Frank Lammers, drugsbaron Ferry uit ‘Undercover’: “Tom Waes en ik hebben veel meer gemeen dan je zou denken”

VRT/JO VOETS
“Mijn vader stond op de voorpagina van de krant als grote drugsbestrijder, terwijl ik elk weekend zo stoned als een aap op café zat.” Frank Lammers (47), als drugsbaron Ferry de tegenspeler van Tom Waes in ‘Undercover’, was vroeger zelf niet vies van een jointje of wat xtc. “Maar daar ben ik nu helemaal klaar mee”, zegt hij in Dag Allemaal.

‘Undercover’ is bij ons stilaan aan zijn - ­bijzonder spannende - ontknoping toe, maar in ­Nederland is de reeks pas begin mei op Netflix te zien. “Toch zijn er al heel wat Nederlanders die de serie mee gevolgd hebben op de Belgische televisie”, weet Frank Lammers, die op meesterlijke wijze drugsbaron Ferry Bouman neerzet. “En dat is eigenlijk wel kras. Want bij ons hebben ze de VRT ver weg gestopt, hoor. Op nummer 51 en 52 van de zenderlijst. Ik heb ook al heel wat leuke berichtjes over mijn rol in ­‘Undercover’ gekregen, en dat gebeurt heus niet altijd.”

Je speelde eerder al mee in ‘Rundskop’ en ‘Crimi Clowns’, en toch was je bij ons nog niet zo bekend. In ­Nederland daarentegen ben jij een echte ster.

Nou ja, een ster... Ik ben elke dag te zien in de reclamefilmpjes voor de Nederlandse supermarktketen Jumbo, en dan word je al snel beroemd in Nederland. Ik krijg daar veel meer aandacht voor dan voor de 35 films waarin ik heb ­meegespeeld.

“Voor het bedrag dat ik voor die commercials krijg, moet ik twintig films doen”, vertelde je al in een Nederlandse krant.

Dat klopt, maar ik ben nog lang niet ‘binnen’, hoor. Die reclame-inkomsten geven me wel de vrijheid om artistieke dingen te doen die veel minder opleveren. Ik heb ook een gezin, hé.

In ‘Undercover’ sta je met Vlamingen en Nederlanders op de set. Wat is het grote verschil?

Wij zijn harder en directer. Bij de meeste Vlamingen komt dat pas naar boven na vier pintjes. (lachje)

Zorgde dat soms niet voor ­problemen?

Nee, maar ik kan me wel voorstellen dat sommigen het daar moeilijk mee hadden. Ik herinner mij nog dat ik op de set eens iets stond te roepen omdat het allemaal niet opschoot. Bij ons is het veel evidenter dat je je daar als acteur mee bemoeit, of dat je zelf probeert om de zaak vlot te trekken. Terwijl ze hier in Vlaanderen naar je staan te kijken van: ‘Wat doet die nou?’ Het is er allemaal een beetje ­hiërarchischer, zie je.

Heb je jouw mening over ons moeten bijstellen?

Nee, jongen. Ik heb in m’n ­leven één grote fout gemaakt, namelijk dat ik in Amsterdam ben gaan studeren. Ik had gewoon naar Herman Teirlinck of naar Brussel moeten gaan. Dat was gewoon dom van mij.

Hoezo?

Ik ben afkomstig uit Mierlo, een gemeente net over de grens. Ik ben qua mentaliteit veel meer verwant met de Belgen dan met de Nederlanders. Eigenlijk hadden ze de grens bij de rivieren moeten trekken, en Brabant en Vlaanderen ­moeten samenvoegen.

BRUNO PRESS

Jij lijkt dus meer op een Vlaming dan op een Nederlander?

Absoluut. Ik heb daar ooit ­onderzoek naar gedaan voor de Nederlandse televisie. Als je aan iemand iets vraagt, is het antwoord in Vlaanderen en Brabant steeds ‘ja’. Pas daarna gaan we kijken of het effectief ook kán. Boven de rivieren zeggen ze ‘ja, maar’ en moet je het uiteindelijk zelf uitzoeken.

