Quizmasters Erik Van Looy en Tom Lenaerts geven tips aan ‘nieuwkomer’ Jeroen Meus: "Hij wordt een hele goeie"

Erik Van Looy en Tom Lenaerts
Westerling Erik Van Looy en Tom Lenaerts
Tom Lenaerts (49) en Erik Van Looy (56). Wij brengen de gastheren van dé twee najaarsquizzen, ‘Kalmte Kan U Redden’ en ‘De Slimste Mens’, samen voor een uniek gesprek. Én een masterclass quizprogramma’s presenteren voor nieuwbakken collega Jeroen Meus (40), die straks het gezicht wordt van ‘Twee Tot De Zesde Macht’.

Tom Lenaerts is de geestelijke vader van twee Vlaamse top-quizzen: ‘De Pappenheimers’, dat liefst dertien seizoenen liep, en ‘Kalmte Kan U Redden’, dat nu zondag op Eén aan zijn derde, ongetwijfeld weer succesvolle, seizoen begint. Erik Van Looy van zijn kant trapt in oktober op VIER zijn vijftiende reeks van ‘De Slimste Mens Ter Wereld’ af. Een jubileumeditie dus, maar begint er voor Erik na al die jaren geen sleet op de formule te komen?

‘Ik begrijp dat mensen dat vragen’, zegt Erik. ‘Wel, ik kan hen geruststellen: ab-so-luut niet. Ik doe dit nog altijd ontzettend graag. Ik denk ook dat je dat kan zien. En zolang ík dit graag doe en de mensen het plezant vinden om naar te kijken, ga ik verder. Natuurlijk, ik ben inmiddels 56 en ik begin aan mijn vijftiende ‘Slimste Mens’. Da’s een flinke hap uit mijn leven. Maar ik heb niet het gevoel dat ik in al die jaren veel volwassener ben geworden. Ik doe al heel mijn leven onnozel, en dat zal straks niet anders zijn. Ik kijk er zelfs nu al naar uit om weer onnozel te doen. Die quiz houdt me jong, denk ik. En gelukkig verjongt het programma zich rondom mij: de redactie, de kandidaten, de jury ook. Ik ben eigenlijk de enige constante.’

Tom, jij presenteert niet alleen topquizzen, je bedenkt ze ook. Welke van de twee doe je het liefst?

Tom: (zonder aarzelen) Een quiz bedenken. Van niks beginnen. Ideeën spuien en uitwerken en dan maar vijlen, vijlen en vijlen. Zonder enige twijfel het allerleukste dat ik mag doen. Als ze me morgen komen ­zeggen dat ik niet meer mag presenteren, ga ik daar niet van wakker liggen. Ik huldig het principe dat ik alléén een programma draag als ik daar op dat moment het best denkbare gezicht voor ben.

Geen drang om BV te blijven dus?

Tom: Nee. Daar ben ik te oud voor. Het zou ook erg zijn mocht ik na al die jaren die drang wél nog hebben. Echt, ik haal zoveel meer plezier uit het bedenken en schrijven van programma’s. Dat mogen ze me nooit afpakken.

Begin volgend jaar krijgen jullie er een collega bij: tv-kok Jeroen Meus wordt hét gezicht van ‘Twee Tot De Zesde Macht’ op Eén. Jeroen is jou om raad komen vragen, Tom. Wat moet hij zeker weten?

Tom: Ik heb nog eens gewezen op de basisregels. Jeroen moet in de eerste plaats de structuur van de quiz perfect in zijn lijf hebben, zodat hij daarover nooit moet nadenken. Met andere woorden, hij moet intens en veel repeteren. Ik heb overigens gehoord dat hij al hard bezig is en al proefopnamen heeft ­afgewerkt. Hij heeft dus goed geluisterd. (lacht) Repeteren is echt wel een gouden regel.

Zijn er zo nog?

Tom: Ik heb hem ook meegegeven dat de vragen en alles wat in de quiz gebeurt, perfect bij hem moeten passen. Het moet zíjn quiz zijn, niet die van ­iemand anders. En, ook niet onbelangrijk, hij moet goed kunnen hoofdrekenen. Hij moet snel weten wat er allemaal nog wel en niet meer kan in het verloop van de quiz. Wie kan er nog winnen, wie niet meer? Gelukkig heeft hij vaak in de panels van ‘Twee Tot De Zesde Macht’ gezeten. Hij kent de feel van de quiz. Natuurlijk zit hij nu in de cockpit en niet meer in een eersteklassezetel.

