisichella te gaan. De Italiaan boekte zo zijn eerste Formule 1-overwinning, meteen een zeer speciale... 




Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.