Ex-wereldkampioen Stewart: "Vroeger moesten we elke week naar begrafenis"

Rondvraag in paddock van GP van Hongarije na dood jules Bianchi

epa
Vorige dinsdag werd Jules Bianchi begraven. Een nieuwe ervaring voor de huidige rijdersgilde: sterven achter het stuur, het kan dus wel degelijk. Wat het doet met een coureur, zo een collega naar zijn graf te dragen, en of dat nu iets verandert? Rondvraag in de paddock. "Ach, ze hebben nog niets meegemaakt", zegt oud-strijder en ex-wereldkampioen Jackie Stewart in de aanloop naar de GP van Hongarije in Boedapest. "Vroeger moesten we elke week naar een begrafenis."

Het nummer 17 dat voor eeuwig en altijd wordt geschrapt in formule 1. Zijn naam die op sommige auto's staat en in ieder persmoment wel ergens in een vraag opduikt, of in een antwoord. De soms bedrukte sfeer in de paddock, ook. Jules Bianchi, vorige zaterdag bezweken na negen maanden coma en vorige dinsdag begraven, laat een diepe wonde na.

Hamilton
"Vooral die begrafenis heeft me getroffen", zegt Lewis Hamilton. "Ik kende Bianchi niet zo goed, we waren niet close. En ja, je weet dat hij in coma ligt. En daarna hoor je dat hij overleden is. Maar het blijft allemaal moeilijk om vatten. Tot je die familie bij de kist ziet, overmand door onmetelijke rouw. En het helemaal tot je door dringt. Eigenlijk weet ik niet hoe ik me daarbij moet voelen. Ik bedoel: we kunnen er wel over praten, maar wij zijn hier en scheuren zo meteen weer rondjes bij elkaar. Terwijl hij dood is...Business as usual, dan maar? Of zullen de coureurs nu hun rijstijl aanpassen? Lees: minder risico's nemen. Immers: hoe jonger, hoe onbesuisder is de regel. Soms hou je niet voor mogelijk wat je als waarnemer ziet in opstapklassen als GP2 of GP3, zelfs in formule 1.

Prost: "Meer risico's"
Alain Prost: "Ze nemen vandaag veel meer risico's dan in mijn tijd. Omdat de auto's veel veiliger zijn, ja. Maar ook omdat de dood al meer dan twintig jaar niet meer meereed. Ze hadden dat nooit meegemaakt. Toen Senna verongelukte zaten de coureurs van nu nog in de pampers. Voor ons wat het gevaar veel wezenlijker, een realiteit die je incalculeerde. Je kunt je niet voorstellen hoe vaak ik het hotel verliet en me op weg naar het circuit afvroeg: wie zou nu eigenlijk mijn spullen komen pakken als ik straks niet meer terugkeer?"

Lees hieronder verder!

photo_news

Toen Senna verongelukte zaten de coureurs van nu nog in de pampers. Voor ons wat het gevaar veel wezenlijker, een realiteit die je incalculeerde.

Alain Prost
photo_news
photo_news
photo_news
epa
ap

Verandering?

Maar 21 jaar na Senna is het dan toch zo ver: ook de huidige generatie coureurs wordt met de dood geconfronteerd. Of dat iets zal veranderen? De meningen lopen uit elkaar. "Je denkt helemaal niet aan het gevaar als je jong bent", zegt Red Bull-coureur Daniel Ricciardo, 26 jaar. "Ik herinner me nog dat de oudere coureurs tijdens iedere briefing altijd over veiligheid bezig waren, toen ik debuteerde. Ze zeiden dat die vangrail verkeerd stond of die muur te dicht. En ik, als jonge snaak, zat te denken: "Ach, dat zal toch nooit gebeuren, laat ons nu maar gewoon gaan vlammen..."

Chandhok
De Indiër Karun Chandhok, in 2010 eventjes in formule 1 en nu actief in lagere klassen, beaamt: "Natuurlijk ben je droevig, natuurlijk ga je rouwen. Maar na de begafenis kruipen ze weer allemaal achter het stuur, klappen ze die helm dicht en proberen ze zo snel mogelijk te rijden. Zo zitten autocoureurs in elkaar."

Kvyat: "Nadenken"
Niet iedereen is het daarmee eens. Een van de jongsten, Daniil Kvyat, zegt dat hij serieus is gaan nadenken. "Na 21 jaar, sinds Senna, dachten we dat de dood niet meer meereed in formule 1," zegt de 21-jarige Rus van Red Bull. "Mis dus. Het is moeilijk om uitleggen, maar ik denk dat ik nu toch wel anders tegen het leven aankijk. Het waardevoller ben gaan vinden, zoiets." Ook zijn rijgedrag wil hij bijsturen: "Ik heb altijd respect gehad voor mijn collega's, maar nu is dat nog veel groter. Ik hoop dat de andere coureurs er ook zo over denken."

