Delphine Boël praat voor het eerst over haar erkenning als ‘dochter van’: “Ik wilde niet dat mijn kinderen zich afvroegen waar ze vandaan kwamen”

Delphine Boël
Photo News Delphine Boël
Delphine Boël (52), dochter van koning Albert II, praatte gisteravond in ‘Terzake’ voor het eerst over haar strijd om erkenning. Die bezorgde haar namelijk veel problemen: zo kon ze plots bijvoorbeeld geen spaarrekeningen meer openen en had ze moeite met reizen. “Maar ik wilde niet dat mijn kinderen zich moesten afvragen van waar ze komen.”
Je cookie instellingen zorgen ervoor dat deze inhoud niet getoond wordt.
Pas je cookie instellingen hier aan.

Aanvankelijk geloofde men haar niet wanneer ze zei dat ze de dochter van een koning was, legt ze uit. “Opeens werd mijn spaarrekening afgesloten en kwam ik op een zwarte lijst te staan bij het reizen. Zelfs mijn kinderen kwamen daarop terecht, en die zijn half Amerikaans. Daarnaast konden ze geen geld lenen, geen auto kopen... Blijkbaar kon ik zelfs geen spaarboekje meer voor hen beginnen. Daar schrok ik van.” 

Sinds 2013 lag Delphine zeven lange jaren in juridische strijd met  haar vader. “De adviseurs van het hof wilden dat ik zou verdwijnen. Ik woonde in Londen, maar ze hadden me liever veel verder weg gezien. Ik denk dat velen van hen mij zagen als een ‘vuile vlek’ op het koningshuis.” Uiteindelijk besloot de rechter dat Albert zijn DNA moest afstaan, waardoor vastgesteld kon worden dat Boël inderdaad zijn dochter was.

Harde woorden

“Ik deed het vooral voor mijn kinderen, omdat ik niet wilde dat zij zich moesten afvragen van waar ze kwamen. Ik had exact hetzelfde gedaan als mijn vader een dierentuinmedewerker was, of zelfs een crimineel. Ik durf alleen nog niet zeggen dat ik gelukkig ben met de uitkomst. Want ik denk nog altijd dat dit niet had mogen gebeuren in de eerste plaats.”

Delphine is bovendien niet blij met de manier waarop Albert in een persbericht aankondigde dat ze zijn kind was. “Die woorden komen van een advocaat, daar ben ik zeker van. Dus ik geef hem het voordeel van de twijfel. Maar het was moeilijk voor mij om dat te lezen. Want  tot en met 2001, toen ik 33 jaar was, had ik een goede relatie met hem. Een echte vader-dochter-relatie.” 

Kunstenares

Delphine verwerkte haar emoties omtrent de zaak in haar kunstwerken. Die stelt ze nu ten toon in Knokke. “Ik ben altijd al een artieste geweest. Al sinds ik naar de kunstacademie ging, en daar hadden ze er geen idee van wie ik was. Ik probeer mijn bekendheid dus zeker niet uit te buiten om mijn kunst te verkopen. Het was zelfs makkelijker toen ik nog niet ‘de dochter van de koning’ was.”