Zo vader, zo zoon: Willem Vermandere en Augustijn. “Ik gebruik mijn achternaam met opzet niet als artiest”

Willem Vermandere met zoon Augustijn
Jan De Meuleneir/Photo News Willem Vermandere met zoon Augustijn
De vader zingt al langer liedjes dan een getraind geheugen kan terugspoelen, de zoon heeft zijn eerste radiohits te pakken. In het West-Vlaams. In september treden ze voor het eerst samen op. Vergelijken is leep, maar wie per se hetzelfde wil doen als zijn beroemde pa, heeft ervan. "Ik heb er dan maar een liedje over geschreven." Dat het niet gemakkelijk uit de schaduw komen is, met een dominante stem als die van vader.

Of zou het toch? We zijn nog niet binnen, of horen al dit. "Ik kwam radiomaker Gust De Coster deze week tegen. 'Ha, de vader van Augustijn.' Dat zegt het al, zeker? Ik word straks 80, beteren zal het niet. Ik voel het aan mijn karkas."

De eerste single van zoon, 'In de schouwte', is een oorwurm waarvan elke strofe eindigt op: 'Maar uw vader was beter.' "Correctie. In ons geval: ís beter. Ik zing ook over Axel en Eddy Merckx, Matthias en Julien Schoenaerts. Het liedje is een knipoog. Ik kreeg er al veel reactie op, ook van mensen met geen beroemde vaders die worstelen. Het is een wedstrijd die je niet winnen kan. Nu, winnen hoef ik ook niet, maar muziek is besmettelijk. Dus rij je ze toch maar."

We treffen vader (79) en zoon (42) én kleinzoon Mozes (7) in Steenkerke, in de Westhoek. Willem woont er al 40 jaar in de oude dorpsherberg. Willems inbreng in het decor: tien gitaren, twintig klarinetten, dertig met de eigen handen gehouwen beelden. Niet nageteld, maar mínstens. Contrast met de liedjes van zoon, Oostendenaar Augustijn. Ook fijntjes in de weemoed gedipt, maar van fris lentegroen.

Drie generaties Vermandere: Augustijn (42), zoon Mozes (7) en vader Willem (79).
Jan De Meuleneir/Photo News Drie generaties Vermandere: Augustijn (42), zoon Mozes (7) en vader Willem (79).

U bent niet naar de cd-voorstelling gegaan, Willem.

Augustijn: (antwoordt in vaders plaats) "Op het laatste heeft hij afgehaakt. 't Is uitverkocht, zei hij. Plus: er zal te veel aandacht naar mij gaan. Hij heeft ergens gelijk, hé?"

Zijn het goeie liedjes?

Willem: (ontwijkt de vraag) "Toen Runeke, ons eerste kleinkindje, stierf aan een hersenvliesontsteking, zong ik kort daarna een liedje over hem. Komt na het optreden een man naar me toe: 'Is dat echt gebeurd? Goh, dat je daarover kan zíngen'. Ik zei: 'Meneer, ik heb het gevoel dat ik nu pas kán zingen. Als je klappen gekregen hebt, is het zingen vanuit een andere schuif. Succes, trouwens, is niks anders dan écht staan te zijn op het podium en dat mensen zich herkennen."

'Echt' is ook de titel van je cd, Augustijn.

Augustijn: "Wat is dat, 'echt'? Een raar concept soms. De openingstrack 'Echt Plastiek' gaat daarover. Het is mijn eerste in het West-Vlaams, na drie Engelstalige cd's. En dat ging ineens zeer vlot. In een week schreef ik een album vol."

Willem: "Ik heb met ongeloof op tv naar de docu over dat meiske Yasmine zitten kijken, tien jaar na haar overlijden. Al die muzikanten zijn aan het woord gekomen, maar in haar liedjes heb ik niet ontdekt wie ze wás. Nu goed. Het is een heel andere wereld dan de mijne, de showbizz. De juiste danspas, de juiste lichteffecten, het juiste kapsel. 'Tachtigduizend muziekliefhebbers in Werchter', kopt de gazet. Muziekliefhebbers, zou dat het juiste woord zijn? Het kan aan de zachte doofheid liggen langs ene kant van mijn kop, maar ik versta die zangers niet."

Is authentiek zijn wat u uw kinderen hebt proberen in te hameren, Willem?