Het gaat er bij ons allemaal een beetje gemoedelijker aan toe?

Ja, en dat komt ook omdat we verschillende godsdiensten hebben. De katholieken uit het zuiden zijn meer vergevingsgezind, dus is het niet zo erg om in de fout te gaan. Daarom zijn Vlamingen - en Brabanders - ook zo’n sjoemelaars. Terwijl de meeste Noord-Nederlanders protestants zijn en geen fouten durven te maken, omdat ze anders naar de hel gaan.

‘Undercover’ speelt zich af op een camping. Voor jou niet bepaald een onbekende biotoop, hé?

Mierlo ligt maar op dertig kilometer van Lommel, waar de serie opgenomen werd. In ons dorp had je ook zo’n camping, ’t Wolfsven. En die ziet er hetzelfde uit, tot het landschap toe: de vennen, de bossen... Daar gingen wij vroeger vaak zwemmen, en ik bracht er kranten rond. Dus ja, ik voelde me wel thuis op die camping.

Jouw vader heeft op die camping naar verluidt zelfs ooit een grote drugsvangst gedaan.

Nou, hij heeft dat netwerk niet eigenhandig opgerold. Maar mijn vader was wethouder - schepen zoals ze dat bij jullie noemen - en moest daar achteraf commentaar op geven. Toen stond hij daar ineens op de voorpagina van een krant als de grote drugsbestrijder. Al mijn vrienden lachten mij keihard uit, want die wisten dat ik elk weekend zo stoned als een aap op café zat. (lacht)

Jij durft ook weleens een xtc-pilletje nemen, nietwaar?

O, maar dat is lang geleden, hoor. Dan keek ik bijvoorbeeld naar een documentaire op ­Discovery Channel, met haaien of zo. Geweldig om te zien wanneer je in een roes bent! (snel) Maar dat was vroeger, daar ben ik nu helemaal klaar mee.

Tom Waes speelt in ‘Undercover’ zijn eerste grote rol. Was dat eraan te merken?

In het begin moest hij wel even wennen, denk ik. Maar Tom is een vechter, dus heeft hij er zich uitstekend doorheen geslagen. Hij leert snel en werd steeds beter. Het is heel prettig om met Tom samen te werken. Hij is een prima kerel.

Kende je hem voor de opnamen?

Ik had weleens van ’m gehoord en ik heb de dingen die hij heeft gedaan opgezocht. Het mooiste vond ik toen hij ging boksen tegen de wereldkampioene bij de vrouwen en dacht dat hij een kans had. Dan ben je toch niet helemaal goed bij je hoofd. Binnen tien seconden had hij zijn neus gebroken. Dat heeft niks met durven te ­maken, dat is gewoon oerdom. Misschien had hij z’n programma zo wel moeten noemen: ‘Oertom’. (lacht)

VRT

Heb je hem dat zelf al gezegd?

Ja, natuurlijk. Hij reageerde op z’n Toms. Hij begrijpt nu zelf ook wel dat dat een achterlijke keuze was. Maar dat is ook het mooie eraan. Ik heb zelf ook gebokst voor een televisieprogramma, tegen Peter Aerts (Nederlandse bokskampioen, nvdr). Hij gaf me één klap en het licht ging uit. In diezelfde reeks heb ik ook ooit zwemles gekregen van drievoudig olympisch kampioen Pieter van den Hoogenband. Toen ik die beelden achteraf op televisie zag, dacht ik: ‘Dit was ook niet m’n beste idee.’ (lachje) Er zijn veel meer overeenkomsten tussen Tom en mij dan je zou denken, hoor.

Wat heb jij dan nog meer ­gemeen met Tom?

