‘Topdokter’ Marc Gewillig klaagt de laksheid van de voetbalbond aan: “Trainers die kunnen reanimeren, dát hebben we nodig!”

Sarah Heylen
Het gebeurt helaas meer dan eens: jonge voetballertjes die door hartproblemen in elkaar stuiken op het veld. Het maakt kindercardioloog Marc Gewillig (60), nu te zien in ‘Topdokters’ op VIER, kwaad. “In het tennis hoor je dat nooit, hé”, merkt hij op in Dag Allemaal, “en daar is een goeie reden voor.”

Even terug naar 2014. Het jaar waarin Niels Albert moest stoppen met koersen omdat hij hartproblemen had. Na weken van twijfel was het kindercardioloog Marc Gewillig van het UZ Leuven die hem hielp om de knoop door te hakken. De arts relativeert zijn invloed in die beslissing wel.

“Ik denk dat Niels voordien ook wel de juiste uitleg kreeg van andere artsen”, zegt hij. “Maar hoe gaat dat? Je bereikte net de top van je carrière en dan duikt er zulk nieuws op. Je wordt van minder van je sokken geblazen. Zo’n boodschap moet de kans krijgen om door te sijpelen.”

En dan is het niet raar als je om een tweede opinie vraagt.

En een derde. Dat moet. Zodat je vragen kan stellen. twijfel wegnemen. Maar Niels had de pech dat de media de discussie over zijn toekomst ondertussen al openlijk aan het bevechten waren in de krant. Dan lukt helder nadenken niet meer.

Jij bent kindercardioloog. Hoe kwam Niels dan bij jou terecht?

Niels werd peter van het Runefonds, een researchproject rond kindercardiologie, dat door ouders en sympathisanten wordt ­gesteund. Ik kwam hem tegen in het ziekenhuis en sprak hem aan. Ik zag duidelijk aan hem dat hij in zak en as zat. Meer dan een “Hoe gaat het met jou?” had ik niet nodig om de situatie nog eens rustig met hem te overlopen.

Niet alleen wielrenners, ook voetballers worden getroffen door hartproblemen. Jonge spelers die in elkaar stuiken op het veld zijn een jaarlijks terugkerend fenomeen. De befaamde cardioloog Pedro Brugada pleit steevast voor preventieve screenings en meer defibrillatoren. Een goed idee?

Een screening heeft voordelen, maar ­mensen die denken dat daarmee alles is opgelost, moet ik toch teleurstellen. Kijk naar de grote clubs: die spelers worden door en door gescreend en nog overlijden er voetballers door hartproblemen. Zo’n screening helpt dat probleem nooit 100% de wereld uit, een risico zal er altijd zijn.

(lees verder onder de foto)

Kim De Hertogh

Wat heeft dan wel zin?

Simpel: leer de mensen reanimeren! Doe maar eens de test en googel eens ‘football player dropped dead’. Dan krijg je genoeg filmpjes te zien van voetballers die iets aan hun hart krijgen op het veld. Maar let vooral op wat de omstanders doen: die staan met hun handen in het haar en schreeuwen om hulp, in plaats van zelf al te starten met de reanimatie. In België wil de voetbalbond jonge spelers warm maken voor een hartscreening. Ze zouden beter hun trainers en spelers verplicht een reanimatiecursus laten volgen.

Want dat is nog niet het geval?

Inderdaad niet. ‘Jonge tennisser sterft op het plein’, hoe vaak ben je die kop al tegengekomen?

Euh...

Niet vaak, wellicht. Tennis is cardiaal ­minder belastend, maar de Belgische tennisvereniging eist wel van al z’n trainers dat ze kunnen reanimeren.

Moeten EHBO en reanimatie ook verplichte cursussen worden op school?