Willem: "Ik probeer just niks. (Augustijn lacht) Ik herinner me één dingske over onze Peter, die met zijn school op skireis ging. 'Ha papa, dat skiën is fantastisch, hé'. Ik zei jongen, ik zou liever hebben dat je leert mortel maken, we hebben daar nog een muurtje te metselen. Waarschijnlijk zijn er vaak zulke opmerkingen van mij geweest. Ik ben de zoon van een wagenmaker. Vader was een fantastische werkman, die op zijn oude dag nog kleine beeldjes begon te snijden. Ik erfde van hem de dwang om iets te máken."

U bent een kind van de oorlog, Willem.

Willem: "Mijn eerste herinnering is dat mijn vader me uit mijn bed tilt en met mij de keldertrap afdaalt. Ik was een kleuter van drie, het was '43, er waren de bombardementen op Kortrijk. Dan mochten we 's anderendaags mee gaan kijken. Er was een vliegtuig neergehaald, op 500 meter van ons huis in Lauwe. 'Wat zit er onder die witte lakens, vader?' 'Niks, niks. Je moet er niet naar kijken.' Ik hoorde iemand zeggen: 'Zes Engelsmans!' Ik raapte iets op van tussen de brokstukken. Een duim, zwartgeblakerd. Die angst, dat hou je je hele leven vast. Het leven is in oorlog zijn, en oppassen dat de bom niet op uw kop valt. Maar gaan onze kinders en kleinkinders de courage behouden om op die klaroen te blazen iedere avond onder de Menenpoort en al die soldatenkerkhoven te onderhouden? Zij hebben andere katten te geselen: moeder aarde redden en het samenleven met alle culturen van de wereld deftig oplossen."

Wat voor vader was Willem, Augustijn?

Willem: (lacht en snel) "Afwezig."

Augustijn: "Een beroemde muzikant, hé. 'Stil, papa slaapt'. Of: 'Papa is bezig, ga elders spelen.' We sliepen boven de garage en hoorden hem 's nachts thuiskomen. Oef, hij is toch weer terug. En af en toe zagen we hem, op een podium vooral. We mochten in zijn atelier ook niet aan zijn schaafmachine of lintzaag komen. 'Pas toch op', zei hij almaar. De muzikantjes die hij toch al in ons zag, zouden het moeilijk hebben met een vinger te kort."

Willem: "Ik ben nu al maanden houtsnedes aan het maken, van na het ontbijt tot het slapengaan. In de ogen van buitenstaanders is dat wellicht waanzin. Mijn werk heeft altijd voorrang gehad. Altijd. Mijn vrouw, Chris, was er opdat ik kon werken. Anders maak je er niks van."

Augustijn: "Bij ons is dat anders."

Willem: "Ja? Zou kunnen, ja."

Augustijn: "Ik schrijf soms liedjes, letterlijk tussen de soep en de patatten. En dat maakt mij niet minder geïnspireerd. Ik besteed veel tijd en aandacht aan Mozes. Ik kán dat, omdat ik mijn leven ernaar inricht. Ik heb een studio gebouwd in mijn huis, ik verlies geen tijd aan verplaatsingen. Je moet daar wel een beetje voor vechten, of dat slibt dicht met klusjes en administratie. Mijn vrouw is kunstenares, ze heeft ook haar ruimte en tijd nodig."

Willem: (loopt naar zijn oude computer om iets af te drukken) "Luister. 'Waar was ik mijn kinders, waar was ik naartoe. Zo onnoemelijk veel dagen en nachten. En als ik als ik dan thuis was, zo amper af en toe, zat ik vast in mijn diepste gedachten. (...)' En zo gaat dat liedje verder. De laatste strofe: 'Nu zie 'k ze zo zelden, nog slechts af en toe, ongeremd mag ik naar ze verlangen. Waar zijn ze mijn kinders, mijn kinders naartoe. Ergens diep in mijn diepste gezangen.' Voilà. Allez. Waarover moet je zingen? Misschien ga ik het leren, antwoorden met eigen strofen."

Augustijn: (lacht) "Eén van je grote fans doet dat toch? Hij kent al je liedjes van buiten."

Willem: "Ha, die ja. In alle kamers van zijn boerderij hangen mijn liedjes, in kalligrafie in een kaderke gestoken. Een liedje over de dood, hing hij in de kamer waar de vorige eigenaar zich heeft opgehangen."

Hoe verteert een grootvader het verlies van zijn kleinkind?

