Keane: "We waren verslaafd aan roem"

'Strangeland', het vierde album van Keane, stond binnen de kortste keren op de eerste plaats van de Britse albumlijsten, in de traditie van zijn voorgangers. Ondanks het constante succes waren het voor de bandleden niet altijd even mooie tijden. "Het is in deze industrie erg makkelijk om verslaafd te raken aan de roem," verklaart toetsenist Tim Rice-Oxley.

De rockband werd al in 1997 opgericht, maar het duurde nog tot 2004 voor het grote publiek van Keane hoorde. In dat jaar verscheen debuutalbum 'Hopes And Fears'. De single 'Somewhere Only We Know' was de eerste grote hit die het (toen nog) drietal te pakken had.

Rice-Oxley (36), naast toetsenist ook de songschrijver van de band, herinnert zich goed hoe het nummer tot stand kwam. "Ik woonde toen nog bij mijn ouders in Sussex," vertelt hij, "ik wilde iets maken dat klonk als' Heroes' van David Bowie, iets dat lekker dreunde. Uren en uren was ik aan het spelen en dit kwam eruit. Toen ik het later aan Richie (drummer Richard Hughes, red.) liet horen, was hij direct enthousiast. We voelden dat het een goed nummer was."

"Rare dingen"
Het gevoel klopte. Maar het was slechts het begin van een lange zegetocht. De volgende singles 'Everybody's Changing' en 'Bedshaped' ging het eveneens voor de wind en 'Hopes And Fears' verzamelde wereldwijd in totaal vijf gouden en zesentwintig platina platen. De bandleden zelf kregen ondertussen echter te maken met de schaduwzijde van het succes.

"Het was een moeilijke tijd," aldus Rice-Oxley, "Zo'n enorm succes doet rare dingen met je hoofd." Crystal Ball, de eerste single van het tweede album Under The Iron Sea (2006) schreef hij in die periode. Het nummer behandelt thema's als je verloren voelen en niet weten wie je bent. "Dat is precies hoe we ons voelden," bekent de toetsenist, "eigenlijk waren we alleen maar bezig met overleven."

Afkickkliniek
De moeilijkheden kwamen tot een hoogtepunt toen in de zomer van 2006 de wereldtour onderbroken werd. Zanger Tom Chaplin had zich vanwege zijn drugsverslaving in een afkickkliniek laten opnemen. Volgens Rice-Oxley waren alle problemen het gevolg van de zucht naar meer roem die zich van de Britten meester had gemaakt.

"Je kunt al gauw uit het oog verliezen waarom je oorspronkelijk ooit in een band wilde spelen," legt hij uit. "Je definitie van succes verandert snel. We waren heel blij geweest toen 'Somewhere Only We Know' in de hitlijsten terecht kwam en op de radio gespeeld werd, maar dat was opeens niet genoeg meer. We wilden elke keer op nummer één komen en in steeds grotere zalen spelen. We wilden alsmaar meer en op een gegeven moment kon dat verlangen niet meer bevredigd worden."

Gelukkiger
Met album nummer drie, 'Perfect Symmetry' uit 2008, kwam Keane weer in rustiger vaarwater terecht. "Toen we uiteindelijk klaar waren met de tour van het tweede album, voelden we ons veel gelukkiger. We waren eigenlijk al blij dat we überhaupt nog bestonden als band. De opnames van 'Perfect Symmetry' verliepen daardoor ook een stuk plezieriger. We waren minder bezig met het moeten hebben van succes."

Evaluatie
Dat succes ging desondanks onverminderd door. Singles deden het goed en elk album deed de top van de Britse hitlijsten aan. Zo ook het nieuwste album 'Strangeland' (2012), dat qua thema's een persoonlijke evaluatie van de band tot nu toe is geworden.

"'Strangeland' is een metafoor voor het leven," zegt Rice-Oxley, "We zijn nu allemaal in de dertig en zitten in een fase waarin we bekijken hoe ver we zijn gekomen in onze levens en wat ons nog te wachten staat. We zijn definitief geen kind meer en moeten accepteren dat we volwassenen zijn."

"Elk nummer op 'Strangeland' is een andere kijk op die reis door dat 'vreemde land'," aldus de Brit, "sommige zijn vrolijk, andere meer melancholisch en bij weer andere is het niet helemaal zeker waar ze over gaan. Maar er zit veel hoop in het album. Dat is iets wat we met zijn allen delen, het gevoel dat we van dit leven het beste moeten maken."

©FaceCulture