Erik: Als host moet je alle bordjes in de lucht houden. Da’s een compleet andere focus. Toch denk ik dat Jeroen een heel goeie quizmaster kan worden.

Wat mag Jeroen zeker níet doen?

Tom: Hij mag in geen geval proberen te imiteren. Of presentator spélen.

Erik: Precies. Het kan enkel lukken als hij blijft wie hij is, als hij zijn authenticiteit en spontaniteit kan bewaren. Dat is bijzonder moeilijk. Al twijfel ik er niet aan dat Jeroen die kwaliteiten in overvloed bezit.

Tom: Kijk naar ‘Dagelijkse Kost’. Dat zit hem als gegoten. Je wordt goedgezind als je hem daar bezig ziet. Als hij genoeg heeft gerepeteerd en dat spelletje onder de knie heeft, gaat hij dat geweldig goed doen.

Denk jij dat ook, Erik?

Erik: Absoluut. Maar nog eens: een goede voorbereiding is nagenoeg alles. Je moet zeker niet de slimste van de studio zijn, maar wel altijd een antwoord kunnen geven op vragen die gesteld kunnen worden. Daar heb je gelukkig kaartjes voor. Al durf ik in ‘De Slimste Mens’ al eens zeggen dat het antwoord niet op mijn kaartje staat. Omdat dat dan weer humor genereert.

Hoe belangrijk is een presentator voor een quiz?

Tom: Een presentator moet het format optimaal dienen en ­zorgen dat programma en kandidaten maximaal kunnen renderen. Dat is het allerbelangrijkste. En, als ik een compliment mag geven aan Erik, een goeie presentator is ook de eerste toeschouwer. Erik heeft de touwtjes ongelooflijk goed en strak vast, maar toch lacht hij heel veel en heb je als kijker de indruk dat hij gewoon samen met jou meekijkt.

Wat is jouw grote sterkte, Tom?

Tom: Als de context goed zit, kan ik heel snel reageren en improviseren. Waar ik dan weer héél slecht in ben, is voorbereide dingen goed brengen. Uiteraard zijn mijn vragen goed voorbereid, maar op voorhand mopjes bedenken en die dan ‘spontaan’ brengen... Pfff. Ik ben een heel goeie acteur, maar ik kan alles maar één keer doen. Ik moet dus compenseren met improvisatievermogen.

Als presentatoren van bijzonder succesvolle quizzen kennen jullie ongetwijfeld het geheime recept voor een goede quiz?

Tom: Er is geen geheim recept. (lacht) Er zijn wel een paar basisingrediënten die je ­absoluut nodig hebt: goede kandidaten, vragen waarvan je er thuis zeven of acht op tien juist kan beantwoorden, vragen die je - zelfs als je het antwoord niet weet - doen glim­lachen omdat ze grappig zijn, vragen die je kwaad maken omdat het antwoord zo evident was of die je blij maken omdat je iets te weten bent gekomen. Al bieden die ingrediënten nog geen garantie op succes. Net zoals je met goede producten niet noodzakelijk een topgerecht bereidt in de keuken. Los van dat alles moet een quiz ook gewoon aangenaam zijn om naar te kijken.

Sluit jij je daarbij aan, Erik?

Erik: (knikt) Een goeie quiz is spannend, verrassend en zit boordevol creatieve, spitsvondige vragen. De meerwaarde die ‘De Slimste Mens’ nu heeft, vergeleken met vroeger, is de humor. Niet alleen in de vragen, maar ook in de presentatie en in het omgaan met de kandidaten. Dat wil absoluut niet zeggen dat elke quiz vandaag door een komiek gepresenteerd moet worden, maar je voelt wel dat kijkers ook fan zijn van ‘De Slimste Mens’ of ‘Kalmte Kan U Redden’ omdat ze weten dat er te lachen gaat vallen.

Droom jij er heimelijk van dat ‘Kalmte Kan U Redden’ ooit een wereldhit wordt, Tom?

Tom: Die kans lijkt me héél klein. Een paar landen hebben wel al opties genomen, maar het is afwachten. Kijk, ‘Switch’ (dat eveneens door Toms productiehuis Panenka wordt gemaakt, nvdr) maakt kans om in Amerika op tv te komen. Dat zou onwaarschijnlijk straf zijn. Maar laat het eerst maar gebeuren en dan zie ik wel.

Op de website van Panenka lezen we dat ‘spanning, humor, quizvragen en hartslagen’ de kernwoorden van het succes van ‘Kalmte Kan U Redden’ zijn. Waar zit het grootste verschil met ‘De Slimste Mens’?