Willem: "Het is de wereld die een beetje vergaat. In het dubbel, want je neemt het verdriet van je dochter voor een stuk op u. Je geraakt daar heel je leven niet mee effen. Er ontstaat zelfs een soort heimwee naar de dagen van de tranen, dat je zo dicht bij dat kind vertoefde. Ik heb het nog dikwijls als ik in mijn auto stap om te gaan zingen, alleen achter het stuur. 'Allez, Rune. Kom, je mag meegaan'. Da's curieus. (kucht) Ja. Enfin. Maar je kan niet blijven bleiten. Ik zing heel uitzonderlijk nog eens dat lied, de litanie voor Runeke. In de wintertijd, als de dagen heel kort zijn. Je wilt er mensen niet mee lastigvallen, hoewel ze er misschien juist op zitten te wachten. Door Runeke speel ik de laatste vijf, zes jaar meer instrumentaal. (neemt een klarinet en speelt) Voor mij is het dít. De magie van de muziek. Uzelf in trance spelen. (lacht een traan weg) Met een beetje droevige blijheid."

U was superhard bezig met uw kinderen.

Willem: "Omdat ik er zoveel van weg was. Toen ik verhuisd was uit mijn geboortedorp Lauwe, dán heb ik kunnen schrijven over 'Piere de Beeste', 'Duits kerkhof' en 'Blanche en zijn Peird'. Maar och heere, zou ik er weerkeren, 't zou direct gedaan zijn met de inspiratie."

Er was vroeger ook God de vader. Maar die heeft het pand definitief verlaten, denk ik.

Willem: "Nog één keer per jaar ga ik eens goed naar de kerk hiertegenover. Op kerstdag. Dan spelen de vier kinderen en ik een concert. Zo verdien ik tegenwoordig mijn katholieke hemel. Ik ben, toen ik nog een onnozel kind was, opgepikt door de ronselpaters. Ik heb vier jaar in het klooster gezeten. Daar ben ik beginnen te beeldhouwen en liedjes te schrijven. Maar ik verwaarloosde zogezegd mijn godsgeleerdheid. Dus ik besloot: ik ben mijn tijd aan het verliezen, ik ben hier weg. Voilà."

Augustijn: "Herkenbaar. Mijn studies, informatica en wiskunde, had ik ook niet goed gekozen. De zuivere wetenschap vind ik zeer fascinerend. En Einstein, ik noem er maar één, was een heel creatieve denker. Maar ik stopte ook, want was toch veel meer met muziek bezig."

Willem: "Ik geloof hoe langer hoe meer, maar gruw van de letterlijkheid. In de afgebrande Notre-Dame hebben ze de doornenkroon teruggevonden? Dat is natuurlijk een grote onnozelheid!"

Augustijn: (giert het uit)

Uw lied 'Bange blankeman', geschreven net voor zwarte zondag in 1991, is weer actueel.

Willem: "Ik was uitgenodigd om vier concerten te geven in de Ancienne Belgique. Zegt Jari Demeulemeester (de voormalige directeur, red.): 'Willem, is dat geen gelegenheid om eens over Brussel een liedje te maken? Ik ga u wat documentatie opsturen over de folklore van de stad'. Ik had daar wat in zitten lezen, pff. Er kwam niks los van inspiratie. Ik kom daar toe. Jari: 'Hebt ge iets?' Ik: 'Neek jong'. Ik ben dan drie dagen door de stad gaan wandelen. En toen ik weer thuiskwam, wist ik het. (citeert) 'Ik zag Turken aan de Schelde, Marokkanen in de stad van Gent en ik hoorde op de Grote Markt van Brussel Algerijnen met een vreemd accent.' Die hartenklop had ik gevoeld, al die kinders van moeder aarde gezien. 'Ze zingen en roepen aan mijn deure, doet open bange blankeman.' Dat was natuurlijk de nagel op de kop. Ik trad op op de Grote Markt op 11 juli, Vlaamse feestdag. Ik was nog niet begonnen met zingen en hoorde al de voetzoekers, bijna kreeg ik mijn gitaar op mijn kop geklopt. Die van het Vlaams Blok stonden, vanop de eerste verdieping boven hun café, goedkeurend te kijken naar het straatgevecht. Ik krijg sindsdien boze brieven, dat ik mijn vaderland verraad en zo. Maar goed. Filip De Winter is weinig in beeld gekomen de voorbije kiescampagne, ze weten dat een bullebak veel mensen afstoot. Gaan ze nu schone manieren hebben?"

Wat denkt u?

Willem: "Ik voel me er niet heel gerust in. En dienen Trump, precies dat 'm goesting heeft om toch een keer een oorlogske te voeren. Het is maar dan dat het in Amerika goed gaat met de economie, trouwens. Er staat ons nog wat te wachten. En wij, liedjesschrijvers, moeten oppassen dat we niet aan zelfcensuur gaan doen."

Leg je zulke dingen al uit aan een jongen van zeven, Augustijn?