Daar pleiten wij al jaren voor, maar doordat er liefst vier ministeries over moeten beslissen, is het nog nooit rondgekomen. Terwijl we veel meer levens kunnen redden door binnen de vijf minuten in te grijpen. En om terug te komen op die defibrillatoren: die zijn ook niet heiligmakend. Want eer je die bent gaan halen, ben je alweer vijf à tien minuten verder. En wat zie je dan in de krant verschijnen? ‘Jonge speler gered door defibrillator’. Maar ’t is niet het toestel dat die jongen redde, wél de mensen die in afwachting hartmassage toedienden.

We overschatten de waarde van het toestel.

Ja. Zo’n defibrillator is niet voldoende om als club je verantwoordelijkheid te nemen. En een goede screening van de spelertjes is op zich evenmin zaligmakend. Veel clubs denken dat ze met die twee maatregelen veilig zitten, maar de enige maatregel die echt telt is zo’n cursus volgen.

Als kindercardioloog zie jij natuurlijk veel kinderen met een hartaandoening. Maar over welk percentage van de bevolking hebben we het?

Van alle kinderen die geboren worden, heeft 0,8% een hartafwijking. Maar van die groep heeft slechts 15% ooit een medische ingreep nodig, oftewel zo’n duizend kinderen per jaar in België.

Voor kersverse ouders is jouw kabinet niet meteen de plaats waar ze willen belanden.

Ja en nee. Niemand hoort graag dat er iets scheelt met z’n kind. En zeker niet met het hart. Maar in de meeste gevallen hebben we oplossingen voorhanden. Veel van die kinderen kunnen zelfs nog aan (top)sport doen, mochten ze dat willen. Zo hadden de Britten onlangs een olympische kampioen snowboarden. Die jongen werd als kind nog aan zijn hart geopereerd, ik was daar toen net in opleiding.

(lees verder onder de foto)

Johan Martens

Da’s hoopgevend.

(knikt) En gelukkig komt het bij de overgrote meerderheid goed. Maar daartegenover staan natuurlijk de minder positieve verhalen. Bijvoorbeeld kinderen die geboren worden zonder slagaders tussen de longen en het hart. Of veel te dunne aders, of verkeerd aangelegde. Dan moeten we meteen na de geboorte zeer belangrijke beslissingen nemen. Gaan we ervoor, of niet?

Hoe vertel je zulke ouders dat hun kind niet levensvatbaar zal zijn, of nooit z’n eerste verjaardag zal vieren.

Hoe hard dit ook klinkt, dat zijn nog de gemakkelijke gesprekken. Omdat die ouders inzien dat er amper opties zijn. De zwaarste gesprekken zijn die met ouders van kinderen die ergens tussenin zitten. Wanneer kinderen goed genoeg zijn om levensvatbaar te zijn, maar te slecht om een aangenaam leven te leiden. Na twee treden moeten ze al minuten recupereren, dat zijn kinderen die eigenlijk niets kunnen. Gelukkig vormen zij slechts zo’n vijf à tien procent van mijn patiënten.

Probeer jij zulke kinderen er koste wat het kost door te halen?

Vroeger deed ik dat altijd, ja. Maar achteraf bleek toch vaak dat dat voor de omgeving, de ouders, de broers en zussen, en voor het kind zelf niet de beste keuze was. Al die jaren in dit vak hebben mij geleerd dat doodgaan niet altijd het ergste is wat iemand kan overkomen. Een zielig leven leiden en voortdurend naar adem moeten happen is veel erger.

Wat doe jij als je weet dat een kind zo’n ondraaglijk bestaan te wachten staat?

Ontdekken we het prenataal, door de echo’s, dan kunnen de ouders kiezen om de zwangerschap af te breken. Als we het na de geboorte ontdekken, moeten we snel handelen. Of je duwt de trein met levensreddende behandelingen in gang en dan is er geen weg meer terug, of we beslissen dat het kind te hard onder de aandoening zou lijden en laten de natuur haar gang gaan. Hoe moeilijk dat ook is, soms is dat de meest menselijke optie. 




1 reactie

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.


  • anja roosen

    Idd top dokter.dank zij hem en kindercardioloog dokter Givron hebben wij onze twee jongste kinderen nog