Fan koopt woning Ian Curtis om er Joy Division-museum van te maken

Ian Curtis.
Getty Ian Curtis.
Hadar Goldman heet de man. Hij is ondernemer en muzikant, en heeft de woning in Macclesfield (Manchester) gekocht waar zanger Ian Curtis (1956-1980) een deeltje van zijn korte leven doorbracht en wil die woning van dertien in een dozijn omvormen tot een museum ter ere van het legendarische Joy Division. Dat meldt The Guardian.

De nederige stulp van Curtis was in februari reeds verkocht aan een niet-fan van Joy Division, ondanks een inzamelactie van JD-fans. Goldman kocht de woning van de man over voor de prijs die laatstgenoemde had betaald, 125.000 pond, plus een compensatie van 75.000 pond. Veel geld voor een grauw rijhuisje, maar Goldman argumenteert dat Curtis voor hem "de moderne Rembrandt" is, en dan is 200.000 pond plots een peulschil.

Het huis in Macclesfield moet nu een museum worden, maar dat valt bij de andere leden van Joy Division (dat na de dood van Curtis voortleefde als New Order)niet  in goede aarde. Bassist Peter Hook is pro, maar Bernard Sumner heeft zo zijn twijfels, vooral omdat Curtis in de keuken van dat huis zichzelf, op 18 mei 1980, heeft opgehangen.

Joy Division maakte in zijn korte bestaan slechts twee albums, 'Unknown Pleasures' en 'Closer': beide worden gerekend tot het beste wat de rockmuziek de wereld heeft geschonken. Op commercieel vlak scoorde de groep één grote hit: het meermaals gecoverde 'Love will tear us apart'.