Nou, we supporteren allebei voor een voetbalclub in rood en wit. Hij voor Antwerp, ik voor PSV. Wij zijn op de één of andere manier een beetje hetzelfde. Ik ga ook gemakkelijk een uitdaging aan.

Iets anders. Jouw echtgenote, Eva Posthuma de Boer, is een bekende schrijfster.

Ja, en weet je: de beste recensie die ze ooit kreeg, stond in een Belgische krant. Zo mooi en eloquent is er bij ons nooit over haar geschreven. Belgen hebben tenminste oog voor échte cultuur. (knipoogt)

Jullie hebben samen een dochter, Isa. Zit er ook een actrice in haar?

Ja, daar ben ik wel bang voor. Maar ze kan ook mooi foto’s maken en schrijven. Ik heb een wonderkind!

Ben je bang dat je dochter ook voor het acteervak zal kiezen, omdat jij goed genoeg weet dat het een onzeker bestaan is?

Luister, die keuze mag nooit over geld gaan. Je moet doen wat je leuk vindt. En dan moet je op een bepaald moment de beslissing nemen of je goed genoeg bent of niet, en niet zomaar wat blijven aanmodderen. In de film ‘Michiel de Ruyter’ speelde ze mijn dochter, en daarna hebben we nog weleens wat samen gedaan. Maar toen ben ik op de rem gaan staan. Meisjes die te veel doen op te jonge leeftijd, dat loopt slecht af. Dus voorlopig mag ze even niks doen. Naar school gaan, dat wel, maar de rest komt later wel.

Eva heeft ook nog een zoon uit een vorige relatie.

Da’s ook mijn zoon, hoor. Die heb ik erbij gekregen, maar hij is toch van mij. Hij is muzikant, daar heeft hij zeer veel talent voor.

Hoe heb je Eva eigenlijk ­ontmoet?

Ik regisseerde het Groninger Studenten Cabaret en daar kwam zij naar kijken. Zij was namelijk de baas van het Leids Cabaret Festival. Ze kwam naast me staan en ik vroeg: ‘Wil je wat drinken?’ ‘Whisky’, zei ze. Ik dacht: ‘Wat een stoere vrouw!’ En ze is natuurlijk megaknap.

En dat was het begin van een heel leuke avond?

We hebben gezoend en zijn naar mijn hotelkamer gegaan. Ik was vrijgezel toen en had dus tegen de organisatie gezegd dat ze voor mij een tweepersoonskamer mochten voorzien. Want ik dacht: ‘Een studentenfestival, als daar niks op te scharrelen valt...’ Bleek dat ze een veldbed in de kamer ­hadden gezet. (lachje) Maar uiteindelijk is het allemaal goed afgelopen.

Ondertussen zijn de opnamen voor de tweede reeks van ­‘Undercover’ van start gegaan.

Ja, ik ben heel blij dat ik weer elke dag naar België mag! Of ik een verhuis zou overwegen? Als ik mijn huis in Amsterdam zou verkopen, kan ik gewoon half Kontich kopen. Of heel Peutie! Dus ja, misschien moet ik dat toch maar eens overwegen. (lachje)




7 reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.


  • Inge Lenders

    Schitterend acteur, die Lammers. Idem voor Elise Schaap, die de rol van Danielle vertolkt. Grote klasse. Fantastische reeks ook, die Undercover.

  • guido vermeyen

    Top serie !

  • Rob Wienen

    Geweldige serie!! Geeft buiten het drugswereldje ook een duidelijke blik op Nederlanders en Belgen, qua opvattingen..... Verheug me al op het tweede seizoen!!

  • Erik Van looveren

    Schitterende serie, schitterende acteurs,................. meer van dit.

  • Stella Birkenbrau

    Wij hoeven helemaal niet onder te doen voor 't geroemde buitenland. In Scandinavische reeksen, Engelse, Amerikaanse... zie na enkele jaren ook geregeld dezelfde acteurs komen opdraven die dezelfde typetjes spelen.