Stewart: "65% kans"
Bij de gepensioneerde coureurs is er unanimiteit: het verandert een mens, een collega te zien sterven. "Ach man, ze hebben nog niets meegemaakt", zegt Jackie Stewart, wereldkampioen in 1969, '71 en '73. "Op een bepaald moment gingen we om de maand naar een begrafenis. Zondag racen, dinsdag de kist dragen. Ik herinner me nog dat ik het samen met mijn vrouw eens becijferde: ik had 65 procent kans om te sterven achter het stuur."

"Zwart kleed klaar"
Helen Stewart: "In die tijd was het een ongeschreven wet: was je getrouwd met een coureur, dan had je altijd een zwart kleed klaar in je kast. En als je meeging naar de race, dan pakte je het in je koffer..." En hoe het Stewart veranderde, zoveel collega's en vrienden te zien sterven? "Ik zette me keihard in voor de veiligheid, legde de race-organisatoren het vuur aan de schenen, dreigde met een boycott als ze niet deden wat ik vroeg..."

Jacky Ickx
Dat ze vielen als vliegen, het belette de helden van toen niet om de week erna weer te gaan racen. "Omdat we jong waren, natuurlijk", zegt Jacky Ickx. "Jong en onbevreesd. Omdat we allemaal dachten dat het die ander zou overkomen, maar ons nooit." Maar vandaag is 's lands meest succesvolle F1-coureur 70 jaar en weet hij beter. "Het mooiste wat de formule 1 me heeft gegeven, is dat ik het allemaal mocht overleven. Want eigenlijk is dat een mirakel."

Scheckter
Ook Jody Scheckter, wereldkampioen 1979 met Ferrari, werd vroeg in zijn carrière met de dood geconfronteerd. In oktober 1973 was hij als eerste bij wat overbleef van de Fransman François Cevert, op het circuit van Watkins Glen. Een van de vreselijkste crashes ooit. Het zou de coureur die Scheckter was biologeren: de wildebras die in iedere koers wel goed was voor een incident of crash, werd een beredeneerde coureur die geen risico's meer nam en nauwelijks nog botste. Zelfs vandaag krijgt hij nog tranen in de ogen als hij terugdenkt aan de crash van Cevert. "Ik herinner me nog dat ik probeerde iedereen te doen stoppen. Omdat ik dacht: hoe kan dat nu toch, er is hier net een mens gestorven, en de anderen rijden gewoon voorbij." In 1980, een jaar na zijn titel en het seizoen waarin zijn vroegere teamgenoot Patrick Depailler verongelukte, ging Scheckter al met pensioen. Hij was amper 30 jaar. "Omdat ik er al genoeg had zien sterven, ja..."

Dood Senna
Geen dodelijke crash die scherper in het collectieve geheugen is blijven zitten dan die van Ayrton Senna. Omdat hij in leven al het statuut van een halfgod had, omdat het live op televisie gebeurde, honderden miljoenen kijkers die het zagen. Damon Hill was op die noodlottige 1 mei 1994 zijn teamgenoot. "Natuurlijk verandert het je als mens én als coureur", zegt Hill nu. "Ik herinner me nog dat ik zo snel mogelijk wel wilde van het circuit, na die koers. Op de luchthaven ging ik met mijn vrouw iets eten en stelden ons de vraag: 'Is dit het wel allemaal waard?' Diezelfde avond besliste ik bewust dat ik zou blijven racen. Maar vijf jaar later, na amper 7 seizoenen formule 1, stopte ik al. Ook dat was een bewuste keuze. Ik had een vrouw en vier kinderen, en wist: je kunt het lot niet blijven tarten..."

Ex-wereldkampioen Jackie Stewart.
epa Ex-wereldkampioen Jackie Stewart.

Ik herinner me nog dat ik het samen met mijn vrouw eens becijferde: ik had 65 procent kans om te sterven achter het stuur.

Jackie Stewart
epa
reuters

Na 21 jaar, sinds Senna, dachten we dat de dood niet meer meereed in formule 1. Mis dus. Het is moeilijk om uitleggen, maar ik denk dat ik nu toch wel anders tegen het leven aankijk. Het waardevoller ben gaan vinden, zoiets.

Daniil Kvyat
reuters
afp
epa