Tom: Het grootste verschil is dat ‘Kalmte Kan U Redden’ met onbekende Vlamingen wordt gespeeld en ‘De Slimste Mens’ met BV’s. Een groot stuk van het succes van ‘De Slimste Mens’ zijn die bekenden van wie kijkend Vlaanderen een bepaald beeld heeft, dat dan door de context van die quiz wordt bijgesteld. Neem iemand als Goedele Wachters. Een ernstig nieuwsanker van de VRT. Door ‘De Slimste Mens’ heeft Vlaanderen een ander beeld van haar gekregen: opener, menselijker, kwetsbaarder. Voor Erik is het trouwens heel fijn om met die vooroordelen over bepaalde BV’s te spelen. Nog een verschil tussen de twee quizzen is de jury bij ‘De Slimste Mens’. Daardoor ligt de nadruk daar op humor. Bij ons is dat zonder meer spanning.

Wat maakt ‘De Slimste Mens’ volgens jou uniek, Erik?

Erik: Dat we vier dagen per week op antenne komen, zorgt voor een soort verslavend effect. Uiteraard zijn er elk jaar wel mensen die het gehad hebben met ‘De Slimste Mens’, maar er komen er minstens evenveel bij die de quiz voor het eerst ontdekken en die meteen verloren zijn. We zijn dan ook flink verjongd. De filmpjes worden alsmaar gekker, bijvoorbeeld. Omdat ze gemaakt worden door een ploeg enthousiaste, gepassioneerde jongeren - in meerderheid vrouwen overigens - die met ‘De Slimste Mens’ opstaan en gaan slapen.

Erik vergeet zichzelf te vermelden als belangrijke factor, Tom.

Tom: Zeker weten. Voor wie daar nog aan zou twijfelen: Erik is een absolute toppresentator. Wat mij opvalt, is dat hij na al die jaren nog altijd doorgroeit. Hij is vooral een heel erg slimme mens die ongelooflijk rap bijleert. Als je ziet hoe die is geëvolueerd sinds het eerste seizoen dat hij presenteerde... daar kan je alleen maar gezond jaloers op zijn.

Is Erik Van Looy onmisbaar voor ‘De Slimste Mens’?

Erik: Dat weet ik niet. Ik vraag me weleens af hoelang ik nog zal kunnen meedraaien. Straks ben ik zestig, zal ik me dan nog als een klein kind kunnen gedragen? Maar als het nu kan, waarom straks dan niet? Er staat trouwens geen leeftijd meer op mensen. Vroeger was je op je zestigste bijna aan je einde, nu is dat het nieuwe veertig.

Wat is jouw grootste kwaliteit, Erik?

Erik: Ik blijf altijd en overal mezelf. What you see is what you get. Eerlijk, ik vind het niet altijd even leuk om mezelf op tv te horen hinniken als een paard. Ik zou daarop kunnen letten, maar dan ben ik mezelf niet meer. Dus laat ik het maar zo. Ik laat mij ook probleemloos uitlachen. En zo kan er ook al eens met de kandidaten en met de jury gelachen worden.

Tot slot, heren. Jullie waren in het allereerste seizoen van ‘De Slimste Mens’ in 2003 allebei kandidaat. De finale bleek te hoog gegrepen…

Tom: Klopt. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik me er na twee afleveringen bewust heb uitgespeeld, omdat ik een dag later op vakantie vertrok. Dat viel me geweldig zwaar, want het ging volledig in tegen mijn natuur. Als ik een spelletje speel, wil ik winnen. In het zevende seizoen, met die historische finale tussen Freek Braeckman en Bart De Wever, kreeg ik een herkansing. Toen ben ik na twee of drie afleveringen écht roemloos ten onder gegaan. Tegen Regi. Met een vraag over Will Smith. Poepsimpel, maar ik blokkeerde en wist niks meer. Een pure black-out. Zo onwaarschijnlijk dat iedereen in mijn omgeving me ervan verdacht dat me er wéér expres liet uitspelen. Wat ik toen niet heb tegengesproken. (lacht) Zo pijnlijk was het. Erik is trouwens een veel betere quizzer dan ik. Die weet álles.

Erik: Kom kom, niet overdrijven... We zullen het trouwens nooit weten, want ik heb geen herkansing gekregen. Het jaar erop stond ik ‘De Slimste Mens’ namelijk zelf te presenteren. 




Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.