Augustijn: "Aan Mozes? Neen. Of soms. Hij snapt veel meer dan ik denk. Gisteren is hij, door zelf te redeneren, tot de conclusie gekomen dat ik Sinterklaas ben. Ha! In volle zomer. 'Je mag nu niet liegen, papa', zegt hij, 'maar ik heb een vraagje.' Hij vond het schitterend, niet schokkend. 'Ik heb dingen ontdekt vandaag!'" (lacht)

Augustijn, je bent vooral veel aan het luisteren.

Augustijn: "Ik ken vaders verhalen, ben opgevoed met zijn citaten. Ik heb mijn vader deels moeten ontdekken via zijn liedjestekstenboek. Maar hoe hij denkt en zoekt, nog steeds, dat heb ik helemaal overgenomen. Dingen die je moeilijk kwijt kunt, daarover maken wij liedjes, zo krachtig en toch zo genuanceerd mogelijk."

Willem: (om iets ongemakkelijks te onderbreken, lijkt het) "Wil je een pintje, Augu?"

Augustijn: "Een Orvalletje, pa. Graag."

Is liedjes schrijven makkelijker dan babbelen met mekaar?

Augustijn: "Soms wel. Als dingen te complex zijn. Nu voor het eerst ook liedjes van mij in de wijde wereld rondvliegen, merk ik dat mensen er iets aan kunnen hebben. Wow. Maar het is ook maar lucht eigenlijk. Wie dokter is kan tastbaarder mensen helpen. Ik doe het niet voor de roem, dat weet ik al. Ik hou van het maken en van iets overbrengen. Maar mocht ik dat kunnen zonder dat mensen me herkennen, zou ik het even leuk vinden."

Zegt de jongen met de bekende achternaam.

Augustijn: "Ik gebruik hem met opzet niet, als artiest. Dat genot om herkend te worden, is heel vluchtig. En ook mooi commentaar zit ergens te spoken, nu ik alweer schrijf aan de volgende cd. Ik wil kunnen blijven doen wat ik doe, zonder dat er wie of wat dan ook in de wég zit."

Willem: "Je moet nu vooral niet te haastig zijn, Augustijn. Zo delft ge uw eigen graf. Onze grote Roel D'Haese, de beeldhouwer, zei me: 'Jij hebt succes als zanger, Willem, omdat ge liever beeldhouwer zijt.' Da's dicht bij de kern van de zaak."

Augustijn: "Maar ik ben een veelschrijver, pa, net als jij."

Willem: "En zot van muziek, net als ik."

Zijn er momenten dat je zegt: nu heb ik vaders hulp nodig?

Augustijn: "Ik vind hulp vragen lastig. Mijn zicht gaat achteruit, door een genetisch defect. Daardoor moet ik al vaker dan me lief is mensen inschakelen voor praktische zaken. Dus: neen, ik vraag zo weinig mogelijk, ook van hem. Mijn vaders bestáán helpt mij al."

Hebt u al eens gezegd dat uw zoon het goed doet, Willem?

Willem: (blaast) "Dat zijn allemaal zulke verstándige vragen! Ge wilt er niet te veel reclame voor maken, hé. Da's misschien typisch West-Vlaams. Als ge iets schoons weet, stil, zwijgt. Zeg het aan niemand. Op zijn sterfbed heeft mijn vader wel acht seconden mijn hand vastgehouden. Zo eindeloos lang, dat had hij in heel zijn leven nog nooit gedaan! Om te zeggen: 'Kijk jong, doe gij nu maar voort, voor mij is 't gedaan.' Een andere vorm van tederheid kenden wij niet. Naarstig. Dat vragen we soms eens aan mekaar, Augu en ik: 'Zieje neirstig bezig?' En als hij 'jaok' antwoordt, weet ik dat het goed is.”




2 reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.


  • Danny Verhaest

    Ik hou enorm van de liedjes vanWillem Vermandere en vooral omdat het meestal over dagdagelijkse gebeurtenissen gaan. En zijn zoon echt ook mooie liedjes. Hoop om nog veel te kunnen genieten van de mooie liedjes

  • Johan Vervaeck

    Ben het niet met alles eens met Willem, maar vind wel dat hij de essentie van het leven raakt. Op de Gentse Feesten was hij magnifiek. Heb hem al meermaals zien optreden, genoeg vond ik. Maar als ik hem dan toch weer zien optreden heb, vind ik opnieuw iets origineels gezien te hebben en ben ik heel blij dat ik hem nog eens zien optreden heb. Heel luchtig met die instrumentale muziek ook.